Zoek jouw vakantiewoning.,

Stel je vraag

Wij komen z.s.m. bij je terug,.

Belastingen bij aankoop van een woning in Verenigde Arabische Emiraten

In de VAE bestaan geen federale registratierechten of personenbelasting op particulier vastgoed; heffingen worden per emiraat opgelegd en btw (5%) geldt sinds 1 januari 2018. Voor woonruimte is de eerste levering binnen 3 jaar na voltooiing doorgaans nultarief (0% btw), latere doorverkoop van woonruimte is vrijgesteld; commerciële onroerende zaken zijn in beginsel belast met 5% btw op verkoop en verhuur. De belangrijkste aankoopheffing is de overdrachts-/registratiekost bij het kadaster (per emiraat verschillend) en bijkomende vaste leges. Indicatieve tarieven per emiraat zijn als volgt:

  • Dubai: Dubai Land Department overdracht 4% van de koopprijs (in de praktijk veelal door de koper betaald), plus titelakte-uitgifte ca. AED 580 en administratieve heffingen.
  • Abu Dhabi: registratierechten 2% van de koopprijs (soms contractueel gedeeld), vaste leges door het Department of Municipalities and Transport.
  • Sharjah: overdracht 2% van de koopprijs; bijkomende gemeentelijke leges afhankelijk van project/locatie.
  • Ajman: overdracht 3% van de koopprijs; aanvullende kadasterleges lokaal vastgesteld.

Naast de overdrachtsheffing gelden bij aankoop in de praktijk vaste kosten en dienstverleningsvergoedingen die niet als belasting worden aangemerkt maar wel verplicht kunnen zijn. In Dubai omvatten deze typisch: trustee transfer fee (ca. AED 2.000 voor natuurlijke personen; hoger voor rechtspersonen), uitgifte titelakte (ca. AED 580), DLD Knowledge/Innovation dirham (kleine vaste toeslagen), en een verplichte NOC van de ontwikkelaar (veelal AED 500–5.000, projectafhankelijk). Voor off-plan transacties wordt Oqood-registratie geheven door DLD (4% van de contractwaarde, plus vaste administratiekosten per eenheid). Makelaarscourtage is marktgebruikelijk rond 2% van de koopprijs (contractueel), en ontwikkelaars rekenen soms een administratieve overdrachtsfee volgens koopvoorwaarden. Hypotheekregistratie in Dubai bedraagt 0,25% van het geregistreerde leningbedrag (plus ca. AED 290), met vergelijkbare, lokaal bepaalde tarieven in andere emiraten.

Jaarlijkse onroerendgoedbelasting bestaat in de VAE niet; wel worden gemeentelijke gebruiks-/huisvestingsheffingen geheven en verplichte service charges door VvE/ontwikkelaar. In Dubai bedraagt de housing fee doorgaans 5% van de (werkelijke of veronderstelde) jaarlijkse huurwaarde en wordt maandelijks via de nutsrekening geïnd; in Abu Dhabi geldt voor expat-huurders een gemeentelijke heffing van 3% over de jaarhuur, en in Sharjah veelal 2% over de jaarhuur. Particulieren betalen in de VAE geen inkomstenbelasting over huurinkomsten en bij verkoop geldt geen afzonderlijke meerwaardebelasting; bij commerciële verhuur/verkoop kan 5% btw van toepassing zijn. Er is geen bronheffing bij uitkering van huur aan niet-ingezetenen. Eigendomsrechten voor buitenlanders zijn per emiraat en zone beperkt tot freehold/leasehold in aangewezen gebieden; registratie gebeurt bij de bevoegde Land Department/Municipality volgens lokale regels.

Voor Belgische inwoners is wereldwijde belastingplicht relevant: sinds de wet van 17 februari 2021 wordt aan buitenlands vastgoed een Belgisch kadastraal inkomen (KI) toegekend, op basis van vergelijkingsmethode (referentie 1975-waarde), voor gebruik in de aangifte personenbelasting (toepassing vanaf aanslagjaar 2022). De eigenaar moet de fiscus binnen vier maanden na aankoop de vereiste gegevens bezorgen voor toekenning van het KI; nadien wordt het (geïndexeerde) KI in de aangifte opgenomen. België en de VAE hebben een dubbelbelastingverdrag (ondertekend 1996, in werking sinds 2004) dat in lijn met art. 6 OESO-model het heffingsrecht over onroerende inkomsten en meerwaarden toewijst aan de staat waar het onroerend goed gelegen is. België past in dat geval doorgaans vrijstelling met progressie toe: de (geïndexeerde) KI-inkomsten worden vrijgesteld maar tellen mee om het tarief op andere Belgische inkomsten te bepalen; er is geen Belgische onroerende voorheffing over in de VAE gelegen goederen. Bij verhuur voor beroepsgebruik kunnen berekeningsregels voor het buitenlandse onroerend inkomen afwijken, maar de verdragsvrijstelling blijft principieel richtinggevend.

In Nederland wordt buitenlands vastgoed in beginsel in box 3 opgenomen (vermogen), met heffing over een forfaitair rendement en een tarief van 36% in 2024; voor onroerend goed valt dit doorgaans onder “overige bezittingen” met het (jaarlijks vastgestelde) forfaitaire rendement. Op basis van vele belastingverdragen, waaronder dat met de VAE, past Nederland in box 3 doorgaans een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting toe voor in het buitenland gelegen onroerend goed, waardoor de box 3-heffing over die waarde wordt verminderd of wegvalt. Nederland kent geen overdrachts- of registratieheffingen op VAE-transacties; lokale VAE-heffingen blijven volledig van toepassing. Anders dan België kent Nederland geen systeem van kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed; België werkt met een (geïndexeerd) KI en verdragsvrijstelling met progressie, terwijl Nederland met box 3 een vermogensheffing hanteert met verdragsmatige vrijstelling voor de waarde van buitenlands onroerend goed. Voor btw geldt in beide landen dat VAE-regels (0%/vrijstelling voor woonruimte, 5% voor commercieel) uitsluitend in de VAE spelen.

Jaarlijkse heffingen en belastingen in Verenigde Arabische Emiraten

Er bestaat in de VAE geen jaarlijkse onroerendezaak- of eigendomsbelasting; de terugkerende lasten voor eigenaars zijn vooral publiekrechtelijke gebruiks-/gemeentelijke heffingen en privaatrechtelijke service charges. In Dubai en Abu Dhabi worden service charges voor appartements- en community-deelname vastgesteld onder toezicht van respectievelijk RERA (Dubai Law No. 6 of 2019; Mollak-systeem) en de Department of Municipalities and Transport (Real Estate Law No. 3 of 2015), met verplichte begrotingsgoedkeuring en storting op escrowrekeningen. Deze bijdragen omvatten doorgaans exploitatie, onderhoud van gemeenschappelijke ruimten en een reservefonds; zij zijn geen belasting maar wel afdwingbaar (o.a. vereiste “no-dues” clearance bij eigendomsoverdracht). Betaling gebeurt meestal per kwartaal; achterstand kan leiden tot incassomaatregelen en blokkade van services. Voor verhuur in Dubai is daarnaast jaarlijkse contractregistratie via Ejari verplicht (vaste leges), en in andere emiraten bestaan vergelijkbare huurregistratiesystemen met vaste administratieve rechten.

De belangrijkste jaarlijkse overheidsheffing op gebruiksniveau is de gemeentelijke housing/municipality fee, berekend als percentage van de (werkelijke of veronderstelde) jaarlijkse huurwaarde en doorgaans geïnd via de nutsrekening van de occupant. De heffing is primair een gebruikersbelasting: bij verhuur treft zij de huurder; bij eigen gebruik kan zij op de eigenaar/occupant worden verhaald volgens lokale regels en huurregistratie. Indicatieve, publiek bekendgemaakte grondslagen per emiraat zijn:

  • Dubai: 5% over de jaarlijkse huurwaarde; inning maandelijks via DEWA; bij eigen bewoning gebaseerd op een veronderstelde huur volgens de RERA-index.
  • Abu Dhabi: 3% over de jaarlijkse huur voor niet-nationale bewoners; inning via ADDC; vrijstellingen en uitvoeringsregels bij DMT bepaald.
  • Sharjah: circa 2% over de jaarhuur; inning via SEWA; nadere invulling bij gemeentelijke verordeningen.

Naast deze fee kunnen lokale nuts- en afvalheffingen gelden; tarieven en vrijstellingen worden per emiraat/municipaliteit vastgesteld en wijzigen bij besluit. Niet-betaling kan tot afsluiting van nutsvoorzieningen en bestuurlijke invordering leiden.

Op federaal niveau geldt sinds 1 januari 2018 btw van 5% (Federal Decree-Law No. 8/2017): verhuur en doorverkoop van residentiële onroerende zaken zijn vrijgesteld, de eerste levering van nieuwe woonruimte binnen drie jaar na voltooiing is nultarief, en commerciële verkoop/verhuur is in beginsel belast tegen 5%. Btw-registratie is verplicht bij belastbare omzet boven AED 375.000 per jaar; louter particuliere verhuur van woonruimte leidt doorgaans niet tot registratieplicht. Sinds boekjaren die aanvangen op of na 1 juni 2023 geldt vennootschapsbelasting van 9% op ondernemingswinsten (Federal Decree-Law No. 47/2022), maar inkomsten van natuurlijke personen uit vastgoedbeleggingen in privé-capaciteit vallen buiten de heffingsgrondslag (Ministerial Decision No. 49/2023). Rechtspersonen die vastgoed exploiteren kunnen wel binnen de grondslag vallen; vrijzones genieten 0% voor “qualifying income”, waarbij binnenlandse vastgoedactiviteiten veelal als niet-kwalificerend worden aangemerkt. Er is geen bronheffing op huurbetalingen aan niet-ingezetenen en geen afzonderlijke meerwaardebelasting bij vervreemding van particulier vastgoed.

Voor kortetermijnverhuur en hospitality bestaan afzonderlijke toeristische heffingen en licenties, vastgesteld per emiraat en sectorautoriteit. In Dubai vereist Holiday Home-verhuur een DTCM-licentie; de exploitant int en draagt de Tourism Dirham af, een vaste heffing per kamer/slaapkamer per nacht binnen door de overheid vastgestelde bandbreedtes, met maandelijkse aangifte- en afdrachtplichten. Abu Dhabi (DCT) en Ras Al Khaimah (RAKTDA) hanteren eigen toeristenheffingen en vergunningregimes voor hotelaccommodaties én gelicentieerde holiday homes, veelal een combinatie van percentuele heffingen over de verblijfsrekening en een vaste per-nacht toeslag. Deze hospitality-heffingen drukken bedrijfseconomisch op de exploitant maar worden doorgaans aan gasten doorbelast; niet-naleving kan leiden tot boetes en intrekking van de exploitatievergunning. Buiten hospitality gelden geen jaarlijkse vastgoedbelastingen; wel blijven VvE-/communitybijdragen en nuts-/afvalheffingen verschuldigd volgens lokale regelgeving en contracten.

Voor Belgische inwoners zijn de VAE-heffingen lokaal verschuldigd, terwijl België sinds de wet van 17 februari 2021 een buitenlands kadastraal inkomen (KI) toekent voor gebruik in de personenbelasting (toepassing vanaf aanslagjaar 2022). De eigenaar moet binnen vier maanden na verwerving de gegevens aan FOD Financiën doorgeven; het geïndexeerde KI wordt nadien jaarlijks aangegeven. Op basis van het dubbelbelastingverdrag België–VAE (ondertekend 1996, in werking 2004) worden onroerende inkomsten en meerwaarden toegewezen aan de staat van ligging; België past doorgaans vrijstelling met progressie, zodat het buitenlandse onroerend inkomen het tarief op andere Belgische inkomsten beïnvloedt maar zelf vrijgesteld blijft. Er is geen Belgische onroerende voorheffing op in de VAE gelegen goederen. Ter vergelijking: in Nederland geldt wél gemeentelijke OZB en lokale heffingen (afval/waterschap) op binnenlands vastgoed, en buitenlands vastgoed wordt in box 3 betrokken met forfaitair rendement (tarief 36% in 2024) maar veelal verdragsmatig vrijgesteld voor de waardetoerekening; Nederland kent geen KI-systeem.

Belastingregels bij verhuur en verkoop in Verenigde Arabische Emiraten

Verhuur van onroerend goed in de VAE kent geen personenbelasting of bronheffing; natuurlijke personen die louter privé beleggen vallen niet in de federale vennootschapsbelasting (9% sinds boekjaren vanaf 1 juni 2023; Ministerial Decision No. 49/2023). Btw (5% sinds 1 januari 2018) is bepalend: verhuur van residentiële woonruimte is vrijgesteld, zodat btw op kosten voor zulke verhuur in beginsel niet aftrekbaar is; commerciële verhuur is belast tegen 5% met recht op aftrek. Niet-ingezeten verhuurders die in de VAE belaste prestaties verrichten (bijv. commerciële verhuur) moeten zich doorgaans per direct voor btw registreren; de drempel van AED 375.000 geldt niet voor niet-ingezetenen zonder lokale belastingplichtige afnemer die de belasting verlegt. Bij gemengd gebruik (woon/handel) is pro rata-toerekening van voorbelasting vereist volgens FTA-richtlijnen (Real Estate VAT Guide). Kortverhuur in de vorm van gelicentieerde holiday homes valt buiten de woonvrijstelling en leidt tot belastbare prestaties en afzonderlijke toeristenheffingen per emiraat, naast de reguliere btw-verplichtingen.

Voor de verkoop geldt geen afzonderlijke meerwaardebelasting voor particulieren en geen federale stempel- of zegelrechten; de fiscale behandeling draait om btw en registratie/overdrachtsheffingen van de lokale registrator. De verkoop van residentiële eenheden is vrijgesteld, behalve de eerste levering binnen drie jaar na voltooiing, die tegen 0% wordt belast (nultarief) waardoor input-btw recupereerbaar kan zijn voor de ontwikkelaar. De verkoop van commerciële onroerende zaken is in beginsel belast tegen 5% btw; bij overdracht van een verhuurde commerciële asset kan de “transfer of a business” (TOGC) buiten de heffing vallen indien aan FTA-voorwaarden is voldaan. Bare land (onbebouwde grond) is vrijgesteld; de levering van bouwrijpe percelen met infrastructuur vereist kwalificatie aan de hand van FTA-criteria. Veiligheidsstellingen en huurwaarborgen vormen geen vergoeding voor btw-doeleinden zolang zij niet verbeurd worden; verbeurde waarborgen en break fees kunnen btw-belast zijn afhankelijk van de contractuele aard.

Registratie- en overdrachtsheffingen worden per registrator vastgesteld (emiraat of vrije zone) en komen bovenop btw/legeskosten; tarieven liggen in de praktijk in een bandbreedte van circa 2–5% van de koopprijs, met afzonderlijke vaste leges en vereiste NOC’s. Vrije zones met een eigen vastgoedregister (bijv. DIFC, ADGM) hanteren autonome tariefschema’s en procedurele vereisten; intra-groep- of reorganisatieoverdrachten kunnen onder voorwaarden gereduceerde heffingen of voorafgaande goedkeuring vergen. In Dubai bestaat voor schenking/overdracht tussen naaste familie een concessioneel tarief (gift transfer) naast standaardoverdracht, mits bewijs van verwantschap en naleving van DLD-richtlijnen; deze route staat los van normale kooptransacties. Off-plan transacties vergen afzonderlijke registratie van verkooprechten en latere conversie naar titel bij oplevering; tussentijdse cessies worden apart geregistreerd met bijbehorende heffingen. Hypotheekregistratie is een aparte, percentagegebaseerde heffing over het leningbedrag; vervroegde doorhaling of herfinanciering brengt aanvullende leges met zich mee volgens de registrator.

Voor Belgische inwoners blijven VAE-heffingen lokaal verschuldigd, terwijl België op grond van de wet van 17 februari 2021 een kadastraal inkomen (KI) toekent aan buitenlands vastgoed voor de personenbelasting; gegevens moeten binnen vier maanden na verwerving aan FOD Financiën worden gemeld via MyMinfin. Het (geïndexeerde) KI wordt vervolgens in de aangifte opgenomen; op basis van het dubbelbelastingverdrag België–VAE (1996/2004) past België doorgaans vrijstelling met progressie toe voor onroerende inkomsten en meerwaarden, zodat geen Belgische belasting wordt geheven maar het inkomen wel het tarief op andere inkomsten kan beïnvloeden. Bij verhuur voor beroepsdoeleinden gelden in België specifieke berekeningsregels voor het buitenlandse onroerend inkomen, zonder afbreuk te doen aan de verdragsvrijstelling; er is geen Belgische onroerende voorheffing op in de VAE gelegen goederen. Ter vergelijking: in Nederland wordt buitenlands vastgoed in box 3 betrokken met heffing over een forfaitair rendement (tarief 36% in 2024) en doorgaans verdragsmatige vrijstelling voor de waarde van buitenlands onroerend goed; voor btw is verhuur veelal vrijgesteld met optieverhuur voor belaste prestaties, en bij levering van nieuwbouw (binnen twee jaar) is 21% btw verschuldigd naast Nederlandse overdrachtsbelasting (meestal 10,4%, eigen-woningtarief 2% onder voorwaarden).

Hoeveel overdrachtsbelasting betaal je in Verenigde Arabische Emiraten?

Er bestaat geen federale overdrachtsbelasting in de VAE; bij eigendomsoverdracht betaal je een door het emiraat opgelegde registratie-/transferfee aan de bevoegde Land Department of Municipality, berekend als percentage van de koopprijs. In de praktijk liggen de standaardtarieven rond 2–4%: Dubai 4%, Abu Dhabi 2%, Sharjah 2% en Ajman 3%; andere emiraten hanteren vergelijkbare bandbreedtes, met in Ras Al Khaimah doorgaans een tarief in de buurt van 4%. De heffing is verschuldigd bij registratie van de overdracht en wordt in de markt veelal door de koper betaald, tenzij partijen anders afspreken; daarbovenop komen vaste leges (bijv. uitgifte titelakte) en projectgebonden NOC-kosten. Vrije zones met eigen vastgoedregister (o.a. DIFC, ADGM) hebben autonome tariefschema’s; voor off-plan in Dubai wordt separaat 4% Oqood over de contractwaarde geheven. Deze transferfee staat los van btw (5% federaal): doorverkoop van woonruimte is vrijgesteld, terwijl commerciële overdrachten in beginsel btw-belast zijn.

Ter vergelijking met Nederland: daar geldt in 2024 een algemene overdrachtsbelasting van 10,4% voor onroerend goed, met een verlaagd tarief van 2% voor de verkrijging van een eigen woning door de bewoner en een startersvrijstelling (18–35 jaar) tot € 510.000 onder voorwaarden. In Nederland is bij levering van nieuwbouw binnen twee jaar na eerste ingebruikneming doorgaans 21% btw verschuldigd in plaats van overdrachtsbelasting; deze systematiek bestaat niet in de VAE, waar de transferfee steeds naast de btw-regels staat. In de VAE zijn bijkomende vaste registratie- en administratieve heffingen gebruikelijk (bijv. titelakte, trustee fees), en in Dubai bedraagt hypotheekregistratie 0,25% van het geregistreerde leningbedrag plus vaste leges. Familiale overdrachten kunnen in sommige emiraten tegen concessionele tarieven plaatsvinden, mits aan de lokale bewijs- en registratieregels wordt voldaan. Jaarlijkse onroerendgoedbelasting ontbreekt in de VAE; terugkerende lasten zijn vooral service charges en gemeentelijke housing/municipality fees voor gebruikers.

Moet ik btw betalen bij aankoop van nieuwbouw in Verenigde Arabische Emiraten?

Voor de eerste levering van een residentieel gebouw in de VAE binnen drie jaar na voltooiing geldt het nultarief (0%) op grond van de btw-wetgeving sinds 1 januari 2018 (Federal Decree-Law No. 8/2017 en uitvoeringsbesluiten). Koop je dus nieuwbouw woonruimte rechtstreeks van de ontwikkelaar binnen die termijn, dan wordt geen 5% btw in rekening gebracht, maar een factuur met 0% btw uitgereikt; de ontwikkelaar kan zijn input-btw aftrekken. Na die drie jaar is de verkoop van woonruimte vrijgesteld van btw; er wordt dan geen btw geheven en geen aftrek van voorbelasting verleend. Commercieel vastgoed (bijv. kantoren, winkels, hotels en serviced apartments met hotelachtige diensten) is in beginsel belast tegen 5% btw; een overdracht van een verhuurd commercieel object kan buiten de heffing vallen als “transfer of a going concern” bij voldane FTA-voorwaarden. Onbebouwde “bare land” is vrijgesteld; levering van niet-bare/ontwikkelde grond kan belast zijn. Vrije zones wijzigen voor onroerend goed de btw-behandeling niet; lokale overdrachts-/registratiekosten blijven naast btw verschuldigd.

  • Nieuwbouw woonruimte (eerste levering ? 3 jaar na oplevering): 0% btw; overdrachts-/registratierechten en vaste leges blijven verschuldigd (tarief per emiraat).
    Resale na 3 jaar: vrijgesteld van btw.
  • Commercieel vastgoed (nieuw/ bestaand): 5% btw, tenzij een geldige TOGC (beide partijen btw-geregistreerd; activiteit wordt voortgezet) van toepassing is, dan buiten de heffing.
  • Bare land: btw-vrijgesteld; grond met civieltechnische werken/ontwikkeling kan btw-belast zijn afhankelijk van de feitelijke kenmerken.
  • Off-plan: fiscale behandeling volgt de uiteindelijke levering (residential first supply 0%); Oqood/registratieheffingen (bijv. in Dubai 4% over contractwaarde) staan los van btw.

Voor Belgische inwoners heeft deze btw-behandeling geen Belgische btw-gevolgen; de btw is in voorkomend geval uitsluitend in de VAE verschuldigd en niet in België verrekenbaar, tenzij een aparte VAE-btw-registratie bestaat voor belaste (meestal commerciële) activiteiten. België kent sinds de wet van 17 februari 2021 een toekenning van een buitenlands kadastraal inkomen; de gegevens moeten binnen vier maanden na aankoop aan FOD Financiën worden gemeld en het geïndexeerde KI wordt jaarlijks aangegeven, met verdragsvrijstelling met progressie onder het dubbelbelastingverdrag België–VAE (1996/2004). Er is geen Belgische onroerende voorheffing op in de VAE gelegen goederen. Ter vergelijking: in Nederland is de levering van nieuwbouw doorgaans belast met 21% btw (binnen twee jaar na eerste ingebruikneming) en geldt dan geen overdrachtsbelasting; buiten die situatie is overdrachtsbelasting verschuldigd (2024: meestal 10,4%, eigen-woningtarief 2% onder voorwaarden).

Wat is de jaarlijkse onroerendgoedbelasting in Verenigde Arabische Emiraten?

Er bestaat in de Verenigde Arabische Emiraten geen jaarlijkse onroerendgoed- of eigendomsbelasting naar Nederlands/Belgisch model; louter eigendom van een woning leidt dus niet tot een periodieke belastingaanslag. Wel gelden terugkerende publieke gebruiksheffingen op occupatieniveau (housing/municipality fee) die als percentage van de jaarlijkse huurwaarde worden berekend en doorgaans via de nutsrekening van de gebruiker worden geïnd; bij eigen bewoning betaalt de eigenaar als occupant, bij verhuur treft de heffing de huurder. Daarnaast betalen eigenaars in appartements- en communityprojecten verplichte service charges en bijdragen aan een reservefonds, vastgesteld onder toezicht van de lokale vastgoedautoriteit en beheerd via escrowrekeningen; dit zijn afdwingbare bijdragen maar geen belastingen. Er is geen personenbelasting op huur of een afzonderlijke meerwaardebelasting; btw is 5% federaal sinds 2018 (woonruimte: vrijstelling, eerste levering nieuwbouw binnen drie jaar: 0%; commercieel: 5%) en vennootschapsbelasting 9% sinds 2023 voor rechtspersonen, niet voor natuurlijke personen die privé beleggen. Voor Belgische inwoners wordt een buitenlands kadastraal inkomen toegekend (wet 17 februari 2021, melding binnen vier maanden) en op basis van het verdrag België–VAE (1996/2004) geldt doorgaans vrijstelling met progressie; in Nederland bestaat wél gemeentelijke OZB op in Nederland gelegen vastgoed, terwijl buitenlands vastgoed in box 3 valt en voor VAE doorgaans verdragsmatig wordt vrijgesteld.

  • Dubai: 5% over de jaarlijkse huurwaarde; inning maandelijks via DEWA; bij eigen bewoning gebaseerd op een door de RERA-rental index afgeleide veronderstelde huur.
  • Abu Dhabi: 3% over de jaarhuur voor niet?UAE?onderdanen; inning via ADDC; vrijstellingen en uitvoeringsregels door Department of Municipalities and Transport.
  • Sharjah: circa 2% over de jaarhuur; inning via SEWA; nadere voorwaarden en vrijstellingen per gemeentelijke verordening.

Hoe worden huurinkomsten belast in Verenigde Arabische Emiraten?

Voor natuurlijke personen bestaat in de VAE geen personenbelasting op huurinkomsten; louter privébelegging in vastgoed valt buiten de federale vennootschapsbelasting van 9% die geldt voor boekjaren vanaf 1 juni 2023 (Federal Decree-Law No. 47/2022; Ministerial Decision No. 49/2023). Rechtspersonen die vastgoed verhuren, waaronder lokale LLC’s of buitenlandse vaste inrichtingen, vallen in beginsel wél binnen de vennootschapsbelasting, waarbij vrijzones doorgaans 0% toepassen op “qualifying income” maar binnenlandse vastgoedopbrengsten meestal expliciet uitsluiten. Btw bedraagt 5% sinds 1 januari 2018 (Federal Decree-Law No. 8/2017): verhuur van residentiële woonruimte is vrijgesteld, waardoor geen btw wordt aangerekend en voorbelasting niet aftrekbaar is; commerciële verhuur (kantoren, winkels, magazijnen) is belast tegen 5% met recht op aftrek. Niet-ingezeten verhuurders die belaste (meestal commerciële) verhuur verrichten moeten zich registreren voor btw; de drempel van AED 375.000 geldt niet voor niet-ingezetenen zonder lokale afnemer die de heffing verlegt. Voor gemengd gebruik is een pro-rata toerekening verplicht conform de FTA Real Estate VAT Guide. Er bestaan geen bronheffingen op huurbetalingen en geen afzonderlijke meerwaardebelasting voor particulieren; gemeentelijke housing/municipality fees drukken op de gebruiker en zijn geen inkomstenbelasting.

  • Residentiële verhuur: vrijgesteld van 5% btw; geen aftrek van voorbelasting; geen btw-registratie als dit de enige activiteit is.
  • Commerciële verhuur: 5% btw verschuldigd; niet-ingezetenen moeten registreren; btw-factuur vereist en plaats van prestatie is de VAE.
  • Huurwaarborg/break fee: buiten btw zolang niet verbeurd; bij verbeurdverklaring of beëindigingsvergoeding kan 5% btw gelden afhankelijk van de kwalificatie.
  • Service charges/VvE-bijdragen zijn afdwingbaar maar geen belasting; property management, makelaarscourtage en onderhoudsdiensten zijn doorgaans met 5% btw belast.
  • Vrije zones/designated zones wijzigen de btw-behandeling van onroerend goed niet; voor vennootschapsbelasting tellen binnenlandse vastgoedopbrengsten in vrijzones meestal niet als “qualifying income”.

Voor kortetermijnverhuur gelden aanvullende regels op sectorniveau. In Dubai vereist de Department of Economy and Tourism (voorheen DTCM) een holiday home-licentie en wordt de Tourism Dirham als vaste per-nacht heffing geheven; in Abu Dhabi (DCT) en Ras Al Khaimah (RAKTDA) gelden vergelijkbare vergunningen en toeristenheffingen met periodieke aangifte- en betalingsplichten. In de praktijk worden gelicentieerde holiday homes buiten de woonvrijstelling geplaatst en belast met 5% btw, terwijl verhuur met hotelachtige diensten (receptie, dagelijkse schoonmaak, catering) evident als commerciële, btw-belaste prestatie kwalificeert; louter residentieel gebruik zonder dergelijke diensten valt onder de vrijstelling. Zekerheidsstellingen en huurwaarborgen vormen geen vergoeding voor btw-doeleinden zolang zij niet verbeurd worden; bij verbeurdverklaring of contractuele break fees kan 5% btw verschuldigd zijn afhankelijk van de contractuele kwalificatie. In Dubai en andere emiraten is huurcontractregistratie (zoals Ejari) verplicht voor handhaving en nutsaansluitingen; dit zijn administratieve vereisten die de fiscale kwalificatie niet wijzigen, terwijl service charges en reservefondsbijdragen door VvE/ontwikkelaar afdwingbaar zijn maar niet als belasting worden aangemerkt.

Voor Belgische inwoners is uitsluitend de lokale VAE-heffing van toepassing op de huurtransactie zelf, maar België belast wereldwijd en kent sinds de wet van 17 februari 2021 een toekenning van een kadastraal inkomen (KI) aan buitenlands vastgoed. De eigenaar moet binnen vier maanden na verwerving de gegevens aan FOD Financiën melden; het geïndexeerde KI wordt jaarlijks in de aangifte personenbelasting opgenomen en op basis van het dubbelbelastingverdrag België–VAE van 1996 (in werking 2004) wordt het heffingsrecht over onroerende inkomsten aan de VAE toegewezen, terwijl België doorgaans vrijstelling met progressie toepast. Bij verhuur met beroepsmatig karakter kunnen interne Belgische berekeningsregels voor het buitenlandse onroerend inkomen afwijken, zonder afbreuk te doen aan de verdragsvrijstelling; er is geen Belgische onroerende voorheffing op in de VAE gelegen goederen. Er is evenmin een Belgische bronheffing op naar België uitgekeerde huur uit de VAE. Ter vergelijking: Nederland rekent buitenlands vastgoed in beginsel tot box 3 (forfaitair rendement; tarief 36% in 2024) en verleent op basis van verdragen doorgaans vrijstelling voor de waarde van in het buitenland gelegen onroerend goed; btw en toeristenheffingen over de verhuur blijven volledig in de VAE geheven.

Wat zijn de regels voor vermogenswinstbelasting in Verenigde Arabische Emiraten?

Er bestaat in de VAE geen afzonderlijke vermogenswinstbelasting voor natuurlijke personen; verkoopwinsten op woningen, appartementen, gronden, aandelen of crypto zijn niet belast, los van lokale overdrachts-/registratieheffingen per emiraat. Sinds boekjaren die aanvangen op of na 1 juni 2023 geldt wel een federale vennootschapsbelasting (Federal Decree-Law No. 47/2022): vermogenswinsten van rechtspersonen maken deel uit van de belastbare winst (0% over de eerste AED 375.000; 9% daarboven). Voor vrije?zone?entiteiten geldt 0% voor “qualifying income”, maar inkomsten en meerwaarden uit in de VAE gelegen onroerend goed zijn in de regel uitgesloten en belastbaar tegen 9%, behalve voor commercieel vastgoed in een free zone bij transacties met andere free?zone?personen onder de detailvoorwaarden. Meerwaarden op kwalificerende aandelenparticipaties kunnen onder deelnemingsvrijstelling vallen volgens de wettelijke criteria. Er is geen federale bronheffing of aparte capital gains?heffing bij vervreemding; btw (5%) is niet van toepassing op de verkoop van bestaande woonruimte en is voor meerwaarden niet relevant.

  • Natuurlijke personen (privébelegging): geen vermogenswinstbelasting bij verkoop van vastgoed, aandelen of crypto; alleen lokale transfer-/registratiekosten per emiraat.
  • Rechtspersonen: meerwaarden onderdeel van de vennootschapsbelastinggrondslag (0% tot AED 375.000; 9% daarboven); deelnemingsvrijstelling mogelijk voor kwalificerende aandelen; verliesverrekening en overige CT-regels zijn van toepassing.
  • Vrije zones: 0% voor “qualifying income”; inkomsten/meerwaarden uit VAE?onroerend goed zijn doorgaans “excluded activities” en belastbaar tegen 9%, met beperkte uitzondering voor commercieel vastgoed in een free zone bij transactie met een andere free?zone?persoon.
  • Niet?ingezeten rechtspersonen: UAE?broninkomsten uit in de VAE gelegen onroerend goed (waaronder verkoopwinsten) kunnen onder de UAE?vennootschapsbelasting vallen, ook zonder vaste inrichting; geen bronheffing op opbrengsten.
  • België/Nederland: het verdrag België–VAE (1996/2004) wijst meerwaarden op onroerend goed toe aan de staat van ligging; België past doorgaans vrijstelling met progressie, terwijl in Nederland voor particulieren geen aparte meerwaardebelasting bestaat en buitenlands vastgoed in box 3 valt (forfaitair rendement; 2024: 36%).

Betaal ik ook in Nederland belasting over een woning in Verenigde Arabische Emiraten?

Als in Nederland woonachtige belastingplichtige moet u een VAE?woning in box 3 aangeven, maar op grond van het belastingverdrag Nederland–VAE en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 krijgt u in box 3 doorgaans volledige voorkoming voor in het buitenland gelegen onroerende zaken, zodat over die waarde in Nederland effectief geen box 3?heffing resteert. U geeft de woning wel op als “in het buitenland gelegen onroerend goed”; de vermindering verlaagt de verschuldigde box 3?belasting naar rato. Box 3 hanteert een heffingsvrij vermogen (€ 57.000 per persoon in 2024; € 114.000 voor fiscale partners) en een tarief van 36% in 2024 over een forfaitair rendement dat jaarlijks per vermogenscategorie wordt vastgesteld; buitenlandse woningen vallen onder “overige bezittingen”. Door de verdragsvoorkoming betaalt u in Nederland alleen box 3?heffing voor zover uw overige (niet?vrijgestelde) box 3?bezittingen na aftrek van schulden boven het heffingsvrije vermogen uitkomen. Het VAE?object blijft lokaal onderworpen aan VAE?heffingen en registratiekosten.

De waardering in box 3 gebeurt naar de waarde in het economisch verkeer per 1 januari van het belastingjaar, omgerekend naar euro tegen de door de Belastingdienst aanvaarde wisselkoers; eventuele VAE?financiering wordt als box 3?schuld in mindering gebracht volgens de Nederlandse regels. Hypotheekrente op een tweede woning is in Nederland niet aftrekbaar in box 1; de schuld verlaagt slechts uw box 3?grondslag. Werkelijke huurinkomsten en verkoopwinsten op buitenlands particulier vastgoed worden in Nederland niet afzonderlijk belast; zij zijn verdisconteerd in de box 3?systematiek en worden voor VAE?onroerend goed door verdragsvoorkoming geneutraliseerd. Er is geen Nederlandse overdrachtsbelasting, btw of OZB op in de VAE gelegen vastgoedtransacties; die heffingen zijn uitsluitend lokaal verschuldigd. De verdragsvoorkoming werkt via een evenredige vermindering: u blijft dus aangifteplichtig, maar de aan de VAE?woning toerekenbare box 3?druk wordt tot nul gereduceerd.

Ter vergelijking: Belgische inwoners krijgen sinds de wet van 17 februari 2021 een Belgisch kadastraal inkomen (KI) toegekend voor buitenlands vastgoed; de eigenaar moet binnen vier maanden na aankoop gegevens aan FOD Financiën bezorgen, waarna het (geïndexeerde) KI jaarlijks in de personenbelasting wordt aangegeven (toepassing vanaf aanslagjaar 2022). Op basis van het dubbelbelastingverdrag België–VAE (ondertekend 1996, in werking 2004) worden onroerende inkomsten aan de staat van ligging toegewezen en past België doorgaans vrijstelling met progressie toe: het buitenlandse onroerend inkomen is vrijgesteld maar telt mee voor de tariefbepaling op andere inkomsten. Er is geen Belgische onroerende voorheffing op in de VAE gelegen goederen; lokale VAE?heffingen blijven volledig verschuldigd. Anders dan Nederland kent België geen box 3?vermogensheffing: België werkt met een (geïndexeerd) KI en verdragsvrijstelling, terwijl Nederland buitenlandse woningen in box 3 opneemt maar door verdragsvoorkoming de aan die onroerende zaken toerekenbare heffing veelal tot nul reduceert.

Bestaat er een dubbelbelastingverdrag tussen Nederland en Verenigde Arabische Emiraten?

Ja. Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten hebben een bilateraal verdrag ter voorkoming van dubbele belasting en het voorkomen van belastingontduiking op inkomsten, ondertekend in 2007 en nadien in werking getreden, met een aanvullend wijzigingsprotocol. Het verdrag sluit aan bij het OESO?model: inkomsten uit onroerende goederen en meerwaarden daarop zijn belast in de staat waar het vastgoed is gelegen (VAE), ondernemingswinsten in de woonstaat tenzij er een vaste inrichting in de andere staat is, en dividenden, interest en royalty’s kennen gemaximeerde bronheffingen. Voor in Nederland wonende particulieren leidt VAE?vastgoed tot verdragsvoorkoming in box 3 via de evenredige vermindering op grond van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, zodat de aan dat onroerend goed toerekenbare box 3?heffing feitelijk tot nul wordt gereduceerd. Nederland heft in beginsel 15% dividendbelasting die onder het verdrag kan dalen afhankelijk van de deelnemingsomvang; op interest en royalty’s rust normaliter geen reguliere Nederlandse bronheffing, terwijl de voorwaardelijke bronheffing richting laagbelastende jurisdicties sinds invoering van 9% UAE?vennootschapsbelasting doorgaans niet van toepassing is. Ter vergelijking: België heeft eveneens een verdrag met de VAE (ondertekend 1996, in werking 2004) en past voor VAE?vastgoed vrijstelling met progressie toe na toekenning van een Belgisch kadastraal inkomen; beide verdragen laten lokale VAE?registratie? en overdrachtsheffingen onverlet.

Zijn er erf- of schenkingsbelastingen in Verenigde Arabische Emiraten?

Erf- of schenkbelasting bestaan niet in de Verenigde Arabische Emiraten: er is geen federale of emiraten?specifieke heffing op nalatenschappen of giften aan natuurlijke personen. Bij overlijden of schenking van onroerend goed geldt wél dat de eigendomsoverdracht alleen wordt geregistreerd na betaling van lokale registratie-/transferkosten en vaste leges; het tarief en de procedure verschillen per emiraat en registrator. In Dubai wordt voor familie?giften tussen eerstegraads verwanten een concessioneel, lager tarief toegepast ten opzichte van de reguliere overdrachtsfee, mits bewijs van verwantschap en naleving van DLD?voorwaarden; voor erfenissen gelden aparte titelmutatie? en dossierkosten in plaats van de standaard 4% overdrachtsfee. De afwikkeling van nalatenschappen verloopt via de bevoegde rechtbank (Sharia?regels voor moslims; niet?moslims kunnen o.a. via DIFC Courts Wills Service of Abu Dhabi Judicial Department een testament laten registreren), met bijbehorende griffierechten en vereiste legalisaties/vertalingen. Btw is in beginsel niet van toepassing op een louter particuliere overdracht van woonruimte; in zakelijke context kan een schenking van commercieel vastgoed als belaste fictieve levering kwalificeren onder de VAE?btw (5%) als aan de voorwaarden voor een belaste onttrekking is voldaan.

  • Geen erfbelasting of schenkbelasting in de VAE; wel lokale registratie-/titelkosten bij overdracht.
  • Familieschenking: in Dubai concessioneel gift?tarief voor eerstegraads familie; voorwaarden en bewijsstukken vereist.
  • Erfenisoverdracht: titelmutatie na rechterlijke beschikking/verklaring van erfrecht; vaste leges per emiraat/registrator.
  • Niet?moslims: mogelijkheid tot testamentregistratie (DIFC/ADJD) met vaste registratierechten; banken blokkeren rekeningen tot probate.
  • Btw: particuliere woonruimte doorgaans buiten heffing; commerciële schenkingen kunnen als fictieve levering belast zijn (5%).

Voor in België wonende erfgenamen/schenkers geldt Belgische heffing los van het ontbreken van VAE?erf-/schenkbelasting. Belgische erfbelasting wordt regionaal geheven over het wereldwijde vermogen (inclusief VAE?vastgoed): in Vlaanderen voor partners/kinderen progressief 3–27% en voor anderen tot 55%; in Brussel/Wallonië voor partners/kinderen 3–30% en voor verre derden tot 80% (tarieven 2024; woonplaats erflater bepaalt het gewest). Schenkbelasting is in België verschuldigd bij geregistreerde schenkingen (tarieven en vrijstellingen per gewest en graad van verwantschap); er is geen Belgisch verdrag met de VAE voor nalatenschappen of schenkingen, zodat geen buitenlandse belastingkrediet speelt omdat de VAE geen dergelijke belastingen heft. Het Belgische kadastraal inkomen voor buitenlands vastgoed (wet 17 februari 2021) is relevant voor de jaarlijkse personenbelasting, maar beïnvloedt niet de verschuldigdheid van erf- of schenkbelasting. Ter vergelijking: Nederland heft wel erf? en schenkbelasting over het wereldvermogen van inwoners (2024: 10–20% voor partners/kinderen; 30–40% voor anderen), met vrijstellingen en eenzijdige voorkoming voor in het buitenland betaalde overlijdensheffingen; omdat de VAE geen erf-/schenkbelasting kennen, is in de regel geen Nederlandse verrekening van toepassing.

Welke lokale heffingen en gemeentelijke belastingen gelden in Verenigde Arabische Emiraten?

Er is geen jaarlijkse onroerendezaak- of eigendomsbelasting in de VAE; de terugkerende publieke last is primair een housing/municipality fee die aan de gebruiker wordt toegerekend en via de nutsrekening wordt geïnd. De heffing wordt bepaald als percentage van de (werkelijke of veronderstelde) jaarhuur en volgt de huur- of gebruiksregistratie; bij verhuur betaalt de huurder, bij eigen gebruik wordt de eigenaar als occupant aangeslagen. De inning gebeurt doorgaans via DEWA (Dubai), ADDC (Abu Dhabi) of SEWA (Sharjah), met bestuurlijke invordering bij achterstand. Voor appartementen en communities komen daar privaatrechtelijke service charges bij onder toezicht van de lokale vastgoedautoriteit; dit zijn geen belastingen maar wel verplicht en afdwingbaar. In de noordelijke emiraten (Ajman, Ras Al Khaimah, Fujairah, Umm Al Quwain) gelden vergelijkbare, door de gemeente vastgestelde gebruikersheffingen die aan nutsverbruik of contractattestatie zijn gekoppeld; tarieven en vrijstellingen volgen lokale besluiten en publicaties.

  • Dubai: housing fee 5% van de jaarlijkse huurwaarde; maandelijks via DEWA; bij eigen bewoning gebaseerd op een veronderstelde huur volgens de huurindex.
  • Abu Dhabi: 3% over de jaarhuur voor niet?UAE?onderdanen; inning via ADDC; vrijstellingen en uitvoeringsregels bij DMT vastgelegd.
  • Sharjah: circa 2% over de jaarhuur; inning via SEWA; nadere voorwaarden en uitzonderingen per gemeentelijke verordening.
  • Overige emiraten: analoge gebruikersheffingen, gekoppeld aan nutsrekeningen of contractattestatie; bandbreedtes en grondslagen worden lokaal vastgesteld en periodiek gewijzigd.

Naast de housing/municipality fee zijn huurregistratie en contractattestatie gemeentelijk verplicht, met vaste leges per contract en per wijziging. In Dubai gebeurt registratie via Ejari; in Abu Dhabi via Tawtheeq; Sharjah, Ajman en de noordelijke emiraten hanteren eigen attesteringsplatforms met vergelijkbare formaliteiten. Deze registraties zijn randvoorwaardelijk voor nutsaansluitingen, indexatie en rechtsgeldige handhaving, en vormen geen belasting maar verplichte gemeentelijke rechten. Verder brengen gemeenten bij vastgoedtransacties vaste dossier? en certificaatleges in rekening (bijvoorbeeld titel? of kadastrale uittreksels), naast de afzonderlijke overdrachts-/registratiefee van het emiraat bij eigendomsoverdracht. Bouw? en verbouwactiviteiten vergen afzonderlijke bouw- en opleveringsvergunningen met leges en inspectiekosten; de exacte tarieven en doorlooptijden worden per emiraat en, in vrije zones, per registrator vastgesteld.

Voor kortverhuur en hospitality gelden additionele lokale heffingen en licenties. Dubai kent een DTCM?vergunning voor holiday homes en de Tourism Dirham, een vaste toeslag per kamer/slaapkamer per nacht binnen door de overheid gepubliceerde bandbreedtes, met maandelijkse aangifte. Abu Dhabi (Department of Culture and Tourism) en Ras Al Khaimah (RAKTDA) leggen sectorheffingen op die doorgaans bestaan uit percentuele toeslagen op de verblijfsrekening aangevuld met een vaste AED?per?nacht component; de toepasselijke tarieven en vrijstellingen volgen uit de actuele emiraatsbesluiten. Buiten hospitality bestaan geen periodieke gemeentelijke vastgoedbelastingen; wel blijven VvE?/communitybijdragen en eventuele afval- en nutsheffingen verschuldigd volgens lokale regelgeving. Ter vergelijking: Nederland heft wél OZB en lokale heffingen (afvalstoffen/waterschap) op binnenlands vastgoed, terwijl de VAE met gebruikersgebonden housing fees werken; voor Belgische inwoners ontbreekt Belgische onroerende voorheffing op VAE?vastgoed, maar een Belgisch kadastraal inkomen wordt wel toegekend voor de personenbelasting.

Welke fiscale voordelen bestaan er voor huiseigenaren in Verenigde Arabische Emiraten?

Huiseigenaren in de VAE genieten meerdere structurele fiscale voordelen: natuurlijke personen betalen geen personenbelasting over huurinkomsten en er is geen afzonderlijke belasting op vermogenswinsten bij verkoop van particulier vastgoed. Er bestaat evenmin een jaarlijkse onroerendezaak- of eigendomsbelasting; terugkerende publieke lasten zijn primair gebruiksgebonden en worden aan de occupant toegerekend, niet aan het loutere eigendom. Sinds 1 januari 2018 geldt btw van 5% (Federal Decree-Law No. 8/2017), maar voor residentiële woningen is de eerste levering binnen drie jaar na voltooiing nultarief (0%) en latere doorverkopen zijn vrijgesteld, waardoor kopers doorgaans geen 5% btw op woonruimte betalen. Er is geen bronheffing op huuruitkeringen of verkoopopbrengsten aan niet-ingezetenen, zodat netto-inkomsten vrij naar het buitenland kunnen vloeien. De federale vennootschapsbelasting (9% vanaf boekjaren die aanvangen op/na 1 juni 2023; Federal Decree-Law No. 47/2022) treft particuliere beleggers niet wanneer zij in privé vastgoed houden (Ministerial Decision No. 49/2023).

  • Geen personenbelasting voor natuurlijke personen op huur of verkoopwinst; geen afzonderlijke capital gains tax.
  • Geen jaarlijkse eigendomsbelasting; housing/municipality fees zijn gebruikersheffingen (niet-eigenaarsspecifiek).
  • Btw op woonruimte: eerste levering binnen 3 jaar 0%; doorverkoop vrijgesteld; commercieel vastgoed 5% (sinds 1-1-2018).
  • Geen bronheffingen op huur of verkoopopbrengsten naar het buitenland; geen federale stempel- of zegelrechten.
  • Vennootschapsbelasting 9% voor rechtspersonen; particuliere privébeleggingen vallen buiten de grondslag (MD 49/2023).
  • Geen erf- of schenkbelasting; wel lokale registratie-/titelkosten, met in Dubai concessioneel tarief voor gifts tussen eerstegraads familie.

In de praktijk drukken gemeentelijke gebruiksheffingen op de bewoner, wat voor verhuurders betekent dat deze last doorgaans door huurders wordt gedragen in plaats van door de eigenaar. Indicatieve gebruikersheffingen zijn in Dubai 5% van de jaarlijkse huurwaarde, in Abu Dhabi 3% voor niet?UAE?onderdanen en in Sharjah circa 2%; zij worden normaliter via de nutsrekening geïnd en zijn publiekrechtelijk afdwingbaar. Verplichte service charges en bijdragen aan een reservefonds in appartements- en communityprojecten zijn geen belasting maar contractueel afdwingbare bijdragen onder toezicht van de lokale autoriteit. Registratie bij eigendomsoverdracht gebeurt tegen een emiraatsspecifieke transferfee (veelal 2–4%) met vaste leges; hoewel dit kosten zijn, vervangen zij hoge overdrachtsbelastingen die in andere landen voorkomen. Voor kortverhuur gelden toeristische heffingen en licenties (bijv. Tourism Dirham in Dubai), die economisch op de exploitant rusten maar doorgaans aan gasten worden doorbelast; zij vormen geen personenbelasting voor de eigenaar. Vrije zones wijzigen de materiële vastgoed-btw niet; de nultarief-/vrijstellingssystematiek voor woonruimte blijft gelden, wat prijsvorming bij residentiële transacties ondersteunt.

Voor Belgische inwoners levert het verdrag België–VAE (ondertekend 1996, in werking 2004) aanvullend voordeel op: onroerende inkomsten en meerwaarden zijn toewijsbaar aan de VAE en België past in de regel vrijstelling met progressie toe. België kent sinds de wet van 17 februari 2021 een Belgisch kadastraal inkomen (KI) voor buitenlands vastgoed; de eigenaar meldt binnen vier maanden na verwerving de gegevens aan FOD Financiën en geeft nadien het geïndexeerde KI aan. Dit KI is in België vrijgesteld op grond van het verdrag, maar telt mee voor tariefbepaling; er is geen Belgische onroerende voorheffing over VAE?vastgoed. In Nederland valt buitenlands vastgoed in box 3, met een tarief van 36% in 2024 over een forfaitair rendement; op basis van het verdrag en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 wordt voor in het buitenland gelegen onroerend goed doorgaans een evenredige vermindering verleend, zodat de aan de VAE?woning toerekenbare box 3?druk veelal tot nul wordt gereduceerd. Anders dan in Nederland, waar overdrachtsbelasting (meestal 10,4% in 2024) en OZB op binnenlands vastgoed gelden, kent de VAE geen vergelijkbare jaarlijkse eigendomsbelasting en geen personenbelasting op vastgoedinkomsten voor particuliere eigenaren.

Disclaimer
De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve doeleinden. Hoewel wij de inhoud met de grootst mogelijke zorg samenstellen, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Wij zijn geen financieel adviseur en geven geen persoonlijk advies.

Het kopen of financieren van een vakantiewoning brengt financiële risico’s en verplichtingen met zich mee. Doe daarom altijd je eigen onderzoek en win – indien gewenst – professioneel financieel of juridisch advies in bij een erkende adviseur voordat je een beslissing neemt.

Vakantiewoningkopen.nl en de auteurs van de artikelen aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de op deze website aangeboden informatie.