Zoek jouw vakantiewoning.,

Stel je vraag

Wij komen z.s.m. bij je terug,.

Belastingen bij aankoop van een woning in Spanje

Bij aankoop van Spaans vastgoed is de hoofdheffing afhankelijk van nieuwbouw of doorverkoop. Voor doorverkoop geldt overdrachtsbelasting ITP (Impuesto de Transmisiones Patrimoniales), met autonome-regiorates grofweg tussen 6% en 13% van de koopsom; betaling via zelfaangifte (Modelo 600) binnen 30 werkdagen na notariële akte op het regionale kantoor (TRLITPAJD, RDL 1/1993). Voor nieuwbouwwoningen geleverd door een ontwikkelaar geldt btw (IVA) van 10% over de prijs; bouwgrond en commerciële objecten vallen onder 21% IVA; op de Canarische Eilanden geldt in plaats van IVA IGIC (meestal 7%) op nieuwbouw (Ley 37/1992; Ley 20/1991). Naast IVA op nieuwbouw is doorgaans zegelrecht AJD (Actos Jurídicos Documentados) verschuldigd van circa 0,5%–1,5% van de in de akte vermelde waarde, met tarieven per regio vastgesteld. AJD en ITP worden afzonderlijk voldaan; IVA wordt door de verkoper gefactureerd en door de koper bij passeren betaald, zonder regionale zelfaangifte.

De exacte percentages verschillen per autonome regio en objecttype en kunnen gereduceerde of verhoogde schijven kennen voor sociale huisvesting of luxe segmenten. Onderstaande voorbeelden illustreren gangbare standaarden, maar lokale wetgeving en jaarlijkse begrotingsdecreten bepalen de actuele percentages en schijven. Ook voor AJD hanteert elke regio eigen tarieven binnen de nationale bandbreedte, en soms afwijkende grondslagen (bijvoorbeeld voor garages of bijbehorende bergingen). Voor de Canarische Eilanden moet onderscheid worden gemaakt tussen IGIC op nieuwbouw en ITP bij doorverkoop, waarbij de ITP-voet eveneens autonoom is geregeld. Controleer steeds of een regionale tijdelijke verlaging of progressieve schijf van toepassing is op de datum van passeren.

  • Madrid: ITP 6% (doorverkoop); AJD 0,75% (nieuwbouw/mortgageakte).
    Catalonië: ITP 10% standaard; AJD 1,5%.
  • Valencia (Comunidad Valenciana): ITP 10% standaard; AJD 1,5%.
  • Andalusië: ITP 7% vlak; AJD 1,2% (per Decreto-ley 7/2021 en latere consolidaties).
  • Balearen: ITP progressief ca. 8%–13% naar prijs; AJD rond 1,2%.
  • Canarische Eilanden: ITP 6,5% (doorverkoop); IGIC 7% op nieuwbouw; AJD veelal 0,5%–1%.

Naast deze belastingen spelen heffingen en verplichtingen rond de aktepassering. De gemeentelijke meerwaarde over grond (IIVTNU, “plusvalía municipal”) is in beginsel voor rekening van de verkoper en wordt binnen 30 werkdagen bij de gemeente aangegeven; sinds STC 182/2021 geldt een keuze tussen objectieve en werkelijke-meerwaardemethode volgens de aangepaste gemeentelijke verordeningen. Is de verkoper niet-resident, dan kan de koper als “substituto del contribuyente” aansprakelijk zijn voor betaling van deze gemeentebelasting indien partijen dat niet anders regelen. Koopt u van een niet-residente verkoper, dan moet u 3% van de koopsom inhouden en binnen één maand afdragen aan de Spaanse fiscus (AEAT) via Modelo 211; de verkoper verrekent of claimt terug via Modelo 210 (TRLIRNR, RDL 5/2004 art. 25). Notaris- en registratiekosten zijn geen belasting maar vaste kosten (globaal 0,2%–0,7% samen), en een gestor-kantoor rekent doorgaans enkele honderden euro’s voor afwikkeling.

Bij financiering is de AJD over de hypotheekakte sinds Real Decreto-ley 17/2018 ten laste van de bank; sinds de LCCI 5/2019 betaalt de bank doorgaans ook notaris- en registerkosten van de lening, terwijl de koper de taxatie bekostigt. Voor eigendom na aankoop gelden jaarlijkse heffingen zoals onroerendezaakbelasting IBI (circa 0,4%–1,1% van kadastrale waarde) en, voor niet-residenten, het forfaitair voordeel in de IRNR; vermogensbelasting (Impuesto sobre el Patrimonio) en de tijdelijke solidariteitsheffing op grote vermogens kunnen regionaal van toepassing zijn. In Nederland ligt de overdrachtsbelasting momenteel op 10,4% voor beleggingen en tweede woningen en 2% voor de hoofdverblijf; startersvrijstelling kan gelden onder voorwaarden en een waardeplafond (bijv. €510.000 in 2024). Nieuwbouw in Nederland is doorgaans belast met 21% btw en vrijgesteld van overdrachtsbelasting, terwijl Spanje bij nieuwbouw 10% IVA (of 7% IGIC) plus AJD kent. Nederland kent geen AJD en geen gemeentelijke plusvalía, en er bestaat geen 3%-inhoudingsplicht voor aankoop van niet-residenten.

Jaarlijkse heffingen en belastingen in Spanje

Gemeentelijke onroerendezaakbelasting (IBI) is jaarlijks verschuldigd door de eigenaar per 1 januari en wordt geheven over de valor catastral; voor “urbano” liggen de wettelijke bandbreedtes doorgaans 0,4%–1,1% en voor “rústico” 0,3%–0,9% (TRLRHL, RDL 2/2004). Veel gemeenten rekenen daarnaast een afzonderlijke afvalstoffen-/rioolheffing (tasa de basura) op basis van verordening; VvE-bijdragen zijn geen belasting. Sinds de Woningwet 12/2023 kunnen gemeenten een IBI?opslag op leegstand opleggen: tot 50% standaard, tot 100% bij langdurige leegstand en tot 150% voor grote verhuurders, mits lokaal geregeld (art. 72.4 TRLRHL). Aanslagen worden meestal geïnd tussen voorjaar en najaar via incassorondes; contractueel wordt IBI vaak pro rata verrekend, maar publiekrechtelijk blijft de eigenaar op 1 januari debiteur. In Nederland bestaat vergelijkbaar de OZB en afvalstoffenheffing, maar er is geen landelijke leegstandsopslag op OZB zoals de Spaanse IBI?recargo.

Niet?residenten zonder verhuur betalen jaarlijks fictief voordeel in de IRNR: 1,1% van de valor catastral indien in de laatste 10 jaren herzien, anders 2%; dit wordt belast tegen 19% voor EU/EER?residenten (zoals België en Nederland) en 24% voor overige landen (TRLIRNR, RDL 5/2004). Aangeven en betalen via Modelo 210 uiterlijk 31 december van het jaar na het belastingjaar; één of meerdere objecten kunnen per aangifte worden samengenomen. Bij verhuur is IRNR per kwartaal verschuldigd via Modelo 210 (1–20 april, juli, oktober en januari), met kostenaftrek pro rata uitsluitend voor EU/EER?residenten; tarieven 19%/24% blijven van toepassing. Spaanse belastingresidenten verwerken de imputación de renta in de IRPF; bij daadwerkelijke verhuur geldt progressieve IRPF met kostenaftrek en eventuele 60%?reductie voor vaste woonverhuur, niet voor vakantieverhuur. In Nederland worden tweede woningen in box 3 belast; Spanje behoudt het primaire heffingsrecht over in Spanje gelegen onroerend goed onder de belastingverdragen.

Vermogensbelasting (Impuesto sobre el Patrimonio, Ley 19/1991) is jaarlijks verschuldigd door niet?residenten over in Spanje gelegen nettovermogen; er geldt doorgaans een algemene vrijstelling van €700.000 per persoon, zonder extra vrijstelling voor hoofdverblijf voor niet?residenten. Het tarief op staatsniveau loopt circa 0,2%–3,5%, maar autonome regio’s stellen eigen schalen en bonificaties vast (bijv. 100%?bonificatie in Madrid en Andalusië; hogere toptarieven in sommige regio’s). EU/EER?niet?residenten kunnen de regels van de autonome regio toepassen waar het grootste deel van hun Spaanse vermogen ligt; waardering van onroerend goed geschiedt naar de hoogste van aanschafwaarde, valor catastral of door de fiscus vastgestelde waarde. Aangifte geschiedt doorgaans gelijktijdig met de IRPF?campagne over het voorafgaande jaar via Modelo 714. De tijdelijke solidariteitsheffing op grote vermogens (ITSGF, Ley 38/2022) belast nettovermogens boven €3 miljoen tegen ca. 1,7%–3,5% en verrekent betaalde Patrimonio; zij gold voor 2022–2023 en blijft van kracht zolang niet ingetrokken.

Entiteiten zonder Spaanse vaste inrichting die Spaans vastgoed aanhouden, kunnen onder het bijzondere 3%?heffingregime vallen over de valor catastral, aan te geven in januari via Modelo 213; vrijstellingen gelden onder meer voor EU?entiteiten en verdragsresidenten die ultimate owners identificeren (TRLIRNR, gravamen especial). Bij toeristische verhuur gelden regionale heffingen die door de verhuurder worden geïnd en afgedragen (bijv. Balearen en Catalonië, periodieke aangifte volgens regionale regelgeving); dit staat los van IRNR/IRPF. VvE?bijdragen, verzekeringen en nutsvoorzieningen zijn geen belastingen, maar periodieke kosten die niet via de fiscus lopen. Belgische residenten moeten Spaans vastgoed in België jaarlijks aangeven op basis van een toegekend buitenlands kadastraal inkomen sinds de wet van 17 februari 2021 (WIB 92); het België?Spanje?verdrag (art. 6 en 23) voorziet doorgaans in vrijstelling met progressie. In Nederland bestaat geen afzonderlijke Spaanse vermogensheffing; Nederlandse residenten vallen voor buitenlandse tweede woningen onder box 3, terwijl Spaanse IBI en IRNR in Spanje verschuldigd blijven.

  • IBI: bandbreedte ca. 0,4%–1,1% (urbano) en 0,3%–0,9% (rústico); peildatum 1 januari; mogelijke leegstandsopslag tot 50%/100%/150% per gemeentelijke verordening (TRLRHL; Ley 12/2023).
  • IRNR zonder verhuur: grondslag 1,1% of 2% van valor catastral; tarief 19% (EU/EER) of 24% (overig); Modelo 210 uiterlijk 31 december volgend jaar.
  • IRNR met verhuur: kwartaal­aangifte Modelo 210 (1–20 na kwartaal); tarieven 19%/24%; kostenaftrek alleen voor EU/EER?residenten; toeristenbelasting regionaal apart af te dragen.
  • Vermogensbelasting (IP): vrijstelling €700.000 p.p.; regionale schalen/bonificaties; niet?residenten belast over Spaans vermogen; Modelo 714 tijdens IRPF?campagne.
  • ITSGF: vanaf €3.000.000 netto; ca. 1,7%–3,5%; verrekening met IP; ingevoerd door Ley 38/2022 (van toepassing op 2022–2023 tot nader wetswijziging).
  • Gravamen especial 3%: voor bepaalde niet?residentiële entiteiten; 3% over valor catastral; Modelo 213 in januari; verdrags-/EU?vrijstellingen bij correcte identificatie.

Belastingregels bij verhuur en verkoop in Spanje

Verhuur door Belgische niet?residenten in Spanje wordt belast via de IRNR: 19% over de nettohuur voor EU/EER?residenten, per kwartaal aan te geven met Modelo 210 (1–20 april, juli, oktober en januari). Aftrekbaar zijn direct toerekenbare kosten pro rata verhuurperiode, zoals IBI, comunidad?kosten, verzekeringen, kleine herstellingen, beheerkosten, door de eigenaar betaalde nutsvoorzieningen en hypotheekrente; afschrijving van de constructiewaarde (circa 3% per jaar) wordt voor EU/EER?residenten in de praktijk aanvaard naar analogie met IRPF?regels (art. 24.6 TRLIRNR). Woonverhuur is vrijgesteld van IVA; verleent u hoteldiensten (o.a. receptie/regelmatige schoonmaak en linnengoed), dan geldt doorgaans 10% IVA (Ley 37/1992). Een NIE is vereist; een fiscale vertegenwoordiger is voor EU/EER?residenten niet verplicht sinds 2015. Regionale toeristenbelastingen en vergunningplichten (bijv. Balearen/Catalonië) staan los van de IRNR en moeten afzonderlijk worden nageleefd.

Spanje heeft het primaire heffingsrecht over Spaanse huurinkomsten (art. 6 verdrag België?Spanje); België past vrijstelling met progressie toe (art. 23), maar aangifte blijft verplicht. Sinds de wet van 17 februari 2021 wordt buitenlands vastgoed in België aangegeven op basis van een toegekend buitenlands kadastraal inkomen; interesten op schulden kunnen dit onroerend inkomen beperken volgens de Belgische regels. Bij verhuur voor beroepsgebruik door de huurder kan in België het stelsel van werkelijke huur (bruto huur minus forfaitaire kosten) spelen; bij louter privégebruik geldt het (geïndexeerde en verhoogde) KI?stelsel. Gemeentelijke opcentiemen volgen de effectief verschuldigde Belgische personenbelasting; de vrijstelling met progressie creëert in beginsel geen dubbele heffing. Ter vergelijking: Nederland belast particuliere verhuur niet als inkomen maar in box 3 (forfaitair rendement) met objectvrijstelling voor buitenlands onroerend goed; Spaanse IRNR (19%) en eventuele IVA?plichten blijven bestaan.

Bij verkoop door een Belgische niet?resident is Spaanse meerwaardebelasting (IRNR) verschuldigd tegen 19% voor EU/EER?residenten, berekend over de werkelijke winst: verkoopprijs minus aanschafprijs verhoogd met aankoopbelastingen (ITP/AJD/IVA waar van toepassing), notaris?/registerkosten en kwalificerende verbeteringsuitgaven. Indexatiecoëfficiënten zijn sinds 2015 afgeschaft; overgangsregelingen met “abatement?coëfficiënten” gelden nog beperkt voor vóór 31?12?1994 verkregen activa, met een gezamenlijke waardecap van €400.000. De koper moet 3% van de prijs inhouden en binnen één maand afdragen via Modelo 211; de verkoper dient binnen drie maanden na het einde van de maand van overdracht Modelo 210 in om het saldo te betalen of teruggaaf te claimen (art. 25 TRLIRNR). De gemeentelijke plusvalía (IIVTNU) is afzonderlijk verschuldigd bij waardestijging van de grond; sinds STC 182/2021 kan gekozen worden tussen objectieve coëfficiënten en een werkelijke?meerwaardemethode, met aangifte doorgaans binnen 30 werkdagen.

Voor Spaanse belastingresidenten geldt de IRPF?schaal voor vermogensinkomsten (19%/21%/23%/27%/28% schijven, afhankelijk van het jaar en de bedragen) en bestaan vrijstellingen voor verkoop hoofdverblijf (reinvestering/exoneratie boven 65 jaar); niet?residenten uit de EU/EER kunnen de hoofdverblijf?reïnvestering toepassen wanneer zij in de EU/EER herinvesteren onder de voorwaarden van art. 38 LIRPF. Het verdrag België?Spanje kent het heffingsrecht over vervreemdingswinsten op onroerend goed toe aan Spanje (art. 13), terwijl België vrijstelling met progressie verleent; Belgische binnenlandse meerwaarderegels voor particulieren (bijv. 16,5% binnen 5 jaar voor gebouwen; 33% binnen 8 jaar voor grond) worden daardoor in de praktijk geneutraliseerd voor Spaans vastgoed, behoudens uitzonderingen bij beroepsmatige/speculatieve transacties. In Nederland is een particuliere verkoop onbelast in box 1; de waarde valt in box 3 tot de verkoopdatum, terwijl Spanje de meerwaardebelasting heft en Nederland voorkoming van dubbele belasting toepast binnen de box?3?systematiek.

  • IRNR verhuur: 19% voor EU/EER?residenten; kwartaal­aangifte Modelo 210 (1–20 na elk kwartaal); kostenaftrek pro rata en afschrijving constructie mogelijk.
  • IVA verhuur: vrijgesteld bij kale woonverhuur; 10% bij hoteldiensten; regionale toeristenbelasting en vergunningen apart te voldoen.
  • Verkoop: 3% inhouding door koper (Modelo 211) binnen 1 maand; verkoper dient Modelo 210 in binnen 3 maanden na het einde van de maand van verkoop.
  • Meerwaardegrondslag: aankoopkosten en belastingen verhogen de kostprijs; indexatie afgeschaft sinds 2015; beperkte pre?1995 abatements met €400.000?plafond.
  • Plusvalía municipal: aangifte meestal binnen 30 werkdagen; keuze objectieve coëfficiënten of werkelijke?methode na STC 182/2021/RDL 26/2021.
  • België: aangifte buitenlands KI sinds 17?02?2021; vrijstelling met progressie onder het verdrag; Nederland: box?3?benadering met objectvrijstelling voor buitenlands vastgoed.

Hoeveel overdrachtsbelasting betaal je in Spanje?

Bij doorverkoop van Spaans vastgoed is Impuesto de Transmisiones Patrimoniales (ITP) verschuldigd; het tarief wordt per autonome regio vastgesteld en ligt in de praktijk veelal tussen circa 6% en 13%, soms vlak, soms progressief per prijsschijf (TRLITPAJD, RDL 1/1993). Sinds 1 januari 2022 is de heffingsgrondslag ten minste de “valor de referencia” van het Catastro, indien die hoger is dan de in de akte vermelde prijs (Ley 11/2021); als geen referentiewaarde bestaat, wordt de werkelijke marktwaarde gebruikt. Aangifte en betaling gebeuren via regionale zelfaangifte (meestal Modelo 600 of digitaal) binnen 30 werkdagen na de notariële akte, met bijlagen zoals de Escritura en identificatiedocumenten. Bij levering door een ontwikkelaar geldt geen ITP maar btw: 10% voor woningen, 21% voor bouwgrond en zuiver commerciële lokalen; op de Canarische Eilanden geldt IGIC (veelal 7%) in plaats van btw. Bovenop nieuwbouw-btw is doorgaans AJD (documentenbelasting) verschuldigd over de akte tussen ongeveer 0,5% en 1,5% afhankelijk van de regio; gerichte verlaagde of verhoogde tarieven kunnen gelden voor beschermde woningen of specifieke doelgroepen.

ITP en btw/AJD zijn onderling onverenigbaar op één en dezelfde levering (incompatibilidad), zodat een aankoop óf onder ITP valt óf onder btw plus AJD. AJD over hypotheekakten komt sinds Real Decreto-ley 17/2018 ten laste van de kredietverstrekker; sinds Ley 5/2019 draagt de bank doorgaans ook de notaris- en registerkosten van de lening, terwijl de koper de taxatie betaalt. Let op dat de gemeentelijke plusvalía (IIVTNU) in beginsel de verkoper treft en dat bij aankoop van een niet?resident?verkoper de koper 3% van de prijs moet inhouden en binnen één maand afdragen (Modelo 211); dit zijn geen onderdelen van de overdrachtsbelasting. In België wordt bij aankoop doorgaans registratierecht geheven (Vlaanderen 12% voor tweede/verhuurwoningen; 3% voor de enige eigen woning sinds 2022; Brussel/Wallonië 12,5%), met btw van 21% op nieuwbouw; AJD bestaat daar niet. In Nederland bedraagt de overdrachtsbelasting sinds 2024 10,4% voor beleggingen en tweede woningen en 2% voor de hoofdverblijf; starters kunnen onder voorwaarden een vrijstelling toepassen, en bij nieuwbouw geldt 21% btw zonder AJD.

Moet ik btw betalen bij aankoop van nieuwbouw in Spanje?

Ja, bij een eerste levering (“primera entrega”) van een nieuwbouwwoning door een ontwikkelaar is in Spanje btw (IVA) verschuldigd op de koopprijs: standaard 10% voor woonruimten volgens Ley 37/1992 (art. 91). Op de Canarische Eilanden geldt geen IVA maar IGIC, doorgaans 7% (Ley 20/1991). Naast IVA/IGIC is vrijwel altijd aktebelasting AJD verschuldigd over de in de akte vermelde waarde (zonder btw), met regionale tarieven grofweg 0,5%–1,5%; betaling via zelfaangifte binnen 30 werkdagen na de notariële akte. De ontwikkelaar factureert de btw en deze wordt bij passeren afgerekend; AJD wordt afzonderlijk voldaan bij de regionale belastingdienst. In België is btw op nieuwbouw doorgaans 21% en bestaat geen AJD; in Nederland is nieuwbouw belast met 21% btw en vrijgesteld van overdrachtsbelasting, terwijl Spanje 10% btw hanteert plus AJD.

  • Woningen: 10% IVA; op Canarische Eilanden 7% IGIC.
  • Bouwgrond en zuiver commerciële/lokale objecten: 21% IVA; IGIC?tarieven variëren per categorie.
  • Bijhorende parkeerplaatsen/berging: 10% indien samen met de woning geleverd en maximaal twee parkeren; los verkocht meestal 21%.
  • Specifieke sociale/beschermde woningtypes kunnen een 4% super?gereduceerd btw?tarief hebben (afhankelijk van kwalificatie en regio).
  • Termijnbetalingen bij off?plan/voorverkoop zijn aan hetzelfde btw?tarief onderworpen.
  • AJD blijft bij nieuwbouw aanvullend verschuldigd (niet samen met ITP); hypotheek?AJD is sinds RDL 17/2018 voor rekening van de bank.

Geen btw is verschuldigd bij een tweede en latere levering van bestaande woningen; dan geldt overdrachtsbelasting (ITP) tegen een door de autonome regio bepaald tarief (vaak circa 6%–13%), met aangifte doorgaans binnen 30 werkdagen. Een uitzondering kan spelen bij commerciële panden: de btw?vrijstelling op een tweede levering kan worden geweigerd (“renuncia a la exención”) als de koper btw?ondernemer is met volledig aftrekrecht; in zulke gevallen wordt btw geheven en kan verleggingsregeling van toepassing zijn, naast AJD. Voor particuliere Belgische kopers gaat een doorverkoop van een woning in de praktijk onder ITP, en een eerste levering onder 10% btw plus AJD; btw is niet aftrekbaar. Ter vergelijking: België kent 21% btw op nieuwbouw (met specifieke regimes zoals 6% bij sloop/heropbouw onder voorwaarden) en registratierecht op grond/doorverkoop (Vlaanderen 12%; Brussel/Wallonië 12,5%); Nederland kent 21% btw op nieuwbouw zonder AJD of overdrachtsbelasting.

Wat is de jaarlijkse onroerendgoedbelasting in Spanje?

De jaarlijkse onroerendgoedbelasting in Spanje heet IBI (Impuesto sobre Bienes Inmuebles) en is een gemeentebelasting die wordt geheven over de valor catastral van het object (vastgesteld onder de Catastro?wet, RDL 1/2004). De belastingplicht ontstaat op 1 januari (devengo) en de juridisch schuldenaar is de eigenaar op die datum, ongeacht latere verkoop; pro rata?verdeling kan contractueel, maar verandert de publieke aansprakelijkheid niet (TRLRHL, RDL 2/2004). Gemeenten stellen binnen wettelijke bandbreedtes hun tarieven vast en differentiëren naar “urbano” en “rústico”, veelal met aanvullende zone?coëfficiënten per wijk of gebied; de aanslag wordt doorgaans eenmaal per jaar opgelegd volgens de lokale belastingverordening. Naast het basistarief kunnen gemeenten een leegstandstoeslag op woningen opleggen (recargo), met in de Woningwet 12/2023 een kader tot 50%, oplopend tot 100% bij langdurige leegstand en tot 150% voor grote verhuurders. Aanslagen vallen meestal in de lente?herfst?incassorondes; betaling verloopt via bankbetaling of automatische incasso (soms met kleine korting voor tijdige/jaarlijkse pre?betaling) en staat los van afval? of rioolheffingen die als afzonderlijke “tasas” worden geheven.

De berekening vertrekt van de valor catastral (grond en opstal), die periodiek via “ponencias de valores” wordt herzien en jaarlijks kan worden geïndexeerd; gemeenten publiceren de toepasselijke tarieven en eventuele zone?coëfficiënten in hun ordenanza fiscal. Er bestaan wettelijk voorziene vrijstellingen (bijv. voor bepaalde overheids? en kerkelijke goederen) en facultatieve kortingen die de gemeente kan toekennen, zoals voor sociaal beschermde woningen (VPO), grote gezinnen, monumenten (BIC) of investeringen in zonne?energie, doorgaans met plafonds en looptijden vastgelegd in de lokale verordening. Bij te late betaling geldt het invorderingsregime van de LGT 58/2003 met toeslagen van 5%, 10% of 20% plus rente, en de schuld kan met beslag of een wettelijke zakelijke “afección” op het vastgoed worden verhaald. Buitenlandse eigenaars (ook niet?residenten) betalen IBI onder dezelfde regels; gescheiden daarvan kunnen niet?residenten jaarlijks een fictief inkomstenbelastingelement (IRNR) verschuldigd zijn, wat geen onroerendezaakbelasting is. Ter vergelijking: Nederland heft gemeentelijke OZB op basis van de WOZ?waarde met lokaal vastgestelde percentages en kent geen landelijke leegstandstoeslag; Spanje gebruikt de doorgaans lagere, administratieve valor catastral en biedt expliciet een wettelijk kader voor leegstandsrecargo’s.

Hoe worden huurinkomsten belast in Spanje?

Belgische niet?residenten die in Spanje verhuren worden belast in de Impuesto sobre la Renta de no Residentes (IRNR) tegen 19% (EU/EER), zonder persoonlijke aftrekken (TRLIRNR, RDL 5/2004). De grondslag is de bruto huur minus direct toerekenbare kosten pro rata verhuurdagen, zoals IBI, comunidad, verzekeringen, kleine herstellingen, beheer, door de eigenaar betaalde nutsvoorzieningen en interest; afschrijving op de constructiewaarde is doorgaans 3% per jaar van de hogere van (i) aanschafwaarde van de opstal of (ii) de kadastrale opstalwaarde, waarbij de grond (suelo) wordt uitgesloten via de Catastro?verhouding. Aangifte gebeurt per kwartaal via Modelo 210 (sleutel “rendimientos de inmuebles”), te betalen tussen de 1e en 20e dag van april, juli, oktober en januari voor het voorafgaande kwartaal. Bij gemengd gebruik (verhuur/eigen gebruik) moet per dag worden opgesplitst; perioden zonder verhuur vallen niet onder IRNR?verhuur maar kunnen een fictief voordeel kennen indien het object ter beschikking staat. Te late betaling leidt tot surcharges volgens art. 27 LGT (1% + 1% per verstreken maand tot 12 maanden; daarna 15% plus rente).

Wanneer de huurder een in Spanje gevestigde onderneming of beroepsbeoefenaar is, houdt deze in de regel een voorheffing in op de huur van stedelijke panden; dit geldt ook bij een niet?resident?verhuurder, tegen het toepasselijke IRNR?tarief (19% EU/EER), af te dragen via Modelo 216 met jaaropgave 296. De ingehouden belasting is verrekenbaar in de Modelo 210 van de eigenaar; particuliere huurders houden niet in. Kale woonverhuur is vrijgesteld van btw (art. 20.Uno.23 LIVA); verleent u hoteldiensten (o.a. regelmatige schoonmaak, linnengoed, receptie), dan geldt doorgaans 10% btw en moet u zich registreren in het ondernemerscenso en periodiek btw aangeven (Modelo 303/390); op de Canarische Eilanden geldt in plaats daarvan IGIC (meestal 7%). Regionale toeristenbelastingen (bijv. Balearen, Catalonië) staan los van IRNR en worden volgens regionale regels aangegeven en afgedragen. IAE (bedrijfsbelasting) is voor verhuurders meestal niet verschuldigd door de algemene vrijstelling bij omzet

Voor Spaanse belastingresidenten worden huurinkomsten in de IRPF belast als “rendimientos del capital inmobiliario” tegen progressieve tarieven, met kostenaftrek vergelijkbaar aan bovenstaand en met een netto?reductie voor woonverhuur. Voor huurcontracten gesloten vanaf 2024 is de algemene IRPF?reductie 50%, oplopend tot 60% na kwalificerende renovatie binnen 3 jaar, 70% bij verhuur aan 18–35?jarigen of in sociale programma’s, en 90% bij nieuwe contracten in “áreas tensionadas” met ?5% huurprijsdaling t.o.v. het vorige contract (wijziging art. 23 LIRPF door Ley 12/2023); de reductie geldt uitsluitend bij positieve netto?huur en niet voor toeristische/kortdurende verhuur. Voor Belgische residenten heeft Spanje het primaire heffingsrecht over Spaanse huur (art. 6 verdrag), terwijl België vrijstelling met progressie toepast; aangifte in België gebeurt op basis van het buitenlandse kadastraal inkomen (wet 17?02?2021). Ter vergelijking: Nederland belast particuliere verhuur niet als inkomen maar in box 3 (forfaitair rendement), zodat kwartaalinkomsten niet afzonderlijk worden aangeslagen; btw kan in Nederland bij kort verblijf spelen onder het verlaagde tarief voor logies, terwijl Spanje 10% hanteert bij hoteldiensten.

  • IRNR niet?resident EU/EER: 19% over nettohuur; kwartaal­aangifte Modelo 210 (1–20 apr/jul/okt/jan); afschrijving op opstal tot ca. 3% p.j.
  • Voorheffing: inhouding door zakelijke/professionele huurders via Modelo 216; verrekening in Modelo 210; particulieren houden niet in.
  • Btw/IGIC: vrijstelling bij kale woonverhuur; 10% btw (of IGIC ca. 7% op Canarische Eilanden) bij hoteldiensten; btw?aangifte Modelo 303/390.
  • Toeristenbelasting en vergunning: regionaal geregeld (o.a. Balearen, Catalonië); naast IRNR/IRPF te voldoen.
  • IRPF residenten: reductie 50%–90% voor nieuwe woonhuurcontracten vanaf 2024 onder voorwaarden (Ley 12/2023); geen reductie voor toeristische verhuur.
  • België vs. Nederland: België verleent vrijstelling met progressie; Nederland belast in box 3 en kent geen kwartaalinkomstenheffing zoals IRNR/IRPF.

Wat zijn de regels voor vermogenswinstbelasting in Spanje?

Voor particuliere verkopers in Spanje wordt de vermogenswinst berekend als verkoopprijs minus aanschafprijs, verhoogd met aankoopbelastingen en -kosten (ITP/AJD/IVA waar toepasselijk, notaris/registro/gestor) plus bewezen verbeteringsuitgaven; onderhouds- en reparatiekosten verhogen de kostprijs niet. Indexatie is sinds 2015 afgeschaft; voor vóór 31?12?1994 verkregen activa geldt nog een afbouw van oude “abatement”-coëfficiënten met een gezamenlijk plafond van €400.000 aan verkoopwaarden (LIRPF/DT 9ª). Niet?residenten uit de EU/EER betalen 19% IRNR over de werkelijke meerwaarde; niet?EU/EER doorgaans 24% (TRLIRNR, RDL 5/2004). Spaanse residents vallen in de IRPF?spaargrondslag met schijven ca. 19%/21%/23%/27%/28% (bedragsgrenzen jaarlijks vastgesteld; 27% grofweg €200.000–€300.000 en 28% boven €300.000). Vrijstellingen bestaan voor verkoop hoofdverblijf bij herinvestering binnen 2 jaar (art. 38 LIRPF) en volledig bij verkoop door 65?plussers van hun hoofdverblijf; EU/EER?niet?residenten kunnen de herinvesteringsvrijstelling toepassen bij herinvestering in een EU/EER?hoofdverblijf (art. 14.3 TRLIRNR).

De koper moet bij verkoop door een niet?resident 3% van de overeengekomen prijs inhouden en binnen 1 maand afdragen (Modelo 211); de verkoper dient binnen 3 maanden na het einde van de overdrachtsmaand aangifte te doen (Modelo 210) voor bijbetaling of teruggaaf. De “valor de referencia” wordt niet als minimumgrondslag gebruikt voor de meerwaardebelasting; de fiscus kan wel de werkelijke marktwaarde toetsen. Bij erfenis is de aanschafwaarde de voor de Spaanse erfbelasting (ISD) gehanteerde waarde plus ISD en kosten; de verkrijgingsdatum is de overlijdensdatum. Bij schenking is de schenker in beginsel in Spanje belast over de meerwaarde; de verkrijger start met de ISD?waarde als kostprijs. Residenten kunnen vermogensverliezen in de spaargrondslag verrekenen en 4 jaar voorwaarts meenemen; niet?residenten verrekenen alleen binnen de Spaanse grondslag en zonder voortwenteling. De gemeentelijke plusvalía over grond (IIVTNU) staat los van de meerwaardebelasting en volgt de lokale verordening.

België kent op basis van het verdrag België?Spanje het heffingsrecht over onroerende?zaakwinsten toe aan Spanje (art. 13); België verleent vrijstelling met progressie (art. 23), waardoor Belgische binnenlandse meerwaarderegels voor particulieren in de praktijk niet spelen voor Spaans vastgoed. Belgische residenten blijven in België wel aangifteplichtig, maar de Spaanse belasting wordt niet nog eens geheven; de 3% Spaanse inhouding wordt in Spanje verrekend met de uiteindelijke IRNR?aanslag. Voor Nederlandse residenten wordt de Spaanse meerwaarde in Spanje geheven; Nederland belast particuliere meerwaarden niet en past voor buitenlands onroerend goed in box 3 de objectvrijstelling toe, zodat dubbele belasting wordt voorkomen binnen de Nederlandse systematiek. In alle gevallen kunnen naast de meerwaardebelasting afzonderlijke heffingen en kosten spelen (bijv. IIVTNU en notariskosten), die fiscaal verschillende behandelingen kennen in Spanje en niet in België of Nederland aftrekbaar zijn in de personenbelasting voor particulieren.

  • Tarief niet?resident: 19% (EU/EER) of 24% (overig); aangifte via Modelo 210 binnen 3 maanden na het einde van de maand van overdracht; 3% inhouding door koper via Modelo 211 binnen 1 maand.
  • Tarief resident (IRPF spaarbasis): ca. 19%/21%/23%/27%/28% per jaar­schijf; verrekening van verliezen binnen de spaargrondslag; carry?forward 4 jaar.
  • Kostprijsverhogers: ITP/AJD/IVA bij aankoop, notaris/registro/gestor, bewezen verbeteringen; onderhoud en gewone reparaties zijn geen kostprijsverhogers.
  • Vrijstellingen: hoofdverblijf herinvestering binnen 2 jaar; volledige vrijstelling voor 65?plussers bij verkoop hoofdverblijf; EU/EER?niet?residenten kunnen de herinvestering toepassen binnen de EU/EER.
  • Pre?1995: aflopende “abatement”-regeling met €400.000 totaalplafond aan verkoopwaarden; geen indexatie sinds 2015.
  • België/Nederland: Spanje heft primair; België vrijstelling met progressie; Nederland geen particuliere meerwaardebelasting en box?3?objectvrijstelling voor buitenlands vastgoed.

Betaal ik ook in Nederland belasting over een woning in Spanje?

Als u in Nederland fiscaal inwoner bent, moet u uw wereldvermogen in box 3 aangeven, inclusief een in Spanje gelegen woning. Nederland verleent voor buitenlands onroerend goed voorkoming van dubbele belasting via de vrijstellingsmethode (objectvrijstelling) op grond van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001; het belastingverdrag Nederland?Spanje kent het primaire heffingsrecht toe aan Spanje voor onroerende?zaakinkomsten en ?winsten. U vermeldt de waarde per 1 januari en eventuele direct toerekenbare schuld in box 3; de Belastingdienst past vervolgens een vermindering toe zodat over de aan deze Spaanse woning toe te rekenen box?3?grondslag geen Nederlandse heffing verschuldigd is. Die vermindering werkt op nettobasis (waarde minus schuld) en pro rata binnen de totale box?3?grondslag, zodat de vrijstelling doorgaans neerkomt op nihilheffing over dit deel maar niet over overige box?3?bezittingen. De Spaanse belastingen (IBI, IRNR/IRPF en eventuele vermogens? of solidariteitsheffingen) blijven naast de Nederlandse aangifteplicht bestaan.

Bent u géén Nederlands belastingresident (bijvoorbeeld Belgisch resident) en bezit u uitsluitend een Spaanse woning, dan heft Nederland in beginsel geen inkomstenbelasting: buitenlands onroerend goed valt niet onder de binnenlandse heffingsgrondslag voor niet?inwoners zolang er geen Nederlandse vaste inrichting of andere binnenlandse bron is. Nederlandse overdrachtsbelasting (10,4% voor beleggingen/tweede woning; 2% voor hoofdverblijf) en gemeentelijke OZB zijn uitsluitend verschuldigd voor in Nederland gelegen onroerend goed en zijn dus niet van toepassing op Spaans vastgoed. De Spaanse heffingen bij aankoop en bezit (ITP/IVA/AJD naar gelang van de levering, plus IBI) en bij verhuur of verkoop (IRNR/IRPF en gemeentelijke plusvalía) blijven dan de relevante belastingen. Een Nederlandse aangifte kan wel vereist zijn voor andere Nederlandse inkomensbestanddelen, zoals loon uit Nederland, box?2?inkomen of een eigen woning in Nederland, maar de Spaanse woning zelf vormt dan geen Nederlandse belastbare grondslag. Het eigendom in Spanje verandert op zichzelf niet uw residentiestatus voor Nederlandse fiscale doeleinden.

Voor Nederlandse particulieren wordt Spaanse verhuur niet afzonderlijk als huurinkomen belast; het valt normaliter in box 3, en via de objectvrijstelling wordt het aan de woning toerekenbare deel van de box?3?heffing verminderd. Werkelijke huur in Spanje is belast in Spanje (IRNR 19% voor EU/EER?residenten, kwartaal­aangifte), en een latere vermogenswinst bij verkoop wordt in Spanje belast, terwijl Nederland geen afzonderlijke particuliere meerwaardebelasting kent. Hypotheekschulden die direct samenhangen met de Spaanse woning tellen in box 3 mee als schuld; de vrijstelling wordt berekend over de netto?waarde (bezit minus schuld) van het buitenlandse onroerend goed en vermindert de totale box?3?aanslag naar rato. Ter vergelijking: België verplicht zijn residenten het buitenlandse vastgoed aan te geven op basis van een toegekend buitenlands kadastraal inkomen (wet van 17?02?2021) en verleent vrijstelling met progressie, terwijl Nederland de objectvrijstelling in box 3 hanteert. Beide systemen beogen dubbele heffing over de waarde van Spaans vastgoed te neutraliseren, met behoud van Spaans primair heffingsrecht.

Bestaat er een dubbelbelastingverdrag tussen Nederland en Spanje?

Ja. Nederland en Spanje hebben een bilateraal verdrag ter voorkoming van dubbele belasting en het voorkomen van belastingontwijking dat van kracht is en ziet op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen (in de kern gebaseerd op het OESO?model, nadien aangevuld met protocollen). Voor in Spanje gelegen onroerend goed kent het verdrag het primaire heffingsrecht toe aan Spanje voor zowel lopende inkomsten (huur) als vermogenswinsten bij verkoop; Nederland verleent vervolgens voorkoming via de objectvrijstelling in box 3 en, waar relevant, volgens het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Het verdrag begrenst tevens bronheffingen op dividenden, interest en royalty’s, terwijl voor kwalificerende concernbetalingen binnen de EU aanvullende richtlijnen een (nagenoeg) nulheffing kunnen geven; voor particuliere vastgoedbezitters is dit doorgaans minder relevant. Er zijn bepalingen voor inlichtingenuitwisseling en onderlinge overlegprocedures, maar het verdrag raakt niet aan Spaanse transactie? en bezitbelastingen zoals ITP/IVA/AJD en IBI. Ter vergelijking: België heeft eveneens een verdrag met Spanje en past voor Spaans onroerend goed vrijstelling met progressie toe; sinds 2021 gebeurt Belgische aangifte op basis van een buitenlands kadastraal inkomen.

Zijn er erf- of schenkingsbelastingen in Spanje?

Ja. Spanje heft Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones (ISD) op verkrijgingen krachtens overlijden en op schenkingen (Ley 29/1987; Reglamento RD 1629/1991). De belastingplichtige is de verkrijger (erfgenaam/legataris of begiftigde); ook uitkeringen uit levensverzekeringen vallen onder ISD bij de begunstigde. De staatsbasisschaal is progressief circa 7,65%–34%, vermenigvuldigd met een coëfficiënt (1,0–2,4) afhankelijk van verwantschapsgroep en het voor?verkrijging aanwezige vermogen; staatsvrijstellingen omvatten o.a. €15.956,87 (groep II), hogere bedragen voor afstammelingen

Tarief, vrijstellingen en bonificaties worden in de praktijk bepaald door de autonome regio: de staatsregels gelden subsidiair, maar regio’s mogen vergaand afwijken. Enkele voorbeelden: Madrid past doorgaans 99% bonificatie toe voor echtgenoten, afstammelingen en opgaande lijn bij zowel erfenissen als schenkingen; Andalusië kent eveneens 99% bonificatie in de rechte lijn en voor partners (meest recente decreten); Catalonië, Balearen en Valencia hanteren eigen schalen en gerichte vrijstellingen zonder algemene 99%?bonificatie voor alle gevallen. Welke regionale regeling geldt, hangt af van de aanknopingsregels: bij Spaans onroerend goed is beslissend de regio waar het goed ligt; bij nalatenschappen met meerdere autonome regio’s geldt doorgaans de regio van grootste vermogenswaarde. Sinds 1?1?2015 mogen EU/EER?niet?residenten regionale voordelen toepassen (Ley 26/2014 na HvJ?EU 3?9?2014, C?127/12); vaste rechtspraak sinds 2018 heeft dit in de praktijk uitgebreid naar niet?EU?residenten, wat door de Spaanse fiscus wordt gevolgd.

Niet?residenten zijn in Spanje belast over verkrijgingen van in Spanje gelegen goederen (o.a. onroerend goed en in Spanje gesitueerde banktegoeden/levensverzekeringen); residenten in Spanje zijn belast over wereldwijde verkrijgingen. Erfbelasting moet in beginsel binnen 6 maanden na overlijden worden aangegeven en betaald (verlenging met 6 maanden mogelijk mits aangevraagd binnen 5 maanden; renteberekening vanaf maand 6); schenkbelasting wordt binnen 30 werkdagen na de schenking voldaan. Aangifte geschiedt via zelfaangifte: Modelo 650 (nalatenschap) en Modelo 651 (schenking); niet?residenten dienen doorgaans in via de AEAT?e?dienst met toepassing van de bevoegde regionale regeling. Voor inschrijving in het Registro de la Propiedad is een betalingsbewijs of vrijstellingscertificaat (“carta de pago”) vereist; bovendien moet IIVTNU normaal binnen 6 maanden na overlijden (verlengbaar) of binnen 30 werkdagen na schenking bij de gemeente worden aangegeven. Een NIE is verplicht; een fiscale vertegenwoordiger is voor EU/EER?verkrijgers niet verplicht, maar kan praktisch zijn.

  • Wetgeving/grondslag: Ley 29/1987 en RD 1629/1991; staatschaal ca. 7,65%–34%; multiplicadores 1,0–2,4; staatsvrijstellingen o.a. €15.956,87 (groep II) en verhoogd voor
  • Valor de referencia: minimumgrondslag voor Spaans onroerend goed sinds 1?1?2022 (Ley 11/2021); betwistbaar via fiscale procedure.
  • Termijnen: nalatenschap 6 maanden (verlengbaar met 6 maanden bij tijdige aanvraag); schenking 30 werkdagen; IIVTNU: 6 maanden (overlijden) of 30 werkdagen (schenking).
  • Aangifte: Modelo 650 (erf), Modelo 651 (schenk); niet?residenten via AEAT, met toepassing van regionale voordelen volgens aanknopingsregels.
  • Registratie: Registro eist “carta de pago”/vrijstelling; notariële akte vereist voor overdracht/schenking van onroerend goed.

België heft erf? en schenkbelasting op regionaal niveau over respectievelijk het wereldvermogen van een rijksinwoner (erfenis) en geregistreerde schenkingen; tarieven en vrijstellingen verschillen per gewest (Vlaanderen, Brussel, Wallonië) en lopen voor rechte lijn/partners veelal lager op dan voor verdere verwanten. Er bestaat geen Belgisch?Spaans verdrag inzake erf?/schenkbelasting; dubbele heffing wordt doorgaans beperkt via regionale verrekeningsregels voor in het buitenland gelegen onroerend goed waarop in dat buitenland effectief erfbelasting is betaald (modaliteiten per gewest en met plafonds). Voor schenkingen van Spaans onroerend goed is in Spanje schenkbelasting verschuldigd; Belgische schenkbelasting speelt in de regel alleen bij registratie in België, terwijl een overdracht van Spaans onroerend goed via Spaanse notaris plaatsvindt en in Spanje wordt geregistreerd. Ter vergelijking: Nederland kent landelijke erf?/schenkbelasting (ca. 10%/20% in rechte lijn/partners; 30%/40% voor anderen) met aanknopingsregels voor emigranten (10?jaarstermijn bij schenkingen/overlijden), en verleent in beginsel eenzijdige vermindering voor buitenlands onroerend goed; Spanje heft daarnaast afzonderlijk de gemeentelijke plusvalía.

Welke lokale heffingen en gemeentelijke belastingen gelden in Spanje?

De kern van de gemeentelijke heffingen op Spaans vastgoed is de IBI (Impuesto sobre Bienes Inmuebles), geregeld in art. 60–77 TRLRHL (RDL 2/2004). De heffing ontstaat op 1 januari en wordt geheven op basis van de valor catastral (grond/opstal), via het gemeentelijke padrón en een jaarlijks betaalvenster (periodo voluntario) volgens de ordenanza fiscal. Gemeenten mogen facultatieve kortingen (bonificaciones) toekennen, zoals voor beschermde woningen (VPO, vaak 50% voor de eerste jaren; art. 73–74 TRLRHL), grote gezinnen of zonne?energie, en kunnen sinds Ley 12/2023 een leegstandsrecargo op woningen opleggen (tot 50%, 100% of 150% afhankelijk van duur/portfolio). Betaling per automatische incasso kan kleine kortingen opleveren; bij uitblijven volgt het invorderingstraject van LGT 58/2003 met toeslagen en rente. Ter vergelijking: Nederland heft OZB op de WOZ?waarde en kent geen afzonderlijke leegstandsopslag in landelijke wetgeving, terwijl Spanje expliciet recargo?bevoegdheden biedt.

De plusvalía municipal (IIVTNU, art. 104–110 TRLRHL) belast waardestijgingen van de grond bij overdracht, schenking of vererving. Sinds RDL 26/2021 kan de belastingplichtige kiezen tussen een objectieve methode (kadastrale grondwaarde x gemeentelijke coëfficiënten naar bezitstijd, binnen landelijke maxima) of heffing over de werkelijke meerwaarde; bestaat geen stijging, dan geldt vrijstelling. Bij verkoop is de verkoper subjectum; bij schenking/erfenis de verkrijger; aangifte en betaling verlopen meestal binnen 30 werkdagen na de akte, respectievelijk binnen 6 maanden na overlijden (verlengbaar met 6 maanden bij tijdige aanvraag). Gemeentelijke verordeningen bepalen documenten en betalingsmodaliteiten; niet?aangifte leidt tot naheffing met LGT?toeslagen. Nederland kent geen gemeentelijke heffing op grondwaardestijging; Spaanse IIVTNU staat dus naast de rijks?meerwaardebelasting en moet lokaal worden voldaan.

Voor bouw en verbouw geldt de gemeentelijke ICIO (Impuesto sobre Construcciones, Instalaciones y Obras; art. 100–103 TRLRHL) over de “coste real y efectivo” van de werken, met tarieven die lokaal veelal tussen 2% en 4% liggen (maximaal 4%). Daarboven komen gemeentelijke leges/tasas voor urbanistische vergunningen en inspecties, en vaak een tasa/prijs voor tijdelijke bezetting van de openbare weg (containers, steigers, materiaal­opslag; “aprovechamiento especial del dominio público”). Andere veelvoorkomende lokale heffingen zijn de tasa de residuos (huishoudelijk afval), tasa de alcantarillado/depuración (riool/zuivering) en, waar van toepassing, de vado?tasa (permanente inrit op trottoir). Afval/riool kunnen als tasa of als prijs van een gemeentelijk nutsbedrijf worden geïnd; invordering volgt de ordenanza en de LGT?regels. In Nederland bestaan vergelijkbare riool? en afvalstoffenheffingen en leges, maar geen ICIO; bouwleges vallen daar onder de Omgevingswet?leges.

Toeristenheffingen zijn in Spanje regionaal of lokaal georganiseerd en gelden niet uniform. In Catalonië heft de Generalitat de IEET (toeristenbelasting) met tarieven per accommodatiecategorie en een afzonderlijke gemeentelijke opslag in o.a. Barcelona via lokale verordening; inning en periodieke aangifte gebeuren door de exploitant volgens regionale regels. Op de Balearen geldt de ecotasa (Impuesto de Estancias Turísticas) met gedifferentieerde bedragen per persoon per nacht, seizoensopslag in het hoogseizoen en meestal vrijstelling voor minderjarigen; gemeenten kunnen de uitvoering mede organiseren. Valencia heeft een wettelijke basis voor een optionele toeristenbelasting (regionale wet 2022), toepasbaar per gemeente; veel gemeenten hanteren (nog) nul. In Nederland is toeristenbelasting een algemene gemeentebelasting en breed ingevoerd; in Spanje is het beperkt tot regio’s/gemeenten met een specifieke ordenanza of regionale wet.

  • IBI (art. 60–77 TRLRHL): grondslag valor catastral; tarieven en bonificaciones per ordenanza; leegstandsrecargo mogelijk (Ley 12/2023).
    Betaaltermijn: jaarlijks periodo voluntario; invordering volgens LGT 58/2003.
  • IIVTNU/plusvalía (art. 104–110 TRLRHL): heffing bij overdracht/schenking/erfenis; keuze objectieve coëfficiënten of werkelijke meerwaarde (RDL 26/2021).
    Termijnen: doorgaans 30 werkdagen (overdracht/schenking) of 6 maanden na overlijden (verlengbaar).
  • ICIO (art. 100–103 TRLRHL): tot 4% over werkelijke bouwkosten; verschuldigd bij bouw/verbouw; aanvullende leges/weg?bezettaksen mogelijk.
  • Tasas residuos/alcantarillado/depuración: lokale tarieven en frequentie per ordenanza; soms als “precio público” via nutsbedrijf; vado?tasa bij inritten.
  • Toeristenheffingen: Catalonië (IEET) en Balearen (ecotasa) met periodieke aangifte door exploitant; Valencia opt?in per gemeente; elders geen algemene toeristenbelasting zonder regionale/lokale basis.
  • Vergelijking NL: OZB/riool/afval/toeristenbelasting breed aanwezig; geen plusvalía of ICIO; bouw? en vergunningskosten via legesstelsel van de gemeente.

Welke fiscale voordelen bestaan er voor huiseigenaren in Spanje?

Voor Spaanse eigenaren van een hoofdverblijf bestaan in de inkomstenbelasting vrijstellingen bij verkoop: volledige vrijstelling bij herinvestering in een ander hoofdverblijf binnen 2 jaar (art. 38 LIRPF) en volledige vrijstelling bij verkoop door 65?plussers van hun hoofdverblijf. EU/EER?niet?residenten, zoals Belgische residenten, kunnen de herinvesteringsvrijstelling toepassen indien de herinvestering in een EU/EER?hoofdverblijf plaatsvindt (art. 14.3 TRLIRNR); deze voordelen gelden niet voor tweede woningen. De gemeentelijke plusvalía (IIVTNU) blijft een aparte heffing, al kan sinds RDL 26/2021 worden gekozen voor heffing over de werkelijke meerwaarde of via objectieve coëfficiënten, en bestaat vrijstelling bij onder meer “dación en pago” van het hoofdverblijf. In de Baskische en Navarrese forale gebieden gelden eigen inkomstenbelastingregimes met aanvullende voordelen voor het hoofdverblijf. Ter vergelijking: Nederland kent geen particuliere heffing over verkoopwinsten op de eigen woning; Spanje kent die wel, maar voorziet bovengenoemde vrijstellingen specifiek voor de hoofdverblijfssituatie.

Voor verhuur kent Spanje substantiële voordelen in de IRPF voor resident?verhuurders van woonruimte: voor nieuwe contracten vanaf 2024 een basisreductie van 50% op de positieve nettohuur, oplopend tot 60% na kwalificerende renovatie binnen 3 jaar, 70% bij verhuur aan 18–35?jarigen of in sociale programma’s, en 90% bij nieuwe contracten in “áreas tensionadas” met minimaal 5% huurprijsdaling ten opzichte van het vorige contract (wijziging art. 23 LIRPF door Ley 12/2023). Toeristische/kortdurende verhuur is uitgesloten van deze reducties. Niet?residenten uit de EU/EER (bijv. België) genieten in de IRNR het voordeel dat werkelijke, direct toerekenbare kosten en afschrijving aftrekbaar zijn en het tarief 19% bedraagt (art. 24.6 TRLIRNR), waar niet?EU/EER?verhuurders die aftrek niet hebben. Nederlandse particulieren worden verhuur in Spanje niet in box 1 belast maar in box 3; de Spaanse IRNR/IRPF?regimes met reducties blijven echter in Spanje van toepassing.

Op lokaal niveau voorzien veel gemeenten in IBI?kortingen (bonificaciones) op grond van TRLRHL: verplicht 50% voor beschermde woningen (VPO) gedurende de eerste jaren (art. 73), en facultatieve kortingen voor o.a. grote gezinnen, monumenten en zonne?energie?installaties (art. 74), vaak met percentages en looptijden vastgelegd in de ordenanza fiscal. Voor bouw/verbouw kunnen gemeenten ICIO?kortingen tot 95% toestaan voor werken met bijzonder gemeentelijk belang of nut, waaronder in de praktijk regelmatig energie?efficiëntie? en toegankelijkheidsinvesteringen (art. 103 TRLRHL). De exacte criteria, plafonds en bewijsstukken (bijv. EPC?certificaten, vergunningen) verschillen per gemeente. Belgische eigenaars kunnen deze lokale voordelen eveneens benutten, ongeacht fiscale woonplaats. Ter vergelijking: in Nederland bestaan gemeentelijke OZB?tarieven en soms stimuleringsregelingen, maar geen landelijk wettelijk kader dat IBI?achtige bonificaties of ICIO?kortingen structureel harmoniseert zoals in de TRLRHL.

Indirecte en vermogensheffingen kennen eveneens voordelen. Renovatie? en herstelwerkzaamheden aan woningen kunnen onder het verlaagde btw?tarief van 10% vallen wanneer aan de voorwaarden van art. 91.Uno.2.10º LIVA is voldaan (o.a. woninggebruik, ouder dan 2 jaar, materialen ?40% van de aannemingssom); voor bepaalde beschermde woningtypes geldt in specifieke gevallen 4% btw. Tijdelijke IRPF?aftrekken voor energie?renovatiewerken (RDL 19/2021, verlengd tot 31?12?2024) belonen 20%/40%/60% van uitgaven binnen wettelijke plafonds, mits met energiecertificaten een vereiste daling of labelverbetering wordt aangetoond. In de vermogensbelasting (IP) passen regio’s bonificaties toe; Madrid en Andalusië hanteren een 100%?bonificatie, ook toepasbaar door EU/EER?niet?residenten sinds 2015, terwijl de tijdelijke solidariteitsheffing (ITSGF, vanaf €3 mln) IP verrekent. Sinds RDL 17/2018 betaalt de kredietverstrekker de AJD over hypotheekakten; dit verlaagt de fiscale aankoop?/financieringslast voor eigenaars. Ten opzichte van Nederland (box 3, geen IP) zijn deze regionale IP?bonificaties een specifiek Spaans voordeel.

Disclaimer
De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve doeleinden. Hoewel wij de inhoud met de grootst mogelijke zorg samenstellen, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Wij zijn geen financieel adviseur en geven geen persoonlijk advies.

Het kopen of financieren van een vakantiewoning brengt financiële risico’s en verplichtingen met zich mee. Doe daarom altijd je eigen onderzoek en win – indien gewenst – professioneel financieel of juridisch advies in bij een erkende adviseur voordat je een beslissing neemt.

Vakantiewoningkopen.nl en de auteurs van de artikelen aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade of gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de op deze website aangeboden informatie.