Bij aankoop van een tweede verblijf in België gelden geen aankoopsubsidies; enkel registratierechten en btw-regels zijn relevant. In Vlaanderen bedraagt het registratierecht 12% voor niet-hoofdverblijven (hervorming 2022); in Brussel en Wallonië is dit 12,5%, zonder abattement voor een tweede woning. Het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken geldt voor woningen ouder dan 10 jaar die hoofdzakelijk als privéwoning dienen, en is ook toepasbaar op tweede verblijven mits facturatie aan de eindgebruiker. De 6% btw voor sloop-heropbouw is sinds 2024 federaal verankerd, maar beperkt tot de eigen hoofdverblijfplaats (met bewoonbaarheids- en oppervlaktevoorwaarden) of verhuur via een sociaal verhuurkantoor gedurende 15 jaar; tweede verblijven zijn uitgesloten. Ter vergelijking: Nederland kent geen registratierechten maar 10,4% overdrachtsbelasting voor tweede woningen (20232025), en 9% btw op arbeidsloon bij renovatie van woningen ouder dan 2 jaar.
Renovatiesteun is regionaal en voor tweede verblijven sterk beperkt. Vlaanderen: de Mijn VerbouwPremie (sinds 2022) en de EPC-labelpremie richten zich primair op eigenaar-bewoners en verhuurders; loutere tweede verblijven komen in de regel niet in aanmerking, behalve wanneer verhuurd wordt via sociaal verhuurstelsel met lange duur en betaalbare huur. De Mijn Verbouwlening (0% tot lage rente) is evenmin beschikbaar voor tweede verblijven die niet als hoofdverblijf dienen. Brussel: de RENOLUTION-premies (vanaf 2022) vereisen doorgaans effectieve bewoning als hoofdverblijf of verhuur; een niet-bewoonde tweede verblijfstatus sluit vaak uit of reduceert de subsidie. Wallonië: de Primes Habitation na energieaudit (PEB) zijn hoofdzakelijk voor de hoofdverblijfplaats met blijfplicht; tweede verblijven vallen in de praktijk buiten de meeste steunregimes. In Nederland zijn energie- en isolatiesubsidies veelal gekoppeld aan de hoofdwoning van de aanvrager.
Fiscaal geldt voor een tweede woning in België belasting op onroerend inkomen: het (geïndexeerde) kadastraal inkomen verhoogd met 40% wordt belast in de personenbelasting; er is geen woonbonus meer (Vlaanderen sinds 2020, Brussel sinds 2017, Wallonië vervangen door Chèque Habitat voor hoofdverblijf). Rente van een lening voor aankoop/renovatie van het tweede verblijf is aftrekbaar tegen dit onroerend inkomen, waardoor de belastbare basis kan dalen; onroerende voorheffing blijft verschuldigd. Voor toeristische verhuur ontstaan btw- en inkomstenbelastingeffecten afhankelijk van dienstenpakket; dit staat los van subsidies en verandert de renovatie-btw niet retroactief. In Nederland valt een tweede woning in box 3 met forfaitair rendement en zonder renteaftrek; verhuurinkomsten zijn meestal niet afzonderlijk belast. Belgische renovatie-btw (6% ?10 jaar oud) is doorgaans gunstiger dan Nederlandse btw (9% op arbeid, 21% op materialen) voor tweede verblijven.
Fiscale voordelen en vrijstellingen in Duitsland
Voor een in Duitsland gelegen tweede woning gelden enkele fiscale voordelen. Duitsland kent geen fictief huurinkomen; als u niet verhuurt, wordt geen voordeel uit eigen gebruik belast. Er bestaat geen vermogensbelasting; het bezit zelf wordt niet jaarlijks naar waarde belast, wel blijft de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (Grundsteuer) verschuldigd, die per 1 januari 2025 op basis van de hervormde waarderingsmethodiek wordt geheven. Sommige gemeenten heffen daarnaast een Zweitwohnungsteuer voor geregistreerde nevenverblijven, doorgaans als percentage van de jaarlijkse koudhuur of een forfaitaire huurwaarde. Bij aankoop bestaan in Duitsland geen vrijstellingen voor particuliere tweede verblijven; Grunderwerbsteuer is verschuldigd volgens deelstaat (circa 3,56,5%). Ter vergelijking: Nederland belast tweede woningen jaarlijks in box 3 op basis van een forfaitair rendement op de WOZ-waarde, ongeacht verhuur.
Bij verhuur worden in Duitsland uitsluitend de werkelijke resultaten belast (Einkünfte aus Vermietung und Verpachtung); alle kosten zijn aftrekbaar, waaronder hypotheekrente, onderhoud, verzekeringen, eigenaarsbijdragen en afschrijving. De lineaire AfA bedraagt doorgaans 2% per jaar; voor vóór 1925 voltooide gebouwen 2,5%, en voor woongebouwen die vanaf 2023 zijn voltooid 3% (§ 7 EStG). Verliezen uit verhuur kunnen in principe met ander inkomen worden verrekend, tenzij sprake is van Liebhaberei. Btw: de verstrekking van logies (Beherbergungsleistungen) aan gasten is belast tegen 7% over de overnachting; aanvullende diensten (bijv. ontbijt) 19%. Kleine ondernemers kunnen de USt-vrijstelling toepassen bij een jaaromzet tot 22.000 EUR (vorig jaar) en verwacht ?50.000 EUR (lopend jaar) (§ 19 UStG). In Nederland zijn verhuurlasten niet aftrekbaar doordat tweede woningen in box 3 vallen.
- Grunderwerbsteuer: deelstaatafhankelijk ca. 3,56,5%.
- Grundsteuer: nieuw waarderingsstelsel van kracht vanaf 1-1-2025.
- Afschrijving (AfA): 2% p.j. regulier; 2,5% voor pre-1925; 3% voor woongebouwen voltooid vanaf 2023.
- Btw logies: 7% op overnachting; 19% op nevendiensten; Kleinunternehmer-drempels 22.000/50.000 EUR.
- Zweitwohnungsteuer: door gemeenten, veelal 520% van (forfaitaire) jaarlijkse koudhuur.
- Meerwaardevrijstelling: na 10 jaar of bij uitsluitend eigen gebruik in verkoopjaar + twee voorafgaande kalenderjaren.
Bij verkoop is de meerwaarde voor particuliere eigenaars in Duitsland vrijgesteld na een houdtermijn van 10 jaar (Spekulationsfrist), of eerder indien de woning in het verkoopjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren uitsluitend voor eigen bewoning is gebruikt (§ 23 EStG). Voor niet-inwoners wordt huurinkomen en een belaste meerwaarde in Duitsland geheven; daarboven kan, bij hoge inkomens, Solidaritätszuschlag (5,5% van de Duitse inkomstenbelasting) en eventueel Kirchensteuer (89% afhankelijk van deelstaat) verschuldigd zijn. Het Belgisch-Duitse dubbelbelastingverdrag wijst heffingsrechten over onroerend goed toe aan het liggingland; België verleent vrijstelling met progressievoorbehoud. Sinds aanslagjaar 2022 hanteert België voor buitenlands vastgoed een forfaitair buitenlands kadastraal inkomen voor die vrijstellingsmethode. Erf- en schenkbelasting kent in Duitsland ruime persoonlijke vrijstellingen (bv. echtgenoten 500.000 EUR, kinderen 400.000 EUR), maar geen specifieke vrijstelling voor een louter tweede verblijf. Ter vergelijking: België kent privé-meerwaardevrijstelling op gebouwen na 5 jaar, Nederland belast geen verkoopwinst op privévastgoed.
Specifieke regelingen voor buitenlanders in Duitsland
België kent geen nationaliteitsbeperkingen voor aankoop van onroerend goed; ook niet-EU-burgers kunnen vrij een tweede verblijf kopen. Voor de notariële akte heeft elke koper een Belgisch identificatienummer nodig; de notaris vraagt voor niet-ingezetenen een BIS-nummer aan bij het Rijksregister. Na het ondertekenen van het compromis wordt de akte doorgaans verleden binnen vier maanden, terwijl een voorschot van circa 10% op een derdengeldenrekening van de notaris wordt gestort. Contante betalingen bij vastgoedtransacties zijn verboden (wet tegen contante betalingen; AML-wet 18 september 2017), en notariële cliëntenonderzoeken (KYC) zijn verplicht. Verkopers moeten regionale attesten aanleveren, zoals EPC, stedenbouwkundige inlichtingen en conformiteitsattesten; in Vlaanderen zijn een bodemattest (OVAM) en sinds 23 november 2022 een asbestattest verplicht voor gebouwen van vóór 2001. In Nederland bestaan evenmin aankoopbeperkingen; daar geldt wel een wettelijke bedenktijd van drie dagen voor consumenten bij woningkoop, die België niet kent.
Kosten bij aankoop bestaan vooral uit registratierechten of btw, notariskosten en eventuele hypotheekkosten. Voor bestaande woningen bedraagt het verkooprecht in Vlaanderen 12% (sinds 1 januari 2022), en in Brussel en Wallonië 12,5%; voor nieuwbouw geldt 21% btw op het gebouw, terwijl de grond doorgaans aan registratierechten onderworpen blijft. De tijdelijke 6%-btwregeling voor sloop en heropbouw werd vanaf 2024 principieel beperkt tot de eigen hoofdverblijfplaats, niet tot tweede verblijven. Notariële erelonen zijn wettelijk getarifeerd en belast met 21% btw; bijkomende aktekosten en opzoekingen worden afzonderlijk afgerekend. Hypothecaire inschrijving brengt 1% hypotheekrecht mee, plus vaste rechten en kantoorrechten, zodat akte- en inschrijvingskosten voor de lening samen doorgaans circa 23% van het geleende bedrag bedragen. Daarnaast geldt een jaarlijkse onroerende voorheffing op basis van het kadastraal inkomen (basistarief 3,97% in Vlaanderen en 1,25% in Brussel/Wallonië, vermeerderd met provinciale en gemeentelijke opcentiemen) en in vele gemeenten een vaste belasting op tweede verblijven.
- Vlaanderen: registratierechten 12% op bestaande woningen (tweede verblijf); nieuwbouw 21% btw op het gebouw.
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: registratierechten 12,5% (bestaand); nieuwbouw 21% btw op het gebouw.
- Wallonië: registratierechten 12,5% (bestaand); nieuwbouw 21% btw op het gebouw.
- Nederland (ter vergelijking): overdrachtsbelasting 10,4% voor tweede woning/belegger; 2% eigen woning; nieuwbouw met 21% btw; OZB op WOZ-waarde.
Niet-inwoners betalen in België belasting van niet-inwoners op Belgisch onroerend inkomen. Bij verhuur aan particulieren voor privégebruik wordt niet de werkelijke huur belast, maar het geïndexeerde kadastraal inkomen vermenigvuldigd met 1,40. Bij verhuur aan rechtspersonen of voor beroepsmatig gebruik is de belastbare basis de werkelijk ontvangen huur, verminderd met een kostenforfait van 40% op het gebouw, begrensd tot twee derden van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen. Meerwaarden op gebouwen verkocht binnen vijf jaar na aankoop zijn belast aan 16,5%; na vijf jaar is de meerwaarde voor particulieren in principe vrijgesteld. Het dubbelbelastingverdrag BelgiëNederland van 2001 kent heffingsrechten op onroerend inkomen aan België toe; Nederland verleent voorkoming (vrijstelling met progressie) en past in box 3 een vermindering toe voor buitenlands onroerend goed, pro rata de toerekenbare grondslag. In Nederland wordt een tweede woning niet in box 1 belast; zij valt in box 3, terwijl de gemeentelijke onroerendezaakbelasting op WOZ-waarde wordt geheven.
Belgische banken financieren niet-ingezetenen onder prudentiële richtsnoeren van de Nationale Bank; in de praktijk gelden maximale loan-to-value verhoudingen van circa 7080% voor tweede verblijven en strengere voorwaarden bij verhuur. Schuldsaldoverzekering en brandverzekering worden vaak contractueel vereist; de hypothecaire inschrijving gebeurt meestal voor 120150% van het geleende bedrag om rente en kosten te dekken. Voor toeristische verhuur is in Vlaanderen sinds het Decreet Toeristische Logies (in werking 1 januari 2017) voorafgaande registratie verplicht en moet het registratienummer in advertenties worden vermeld. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is doorgaans een vergunning én stedenbouwkundige conformiteit vereist voor toeristische logies (ordonnantie 2014 en latere uitvoeringsbesluiten), met actieve handhaving. In Wallonië voorziet het Waals Code du Tourisme (revisie 2017) in registratie- en veiligheidsnormen voor gemeubelde toeristische verhuur. In Nederland zijn kortetermijnverhuurregels vooral gemeentelijk (registratieplicht en nachtlimieten); hypotheekverstrekking aan niet-ingezetenen is beperkter en buy-to-let kent vaak lagere LTVs.
Zijn er subsidies voor energiebesparing in Duitsland?
Duitsland ondersteunt energiebesparing in woningen via de Bundesförderung für effiziente Gebäude (BEG), uitgevoerd door BAFA en KfW. Voor afzonderlijke maatregelen aan bestaande woongebouwen (bijv. isolatie, hoogrendementsramen, luchtdichting/ventilatie, hydraulische inregeling) bedraagt de BAFA-subsidie doorgaans 15% van de subsidiabele kosten; met een individueel renovatieplan (iSFP) komt daar 5 procentpunt bij (totaal 20%). Voor vervanging van verwarmingsinstallaties geldt sinds 2024 een aparte Heizungsförderung: basis 30% voor hernieuwbare systemen (met name warmtepompen), plus een inkomensbonus tot 30% bij een belastbaar huishoudinkomen tot 40.000 en een tijdelijke Klimageschwindigkeitsbonus tot 20% tot eind 2028; samen maximaal 70%. De voor deze verwarmingssubsidie subsidiabele kosten zijn bij één- en tweegezinswoningen in de regel begrensd op 30.000 voor de eerste woonunit, met hogere plafonds bij meergezinswoningen.
Voor integrale renovaties biedt KfW laagrentende leningen met aflossingssubsidie (programmatisch: Wohngebäude Kredit 261) bij het behalen van een Effizienzhaus-niveau. De aflossingssubsidie loopt, afhankelijk van het bereikte niveau (EH 85 t/m EH 40) en een eventuele EE-klasse, op tot in de orde van 45%, met maximale kredietvolumes per woonunit van circa 120.000, verhoogd tot 150.000 bij hogere efficiëntieklassen. Voor BEG-renovaties is inschakeling van een gecertificeerd Energie-Effizienz-Experte verplicht en moet de aanvraag vóór contractsluiting/werkstart worden ingediend; kostenplafonds en cumulatiebeperkingen met andere overheidssteun gelden. Los daarvan bestaat sinds 2020 een fiscale stimulans: §35c EStG biedt eigenaar-bewoners een belastingvermindering van in totaal 20% over drie jaar (7%/7%/6%) voor energierenovaties, tot een maximale grondslag van 200.000 per gebouw, maar niet combineerbaar met BEG-subsidies.
- BAFA BEG-Einzelmaßnahmen: 15% basissubsidie; +5%-punt iSFP-bonus; gebruikelijke kostencaps per woning ca. 30.000 zonder iSFP en 60.000 met iSFP; aanvraag verplicht vóór opdrachtverlening.
- Heizungsförderung (vanaf 2024): 30% basis voor hernieuwbare verwarming; inkomensbonus tot 30% en snelheidsbonus tot 20% (degressief na 2028); totaal max. 70%; kostencap bij 12 gezinswoningen doorgaans 30.000; inkomens- en snelheidsbonus alleen voor eigenaar-bewoners.
- KfW 261 (renovatiekrediet): krediet per woonunit tot ~120.000/150.000; aflossingssubsidie grofweg 545% afhankelijk van Effizienzhaus-niveau en EE-klasse; energie-adviseur verplicht; geen combinatie met §35c EStG.
Nationaliteit is geen criterium; vereist is eigendom van een in Duitsland gelegen (woon)gebouw en naleving van de BEG-richtlijnen (minstens 50% woonfunctie voor de woongebouwenlijn). Bij verhuur blijven veel BEG-instrumenten mogelijk, maar de inkomens- en snelheidsbonus bij de Heizungsförderung gelden uitsluitend voor eigenaar-bewoners; bij toeristische kortverhuur kan classificatie als niet-woongebouw of commerciële inzet tot uitsluiting van specifieke bonussen leiden. Subsidies zijn voor eigenaar-bewoners doorgaans niet belast; bij verhuur verlagen subsidies en aflossingskortingen in de regel de afschrijvings-/kostengrondslag. De fiscale §35c EStG vergt onbeperkte Duitse belastingplicht; niet-inwoners vallen daar normaliter buiten. Ter vergelijking: Nederland kent ISDE-subsidies (circa 1530% voor isolatie; vaste bedragen voor warmtepompen) en voordelige leningen via het Nationaal Warmtefonds, maar geen KfW-equivalent met hoge aflossingssubsidies voor Effizienzhaus-renovaties.
Kan ik profiteren van fiscale voordelen in Duitsland?
Voor de aankoop van een Belgische vakantiewoning gelden regionale registratierechten: in Vlaanderen 12% (sinds 1 januari 2022) en in Brussel en Wallonië 12,5% op de aankoopprijs van bestaande bouw. Voor nieuwe gebouwen geldt 21% btw; het verlaagde 6%-btw-tarief voor sloop en heropbouw is sinds 2024 permanent maar enkel voor de eigen hoofdverblijfplaats (minstens 5 jaar), dus niet voor tweede verblijven. Renovatiewerken aan particuliere woningen ouder dan 10 jaar genieten doorgaans 6% btw, ook bij tweede verblijven, mits de werken een woning dienen en door een erkende aannemer worden gefactureerd. Notariële erelonen en aktekosten zijn wettelijk vastgelegd en regressief, met bijkomende aktekosten (o.a. hypotheekkantoor, registratie en btw op het ereloon). In Nederland bedraagt de overdrachtsbelasting voor beleggingen en tweede woningen 10,4% (versus 1212,5% registratierechten in België) en 21% btw op nieuwbouw.
Jaarlijks is onroerende voorheffing verschuldigd op basis van het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI): het gewestelijk basistarief bedraagt 3,97% (Vlaanderen), 2,25% (Brussel) en 1,25% (Wallonië), vermeerderd met provinciale en gemeentelijke opcentiemen die per locatie variëren. Verhuurt u aan een particulier voor louter woongebruik, dan wordt niet het werkelijke huurbedrag belast maar het geherwaardeerde KI (geïndexeerd KI x 1,40), aan de progressieve personenbelasting plus gemeentebelasting. Bij gemeubileerde verhuur wordt het aan roerende goederen toegerekende deel afzonderlijk belast als roerend inkomen aan 30%, na een forfaitaire kostenaftrek van 50% (effectief 15%). Verhuurt u aan een vennootschap of voor beroepsdoeleinden, dan wordt het werkelijke huurinkomen belast na 40% forfaitaire kosten, met een wettelijke plafonnering gelinkt aan het (geïndexeerd en geherwaardeerd) KI. In Nederland valt particulier vastgoed in box 3; Belgisch vastgoed is daar doorgaans vrijgesteld via de buitenlandse onroerendgoedvrijstelling.
Voor toeristische kortetermijnverhuur gelden regionale regels. In Vlaanderen vereist het Logiesdecreet (2016) een melding/registratie, brandveiligheidsattest en naleving van kwaliteitsnormen; Brussel hanteert een ordonnantie inzake toeristische logies (in werking sinds 2016) met registratieplicht; Wallonië reguleert via het Code du Tourisme (2016). Gemeenten heffen vaak toeristentaks per persoon/nacht of per kamer, met aangifteplicht. Btw: zuivere verhuring van onroerend goed is vrijgesteld, maar het verstrekken van hotelachtige diensten (bijv. regelmatige schoonmaak, linnen, receptie) maakt de prestatie btw-plichtig aan 6% op het logiesgedeelte; bijkomende diensten kunnen aan 21% vallen. Optionele btw-belaste verhuur sinds 2019 geldt enkel voor B2B en doorgaans niet voor residentiële verhuur aan particulieren. In Nederland geldt voor logies een verlaagd btw-tarief van 9%, terwijl registratie- en toeristentaksregels lokaal worden bepaald, vergelijkbaar in strekking maar verschillend in detail.
Bij latere verkoop door een particulier is de meerwaarde op Belgische gebouwen belastbaar aan 16,5% (vermeerderd met gemeentelijke opcentiemen) indien de verkoop binnen 5 jaar na aankoop plaatsvindt; voor onbebouwde grond geldt 33% bij verkoop binnen 8 jaar (regeling sinds 2016). Na deze termijnen is de meerwaarde in de regel vrijgesteld, terwijl de verkoop van de hoofdverblijfplaats steeds is vrijgesteld. België kent geen vermogensbelasting; schenk- en erfbelasting op vastgoed verschillen per gewest met progressieve tarieven. Voor in Nederland wonende eigenaars van Belgisch vastgoed wordt het onroerend inkomen in België belast; Nederland verleent verdragsconform vrijstelling met progressie en past in box 3 een vrijstelling voor buitenlands onroerend goed toe. Omgekeerd worden Nederlandse heffingen op verkoopwinst privé niet geheven (geen kapitaalwinstbelasting), terwijl België onder de termijnen wel meerwaardebelasting kan opleggen.
Bestaat er een hypotheekgarantie of overheidsgarantie in Duitsland?
Een algemene, nationaal gedekte hypotheekgarantie zoals de Nederlandse NHG bestaat in Duitsland niet. Kredietinstellingen dragen het kredietrisico zelf; de door KfW aangeboden woonleningen (bijv. Wohneigentumsprogramm 124, energie-renovatie 151/152/159 en sinds 2023 Wohneigentum für Familien, Programm 300) zijn rentesubsidies of aanvullende leningen via doorleenbanken, maar geen overheidsgarantie op de bankschuld. Sommige deelstaten kunnen binnen de openbare Wohnraumförderung (Wohnraumförderungsgesetz/Wohnraumförderungsbestimmungen per Land) borgstellingen of Nachrangdarlehen voorzien voor eigenaar-bewoning door huishoudens onder inkomensgrenzen; deze instrumenten zijn niet beschikbaar voor tweede verblijven, Ferienwohnungen of belegging. Banken kunnen bij hoge LTVs aanvullende zekerheden of particuliere borgen (Bürgschaft) verlangen; een Restschuldversicherung beschermt vooral de lener en is geen staatswaarborg voor de bank. Voor niet-ingezetenen die een Duitse vakantiewoning kopen bestaat er dus geen publieke garantie op de hypotheek.
België kent evenmin een algemene hypotheekgarantie. De regionale sociale woonkredieten via het Vlaams Woningfonds/Wonen in Vlaanderen, de Société wallonne du Crédit social en het Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale worden publiek gefinancierd, maar richten zich op de eigen hoofdverblijfplaats met strikte inkomens- en bewoningsvoorwaarden; tweede verblijven en verhuurdoeleinden vallen buiten scope. Belgische banken dekken hun risico met hypotheek, mandaat en eigen acceptatieregels; een publieke back-stop voor restschuld bestaat niet. Nederland wijkt hiervan af: de Nationale Hypotheek Garantie (Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, sinds 1993) kent in 2024 een kostengrens van 435.000 euro (461.100 met energiebesparende maatregelen) en een eenmalige premie van 0,6%, dekt uitsluitend de eigen woning en kan na gedwongen verkoop restschuldrisicos afdekken. Voor tweede woningen of beleggingen is NHG uitgesloten.
Zijn er lokale of regionale subsidieprogrammas in Duitsland?
Er bestaan regionale en gemeentelijke woning(subsidie)programmas in Duitsland op grond van het Wohnraumförderungsgesetz (WoFG, 2001), uitgewerkt per deelstaat. Typische instrumenten zijn zinsverbilligte Darlehen, aanvangszuschüsse en kindergebonden toeslagen voor aankoop/nieuwbouw of renovatie, maar uitsluitend bij zelfbewoning als Hauptwohnsitz binnen inkomensgrenzen en met bewonings- en verkoopverboden gedurende circa 515 jaar; Ferienwohnungen en tweede verblijven zijn uitgesloten. Voor betaalbare huurwoningen verstrekken de Länder/gemeenten leningen en subsidies met huur- en belegingsbinding (Miet- en Belegungsbindung) doorgaans 1530 jaar; toeristische kortverhuur is daarmee onverenigbaar. Niet-ingezetenen komen slechts in aanmerking indien het pand als hoofdverblijf wordt ingeschreven; schending van de Zweckbindung kan tot terugbetaling en boete leiden. Dit sluit aan bij België, waar regionale woonkredieten en premies primair de eigen hoofdverblijfplaats ondersteunen en tweede verblijven uitsluiten; in Nederland zijn lokale woon- en duurzaamheidsregelingen eveneens op de eigen woning gericht.
- NRW.BANK (Noordrijn?Westfalen): Wohnraumförderung.
Eigentumsförderung/Modernisierung/Mietwohnungsbau; uitsluiting Zweitwohnung/Ferienwohnung. - IBB (Berlijn): Wohneigentumsförderung en Mietwohnungsbau.
Zelfbewoning als Hauptwohnsitz vereist; bindingen 1020 jaar gebruikelijk. - BayernLabo (Beieren): Bayerisches Wohnungsbauprogramm.
Eigenwoning en Modernisierung; inkomensgrenzen volgens WoFG; geen tweede verblijf. - IFB Hamburg: Eigenheimförderung en Mietwohnungsbau.
Bewonings- en Belegungsbindung; toeristische verhuur uitgesloten. - L?Bank (Baden?Württemberg): Wohnungsbau BW.
Eigenheim/Modernisierung; Mietwohnungsbau met huurplafonds 1530 jaar. - WIBank (Hessen), ILB (Brandenburg), SAB (Sachsen), IB (Sachsen?Anhalt), TAB (Thüringen), NBank (Nedersaksen), IB.SH (Schleswig?Holstein), ISB (Rijnland?Palts), BAB (Bremen), SIKB (Saarland), LFI M?V (Mecklenburg?Vorpommern).
Vergelijkbare woningbevordering; geen steun voor Zweitwohnung/Ferienwohnung.
Neben woonbevordering bestaan energie- en klimaatprogrammas: het federale BEG (BAFA/KfW) vormt de basis; veel Länder en gemeenten geven top?ups of rentevoordeel voor renovatie (isolatie, warmtepomp, PV), vaak gekoppeld aan Hauptwohnsitz of, bij verhuur, aan huurprijs- en Belegungsbinding. Lokale monumenten- en saneringsregelingen werken via fiscale aftrek: in door gemeenten aangewezen Sanierungsgebiete geldt verhoogde afschrijving/aftrek volgens §§7h, 10f en 11a EStG; voor beschermde monumenten geldt §7i EStG (verhoogde AfA bij verhuur) en §10f EStG (aftrek bij zelfbewoning). Voor commerciële toeristische projecten kunnen in aangewezen steungebieden investeringssubsidies via de GRW (Gemeinschaftsaufgabe Verbesserung der regionalen Wirtschaftsstruktur) beschikbaar zijn, uitgevoerd door de deelstaatbanken; particuliere tweede woningen vallen daarbuiten. België hanteert vergelijkbare energiepremies (bv. Vlaanderen: Mijn VerbouwPremie) hoofdzakelijk voor de hoofdverblijfplaats of gereguleerde verhuur; in Nederland richten ISDE/SEEH en gemeentelijke regelingen zich evenzeer op de eigen woning, met uitsluiting van tweede verblijven.
Kan ik gebruikmaken van EU-subsidies in Duitsland?
Voor de aankoop of renovatie van een Duitse vakantiewoning door een particulier bestaan in de praktijk geen directe EU?subsidies. EU?middelen zoals EFRO/ERDF, ESF+, ELER en de Herstel? en Veerkrachtfaciliteit (RRF, Verordening (EU) 2021/241) worden in Duitsland onder gedeeld beheer uitgevoerd door de Länder en uitvoeringsorganisaties (o.a. KfW) en richten zich op publiek nut, kmos en de energietransitie, niet op privé tweede verblijven. Duitsland geldt 20212027 als meer ontwikkelde regio, waardoor EFRO?cofinanciering beperkter is en strikte project? en resultaatsverplichtingen gelden. Nationale regelingen (zoals BEG?renovatiesteun) kunnen deels met EU?middelen zijn meegefinancierd, maar toekenningscriteria blijven nationaal en sluiten tweede verblijven vaak uit. EU?gefinancierde toeristische investeringen worden doorgaans toegekend aan gemeenten of ondernemingen met economische of maatschappelijke impact, niet aan natuurlijke personen voor eigen gebruik.
EU?financiering kan in Duitsland wel een rol spelen als het onroerend goed bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd (bijv. toeristische verhuur onder een onderneming met Gewerbeanmeldung) en het project past binnen EFRE?oproepen of Interreg. Dan gelden staatssteunkaders (AGVV/GBER en de?minimis; sinds 1?1?2024 Verordening (EU) 2023/2831 met de?minimisplafond 300.000 euro over drie belastingjaren), cofinancieringspercentages veelal 2050% en eisen inzake additionaliteit, aanbesteding, indicatoren en rapportage. Enkel subsidiabele, projectgebonden kosten komen in aanmerking; louter residentiële uitgaven voor privégebruik zijn uitgesloten. RRF?gefinancierde bouw? en energieprogrammas lopen met mijlpalen tot uiterlijk 2026 en worden via Duitse uitvoerders toegekend, niet rechtstreeks door de EU. Voor rurale projecten kan ELER/LEADER steun verlenen aan plattelands?kmos of gemeenschapsvoorzieningen; tweede verblijven voor privédoeleinden vallen buiten de doelstellingen.
De situatie is vergelijkbaar in België: EFRO/FEDER 20212027 wordt per gewest beheerd (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) en richt zich op kmo?innovatie, energie?efficiëntie en publiek vastgoed; subsidies aan particulieren voor tweede verblijven komen niet voor. Energierenovatie van woningen wordt in België via regionale premies (bv. Mijn VerbouwPremie) gefinancierd en niet rechtstreeks door EU?programmas; voorwaarden richten zich meestal op de hoofdverblijfplaats of gereguleerde verhuur. In Nederland verlopen EFRO?programmas (o.a. Kansen voor West, OP Oost, Zuid?NL) en Interreg eveneens decentraal met focus op ondernemingen en overheden; particuliere tweede woningen zijn geen doelgroep. Nederlandse woningrenovaties ontvangen geen directe EU?subsidie; nationale en lokale regelingen (ISDE, SEEH) bepalen de kaders. In alle drie landen geldt daarmee voor tweede verblijven: geen directe EU?steun voor aankoop of privé?renovatie.
- EFRO/ERDF (Verordening (EU) 2021/1058; CPR 2021/1060).
Doel: regionale ontwikkeling, kmos, innovatie, energie?efficiëntie; uitvoering door Länder; cofinanciering vereist; privé tweede woningen uitgesloten. - RRF/NextGenerationEU (Verordening (EU) 2021/241).
Doel: herstel en transitie; toekenning via nationaal plan (DARP) en Duitse uitvoerders; geen rechtstreekse subsidies aan particulieren; mijlpalen tot 2026. - LIFE (Verordening (EU) 2021/783).
Doel: milieu/klimaat; projectoproepen voor overheden/ngos/bedrijven; hoge eigen bijdrage; geen financiering van privé tweede verblijven. - ELER/EAFRD en LEADER (GLB 20232027).
Doel: plattelandsontwikkeling; steun aan agrarische ondernemingen en dorpsvoorzieningen; eventuele toerisme?steun is ondernemingsgericht; privégebruik uitgesloten. - Interreg (ETZ/EGTS).
Doel: grensoverschrijdende samenwerking; steun aan projecten van overheden/kmo?consortia; geen subsidies voor individuele privé?woningen.
Welke regels gelden voor buitenlanders bij subsidies in Duitsland?
Nationaliteit speelt geen rol; subsidieverlening in Duitsland is gebaseerd op objectieve criteria zoals locatie van het pand, gebruiksdoel en hoedanigheid van de aanvrager (eigenaar, VvE/WEG, verhuurder of onderneming). Federale energie? en renovatieregelingen (BEG via BAFA/KfW) staan open voor eigenaren van in Duitsland gelegen woningen; diverse deelstaatprogrammas vereisen echter zelfbewoning als Hauptwohnsitz en sluiten tweede woningen of Ferienwohnungen uit. Wordt het pand economisch geëxploiteerd (bijv. toeristische verhuur), dan gelden staatssteunkaders en zijn consumentenregelingen vaak niet van toepassing. Voor programmas die expliciet zelfbewoning eisen, moet de aanvrager zich in Duitsland inschrijven (Anmeldung) en het object als hoofdverblijf gebruiken; dit geldt ongeacht nationaliteit. Subsidies worden altijd objectgebonden en met Zweckbindung toegekend; schending (bijv. verkoop of ander gebruik binnen de bindingstermijn) leidt tot terugvordering.
Administratieve vereisten zijn voor buitenlanders gelijk aan die voor Duitsers: bewijs van eigendom (Grundbuchauszug/Kaufvertrag), offertes en facturen van erkende aannemers, eventueel energieadvies door een Energie?Effizienz?Experte en indien geëist een iSFP?bonus. Uitbetaling vergt een SEPA?rekening en doorgaans een Duitse Steuer?ID; aanvragen moeten vóór aanvang van de werken worden ingediend (Vorhabenbeginn). Voor 2024/2025 geldt dat bepaalde federale verwarmingssubsidies uitsluitend voor zelfbewoonde eengezinswoningen lopen; wie het pand niet als Hauptwohnsitz gebruikt, komt daarvoor niet in aanmerking, maar kan mogelijk andere BEG?maatregelen benutten. Bij bedrijfsmatige projecten is een Duitse vestiging of vaste inrichting vaak vereist en kan de steun onder de?minimis of AGVV vallen. Subsidies die in strijd met de voorwaarden worden benut, worden met rente teruggevorderd; controles en steekproeven zijn gebruikelijk.
In België richten regionale woon- en energiepremies zich hoofdzakelijk op de hoofdverblijfplaats of gereguleerde verhuur; tweede verblijven zijn doorgaans uitgesloten, ook voor niet?ingezetenen. In Nederland vergen ISDE/SEEH en veel gemeentelijke regelingen inschrijving in de BRP op het adres; tweede woningen komen in de regel niet in aanmerking, met uitzonderingen via VvEs. KfW?kredieten lopen via doorleenbanken; voor niet?residenten bestaat geen wettelijk verbod, maar banken hanteren vaak strengere acceptatie (o.a. inkomen, LTV, zekerheden). Subsidies aan particuliere zelfbewoners zijn doorgaans niet belast, terwijl bij verhuur investeringszuschüsse normaliter de afschrijvingsbasis (AfA) of aftrekbare kosten verminderen volgens actuele BMF?praktijk. De materiële toets (bewoning, gebruik, bindingstermijn) is in alle drie landen doorslaggevend en niet de nationaliteit van de aanvrager.
- Federale BEG (BMWK/BAFA/KfW): object in Duitsland; aanvrager moet eigenaar/WEG/verhuurder zijn; bepaalde modules vereisen Hauptwohnsitz.
Toepassing vóór start; inzet van Energie?Effizienz?Experte waar voorgeschreven. - Deelstaat/municipale woonbevordering: vaak uitsluitend eigen bewoning; uitsluiting Zweitwohnung/Ferienwohnung; bindingen 520 jaar.
Vestiging in de deelstaat of inschrijving op het adres kan verplicht zijn. - Economische exploitatie (toeristische verhuur): steun valt onder staatssteunregels; de?minimis (Verordening (EU) 2023/2831) plafond 300.000 euro/3 boekjaren.
Eventuele aanbestedings? en rapportageplichten bij cofinanciering. - Financiële en fiscale afwikkeling: SEPA?rekening en Steuer?ID voor uitbetaling; subsidies bij verhuur verlagen doorgaans de AfA?basis/kosten.
Terugvordering bij doelafwijking of onjuiste verklaringen. - Vergelijking: België en Nederland koppelen meeste woningpremies aan hoofdverblijf/BRP?inschrijving; tweede verblijven meestal uitgesloten.
Nationaliteit is in beginsel niet bepalend; gebruiks- en bewoningsvoorwaarden wel.
Zijn er belastingkortingen bij aankoop van nieuwbouw in Duitsland?
Er bestaan in Duitsland geen algemene belastingkortingen bij aankoop van een nieuwbouwwoning. U betaalt Grunderwerbsteuer (overdrachtsbelasting) die per deelstaat varieert van 3,5% tot 6,5% van de koopsom (bijv. 3,5% in Beieren en Saksen, 6,0% in Berlijn, 6,5% in Noordrijn?Westfalen, Brandenburg, Saarland, Sleeswijk?Holstein en Thüringen). Notaris? en inschrijfkosten volgen het GNotKG?tarief en liggen doorgaans rond 1,52,0% samen. De levering van woningen is in de regel vrijgesteld van btw (§4 Nr. 9a UStG); een btw?optie komt vooral voor bij zakelijke kopers en geeft particulieren geen aftrekrecht. Wel zijn er niet-fiscale steunregelingen zoals KfW?kredieten Klimafreundlicher Neubau (vanaf 2023) en Wohneigentum für Familien (2023), en voor verhuur geldt vanaf 1?1?2023 een verhoogde lineaire afschrijving van 3% (§7 Abs. 4 EStG), met onder voorwaarden een aanvullende Sonder?AfA (§7b EStG).
Voor Belgische inwoners geeft de aankoop van Duitse nieuwbouw geen Belgische belastingkorting of vermindering van registratie-/btw?heffing; Vlaamse woonbonus is sinds 2020 afgeschaft, Brussel sinds 2017, en Waalse Chèque Habitat geldt enkel voor de eigen woning in Wallonië. Buitenlands vastgoed moet binnen vier maanden na aankoop bij de FOD Financiën worden aangegeven voor toekenning van een (fictief) kadastraal inkomen (wet van 17 februari 2021), dat in de aangifte personenbelasting wordt opgenomen. Op basis van het Belgisch?Duits verdrag (1967) wordt onroerend inkomen belast in Duitsland; België past vrijstelling met progressie toe (art. 155 CIR 92). Jaarlijkse Duitse Grundsteuer blijft verschuldigd. Ter vergelijking: Nederland kent evenmin een algemene aankoopkorting voor nieuwbouw; de overdrachtsbelasting bedraagt 2% voor de eigen woning, 10,4% voor beleggers, met een startersvrijstelling onder voorwaarden.
Biedt de overheid in Duitsland speciale leningen aan?
De Duitse overheid biedt gesubsidieerde leningen hoofdzakelijk via de Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW; KfW?Gesetz 1948), verstrekt onder het Hausbankprinzip via deelnemende Duitse banken. Relevante woonprogrammas omvatten onder meer het Wohneigentumsprogramm (KfW?nr. 124), Klimafreundlicher Neubau Wohngebäude (KfW?nrs. 297/298), het gezinsprogramma Wohneigentum für Familien (KfW?nr. 300) en renovatiekredieten binnen de BEG?systematiek (bijv. KfW?nr. 261). Looptijden gaan tot circa 35 jaar met lage, door de federale begroting gesubsidieerde rente en aanvangsrentevaste periodes van doorgaans 515 jaar. De woning moet in Duitsland liggen; eigendomsgebonden steun voor zelfbewoning sluit vakantiewoningen en tweede verblijven in de regel uit, terwijl KFN nieuwbouw ook voor verhuur kan dekken, niet voor kortdurende toeristische exploitatie. Nationaliteit is geen criterium; Belgische kopers komen in aanmerking als een Duitse bank financiert en programma?voorwaarden (bijv. eigennutzing, energieprestatie) aantoonbaar worden gehaald.
- KfW 124 (Wohneigentumsprogramm): lening tot ca. 100.000; aankoop of bouw van een zelfbewoonde woning in Duitsland; geen vakantiewoningen/zweite Wohnsitz; looptijd tot ca. 35 jaar, via Duitse huisbank.
Rente onder markt, zonder fiscaal aftrekrecht op zich; bij verhuur niet toepasbaar. - KfW 297/298 (Klimafreundlicher Neubau Wohngebäude): voor klimaatvriendelijke nieuwbouw; zonder QNG doorgaans tot 100.000, met QNG?certificaat tot 150.000 per wooneenheid; voor zelfbewoning of langjarige verhuur; geen kortdurende toeristische verhuur.
Voorwaarden volgen BEG/KFN?richtlijnen (energieprestatie, levenscyclus?CO?). - KfW 300 (Wohneigentum für Familien): primair voor gezinnen met hoofdverblijf; inkomensgrens doorgaans ? 60.000 zu versteuerndes Jahreseinkommen + 10.000 per kind; alleen voor klimaatvriendelijke nieuwbouw (incl. aankoop van nieuwbouw van projectontwikkelaar); leningplafonds hoger dan 124 (tot ca. 270.000).
Niet toepasbaar op vakantie? of tweede woningen. - BEG?renovatiekrediet (bijv. KfW 261): integrale renovatie naar Effizienzhaus?niveau met aflossingssubsidie (Tilgungszuschuss) afhankelijk van het bereikte niveau; object moet in Duitsland liggen; geen toeristische exploitatie.
Combinatieregels met BAFA?subsidies gelden volgens BEG?richtlijnen.
Naast KfW verstrekken de deelstaten via Landesförderinstitute aanvullende leningen op basis van het WoFG 2001 en eigen uitvoeringsregelingen (bijv. NRW.BANK, BayernLabo, IFB Hamburg, IBB Berlin, ISB Rheinland?Pfalz, SAB Sachsen). Deze programmas richten zich op de hoofdverblijfplaats, hanteren inkomens? en kostengrenzen, en verbinden vaak bezettings? en verkoopbeperkingen (Belegungsbindung, Zweckbindung) gedurende 1025 jaar; rente is sterk verlaagd en soms geldt kwijtschelding bij naleving. Voor Belgische kopers van een Duitse vakantie? of tweede woning zijn deze trajecten doorgaans uitgesloten; voor langjarige verhuur bestaan aparte sociale?huisvestingsleningen met huur? en toewijzingsplafonds. In vergelijking met Nederland kent Duitsland dus breed inzetbare, door de federale en regionale overheid gesubsidieerde woningleningen; Nederland biedt vooral NHG?garantie (sinds 1993) en het Nationaal Warmtefonds voor energierenovatie, maar geen centrale nieuwbouwlening voor particuliere kopers. Alle KfW/Land?kredieten lopen via deelnemende banken; vervroegde aflossing en zekerheden volgen Duits recht en kruisborder?hypotheken uit België kwalificeren niet voor KfW?doorleiding.
Moet ik ingeschreven staan in Duitsland om subsidie te krijgen?
Er bestaat geen algemene inschrijvingsplicht in Duitsland om federale subsidies of leningen te krijgen; de eis hangt af van het programma. Bij KfW?leningen geldt primair dat het object in Duitsland ligt; nationaliteit of woonplaats is geen criterium, maar programmas met eigennutzung vereisen hoofdverblijf in de woning. Voor KfW 124 en KfW 300 (zelfbewoning) moet de woning uw Hauptwohnsitz worden; dit impliceert een verplichte Anmeldung bij de gemeente na intrek binnen 2 weken (Bundesmeldegesetz 2015, §17). Vakantie? of tweede woningen zijn daar uitgesloten; registratie als Nebenwohnsitz voldoet niet. Voor KfW 297/298 (Klimafreundlicher Neubau) en BEG?renovatie (KfW/BAFA) bij langjarige verhuur is geen Duitse inschrijving vereist; een SEPA?IBAN volstaat doorgaans voor uitbetaling. Let wel: banken toetsen onder het Hausbankprinzip en kunnen zelfstandig woonplaats? of inkomenseisen stellen; dat zijn geen wettelijke subsidievoorwaarden.
Bij deelstaat- en gemeentelijke steun (Landesförderinstitute) voor eigen bewoning is hoofdverblijf in de deelstaat vrijwel steeds verplicht, met bezettings- en verkoopbeperkingen van ca. 1025 jaar; een Meldebescheinigung wordt vaak als bewijs gevraagd. Voor sociale?huurfinanciering is inschrijving niet vereist, maar gelden huurplafonds en toewijzingsregels; soms is een in Duitsland gevestigde contractpartij vereist bij rechtspersonen. Belgische kopers (EU?burgers) kennen geen nationaliteitseis; zodra u uw hoofdverblijf in Duitsland vestigt, geldt wel de aanmeldplicht binnen 2 weken (BMG 2015). België kent geen belastingkorting voor Duitse subsidies; meld de aankoop binnen 4 maanden bij FOD Financiën voor toekenning van een kadastraal inkomen (wet 17?02?2021). Het Duits?Belgisch verdrag 1967 belast onroerend inkomen in Duitsland; België verleent vrijstelling met progressie. Ter vergelijking: Nederlandse ISDE/SEEH vergen doorgaans BRP?inschrijving op het adres; Duits BEG kent die alleen bij programmas die zelfbewoning voorschrijven.
Welke voorwaarden gelden voor duurzaamheidsregelingen in Duitsland?
Duurzaamheidsregelingen voor gebouwen vallen in Duitsland onder de BEG?kaders (Bundesförderung für effiziente Gebäude, sinds 2021; actuele BMWK/BAFA/KfW?richtlijnen 20232024) en omvatten renovaties (WG/NWG, inclusief Einzelmaßnahmen) en nieuwbouw via KfWs Klimafreundlicher Neubau. Het object moet in Duitsland liggen, de aanvraag moet vóór contractsluiting en start van de maatregel worden ingediend; louter planning/advies mag vooraf. Voor veel maatregelen is een Energieeffizienz?Experte uit de DENA?lijst verplicht (bijv. Effizienzhaus?renovatie, KFN en diverse gebouwschil?maatregelen), inclusief technische Nachweise en Bestätigungen. KFN eist minimaal EH40?niveau, verbiedt fossiele verwarmingssystemen en verlangt naleving van CO??levenscyclusgrenzen; voor het hogere plafond is QNG?certificering vereist. In Nederland loopt verduurzamingssteun primair via ISDE/SDE++, kan particuliere ISDE vaak ná uitvoering worden aangevraagd, en ontbreken KFN?achtige nieuwbouwleningen; beide landen hanteren objectlocatie?eisen en anti?dubbelfinancieringsregels.
Subsidiepercentages binnen BEG?Einzelmaßnahmen liggen typisch op 15% voor gebouwschil (isolatie, ramen, deuren, ventilatie met warmteterugwinning), met een extra 5% iSFP?bonus bij uitvoering volgens een goedgekeurde individuele renovatie?routekaart. Voor verwarmingsvervanging gelden sinds 2024 hogere steun voor hernieuwbare systemen: basissteun ca. 30% voor warmtepompen, plus 20% vervangingsbonus bij uitstappen uit fossiel, en een extra 5% bron-/koudemiddelbonus; maxima en exacte combinaties volgen de actuele BEG/Heizungsförderung?richtlijnen. Subsidiabele kosten zijn per woning per kalenderjaar gemaximeerd (typisch 30.000 EUR, verhoogd tot 60.000 EUR met iSFP voor schilmaatregelen); voor bepaalde Teilsysteme gelden lagere deelplafonds. Voor integrale renovatie naar Effizienzhaus?niveaus gelden KfW?kredieten met aflossingssubsidie (Tilgungszuschuss) oplopend naarmate een beter EH?niveau wordt bereikt. Ter vergelijking: Nederland kent geen Effizienzhaus?systematiek of KFN, maar hanteert ISDE?percentages per apparaat/maatregel en een separaat NHG?garantiekader voor financiering.
Combinatieregels verbieden dubbele steun voor dezelfde kostenpost: BAFA?zuschüsse combineren niet met KfW?subsidies op hetzelfde deelproject en sluiten fiscale voordeelregelingen uit. De Duitse belastingkorting voor particuliere eigenaar?bewoning (§35c EStG, tot 20%/max. 40.000 EUR) kan niet naast BEG worden toegepast en vereist onbeperkte Duitse belastingplicht; Belgische niet?ingezetenen komen doorgaans niet in aanmerking. Voor KFN en veel BEG?leningen is kortdurende toeristische exploitatie uitgesloten; langdurige verhuur is toegestaan indien het gebouw als Wohngebäude kwalificeert. PV?specifiek geldt 0% btw voor levering/plaatsing van residentiële PV en opslagsystemen sinds 1?1?2023 (§12(3) UStG) en inkomstenvrijstelling tot 30 kWp per installatie (§3 Nr. 72 EStG); EEG 2023 waarborgt vaste feed?in?tarieven. Nederland kent eveneens 0% btw op residentiële PV (sinds 2023), ISDE voor warmtepompen/isolatie, maar geen §35c?equivalent en een andere systematiek voor verhuur/vakantiegebruik.
- Verplichte timing: aanvraag vóór opdracht en vóór start; alleen ontwerp/advies mag vooraf.
Geen uitkering zonder technischer Nachweis en Verwendungsnachweis na afronding. - Technische eisen: EH40 en CO??levenscycluslimieten voor KFN; 65%?hernieuwbare warmte bij nieuwe installaties conform GEG 2023/2024; geen olie/gas?ketels.
- Deskundige begeleiding: Energieeffizienz?Experte (DENA?lijst) vereist voor EH?renovaties, KFN en diverse BEG?maatregelen; iSFP nodig voor 5%?bonus.
- Gebruik en doelgroep: object in Duitsland; KFN voor zelfbewoning of langdurige verhuur; geen kortdurende toeristische verhuur; inkomensbonus bij verwarmingssubsidie alleen voor hoofdverblijf en Duitse aanslag.
- Financiële plafonds: kosten? en steunmaxima per woning/jaar; geen cumulatie met §35c EStG of andere publieke steun buiten AGVO?kaders; bankdoorleiding bij KfW.