Toeristische verhuur per nacht of per week mag juist wél. Het verschil zit niet in de duur alleen, maar in wat de gast er doet.
Wat short stay is
Short stay is de tijdelijke verhuur van zelfstandige woonruimte voor een aaneengesloten periode, doorgaans één tot zes maanden, aan iemand die er woont: een expat, een uitgezonden werknemer, iemand die verbouwt of scheidt, of een arbeidsmigrant. De huurder heeft er zijn feitelijke verblijf, ontvangt er post en gaat er 's avonds naartoe na het werk.
| Toeristische verhuur | Short stay | Reguliere huur | |
|---|---|---|---|
| Duur | Nachten tot weken | 1 tot 6 maanden | Jaren |
| Wat de gast doet | Recreëren | Wonen | Wonen |
| Toegestaan bij recreatiebestemming | Ja | Nee | Nee |
| Huurbescherming | Nee | Meestal wel | Ja |
| Btw over de huur | 21% sinds 2026 | Afhankelijk van de opzet | Vrijgesteld |
| Inschrijving in de basisregistratie | Nee | Ja, boven vier maanden | Ja |
Waarom de gemeente het merkt
Wie langer dan vier maanden binnen een half jaar in Nederland op een adres verblijft, moet zich daar in de basisregistratie personen laten inschrijven. Die inschrijving volgt de feiten: de gemeente registreert waar iemand werkelijk woont, ook als dat gebruik in strijd is met het omgevingsplan.
Juist die inschrijving is voor de gemeente het signaal. Een reeks inschrijvingen op parkadressen leidt tot een controle, en de eigenaar krijgt een last onder dwangsom. Die dwangsom loopt op per week dat de bewoning voortduurt, en hij treft ú, niet de huurder.
Sinds het kabinet de landelijke regeling voor permanente bewoning op 3 juli 2026 introk, ligt handhaving weer volledig bij de gemeenten. De instrumenten die zij gebruiken zijn het omgevingsplan, een persoonsgebonden vergunning, een gedoogbeschikking en de last onder dwangsom. Zie wat gebeurt er als u er toch permanent gaat wonen.
Wanneer het wél mag
- Het omgevingsplan staat het toe. Sommige gemeenten hebben op specifieke parken of percelen tijdelijk wonen of huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk gemaakt, met een eigen aanduiding.
- Een tijdelijke omgevingsvergunning. Gemeenten kunnen voor een afgebakende periode afwijken van het omgevingsplan, vaak voor maximaal tien jaar en aan voorwaarden gebonden.
- Een gedoogbeschikking, soms persoonsgebonden en tijdelijk. Let op: gedogen is geen recht en kan worden ingetrokken.
- De woning heeft een woonbestemming. Dan gelden de gewone regels voor woonruimte, inclusief huurbescherming en, in een groeiend aantal gemeenten, een verhuurdersvergunning.
Vraag dit altijd na bij de gemeente zelf en niet bij het park. Een parkbeheerder die zegt dat het "al jaren zo gaat", geeft u geen enkele rechtsbescherming.
Het park kan het ook verbieden
Naast de gemeente heeft u met het parkreglement en uw akte te maken. Veel parken verbieden verhuur aan niet-recreanten uitdrukkelijk, om drie redenen: het verstoort de sfeer voor de andere gasten, het beschadigt de verhuurpositie van het hele park, en het brengt de eigenaren in aanraking met handhaving.
Staat er een verhuurbeding of een exclusiviteitsclausule in uw akte, dan kunt u sowieso niet zelf kiezen aan wie u verhuurt. Zie kunnen parkregels veranderen na aankoop.
Huurrecht: het risico dat u niet ziet
Verhuur die naar zijn aard van korte duur is, valt buiten de huurbescherming. Die uitzondering is bedoeld voor vakantieverhuur en wordt door de rechter smal uitgelegd: bepalend is wat partijen werkelijk voor ogen hadden, niet wat er in het contract staat.
Verhuurt u drie maanden aan iemand die er woont, dan is de kans reëel dat de rechter dat als woonruimte aanmerkt. De gevolgen:
- De huurder heeft huurbescherming en u kunt hem niet zomaar opzeggen.
- Sinds juli 2024 zijn tijdelijke huurcontracten voor zelfstandige woonruimte in beginsel niet meer toegestaan; wat u als tijdelijk bedoelde, wordt dan een contract voor onbepaalde tijd.
- De huurprijs kan onder het puntenstelsel vallen en achteraf worden verlaagd.
U kunt dan dus tegelijk een dwangsom van de gemeente krijgen en een huurder die niet weg hoeft.
Btw en belasting
Verhuur van onroerend goed is vrijgesteld van btw. De uitzondering is het verstrekken van logies aan personen die er kort verblijven, en dat tarief ging op 1 januari 2026 van 9% naar 21%. Bij short stay hangt het van de opzet af: kort verblijf met meubilair en diensten neigt naar belaste logies, verhuur langer dan zes maanden naar de vrijstelling. Laat dat per geval beoordelen, want de gevolgen voor uw btw-aftrek zijn groot.
De woning zelf blijft in box 3 tegen de WOZ-waarde. Zie hoe werkt het btw-regime bij verhuur.
Wat u beter wel kunt doen
- Verhuur per week aan recreanten. Dat is waar de bestemming voor bedoeld is en waar de markt zit.
- Verhuur langer aan wintergasten die elders wonen. Een overwinteraar met een hoofdverblijf elders recreëert; iemand die er zijn hoofdverblijf van maakt niet. Het verschil zit in de inschrijving.
- Leg de recreatieve aard vast in uw huurovereenkomst, met een maximale verblijfsduur en de bepaling dat de huurder elders hoofdverblijf houdt.
- Vraag bij twijfel een schriftelijk standpunt van de gemeente vóór u verhuurt. Dat kost u een paar weken en scheelt mogelijk duizenden euro's.
In het kort
- Short stay is wonen, en dat past niet bij een recreatieve bestemming.
- Toeristische verhuur per nacht of week mag juist wel.
- Inschrijving in de basisregistratie boven vier maanden is voor de gemeente het signaal om te handhaven.
- De last onder dwangsom treft de eigenaar, niet de huurder.
- Het kan wel met een tijdelijke omgevingsvergunning of een gedoogbeschikking; vraag dat bij de gemeente.
- Ook het parkreglement kan verhuur aan niet-recreanten verbieden.
- Een short-stayhuurder krijgt vaak huurbescherming, en tijdelijke contracten mogen sinds juli 2024 in beginsel niet meer.
- Leg in de huurovereenkomst vast dat de huurder elders hoofdverblijf houdt.
Peildatum 1 september 2026. Dit is algemene informatie; beleid verschilt per gemeente. Meer in de landgids Nederland.
