In België draagt de koper de eenmalige aankoopheffingen. Voor bestaande gebouwen gelden registratierechten: in Vlaanderen 12% sinds 1 januari 2022 (Decreet van 23/12/2021), in Brussel en Wallonië 12,5% (Codes des droits denregistrement). Verminderingen en abattementen zijn in de regel voorbehouden aan de eigen en enige woning; voor tweede verblijven zijn ze niet van toepassing. Bij nieuwbouw is de levering van het gebouw BTW-belast aan 21% indien het binnen twee jaar na eerste ingebruikneming wordt verkocht; de grond blijft onder de registratierechten (12%/12,5%). De tijdelijke 6%-BTW voor sloop en heropbouw geldt enkel voor hoofdverblijfplaatsen en is niet bruikbaar voor vakantiewoningen. Ter vergelijking: in Nederland bedraagt de overdrachtsbelasting voor niet-eigen woningen 10,4% sinds 1 januari 2023, terwijl BTW-belaste nieuwbouw daar vrijgesteld is van overdrachtsbelasting.
- Registratierechten bestaand: Vlaanderen 12%; Brussel/Wallonië 12,5%.
- Nieuwbouw: 21% BTW op het gebouw; registratierechten op de grond (12%/12,5%); 6% sloop/nieuwbouw enkel voor hoofdverblijf.
- Notarieel ereloon verkoopakte: wettelijk tarief (degressief); ca. 1.5003.000 bij 300.000500.000, +21% BTW.
- Administratieve/attestkosten notaris: typisch 4001.000 (bodemattest, stedenbouwkundige inlichtingen, kadastrale en hypothecaire uittreksels, overschrijving).
- Financiering: hypotheekrecht 1% op gewaarborgd bedrag; kredietakte-ereloon 1.0001.500 + 21% BTW; retributies hypotheekkantoor 200400; bankdossier 250500; schatting 300800.
- Makelaarscourtage: doorgaans ten laste van de verkoper; koper betaalt geen courtage.
Het notarieel ereloon voor de verkoopakte is wettelijk vastgelegd via degressieve schalen (KB 16/12/1950, hervormd 2023) en is identiek in het hele land; daarop komt 21% BTW. Bij een aankoopprijs van circa 300.000500.000 ligt het ereloon doorgaans in de grootteorde van 1.5003.000 exclusief BTW, naast vaste aktekosten voor uittreksels en opzoekingen. De overschrijving bij het hypotheekkantoor en retributies voor kadastrale en hypothecaire getuigschriften leiden samen vaak tot 300700 aan vaste rechten. Indien u financiert, komt daar de kredietakte bij: notarieel ereloon (ca. 1.0001.500 + 21% BTW) en het hypotheekrecht van 1% op het gewaarborgde bedrag. Banken laten dit gewaarborgde bedrag vaak hoger liggen dan het geleende kapitaal (bv. 120%150%) om interesten en kosten te dekken. Sommige banken werken met een hypothecair mandaat (geen 1% recht) gecombineerd met een beperkte inschrijving; voor niet-ingezetenen wordt echter vaak een volledige inschrijving verlangd.
Naast bovengenoemde posten rekent de notaris administratieve en gemeentelijke attesten door, zoals bodemattest (Vlaanderen), stedenbouwkundige inlichtingen en diverse uittreksels, samen typisch 4001.000 afhankelijk van gemeente en percelen. De verkopend makelaar wordt in België in de regel door de verkoper betaald; de koper betaalt dus geen courtage. Bij financiering rekenen banken vaak dossierkosten (250500) en een schatting (300800); een schuldsaldoverzekering is gebruikelijk maar niet wettelijk verplicht en vormt een afzonderlijke kost. Registratierechten en BTW worden via de notaris bij akte afgerekend aan de fiscus; op erelonen en kosten is 21% BTW verschuldigd. In Nederland zijn notaristarieven vrij en ontbreekt het 1% hypotheekrecht; hypotheekinschrijving brengt daar voornamelijk vaste kadaster- en notariskosten mee, waardoor financieringsgebonden aankoopkosten doorgaans lager liggen dan in België.
Jaarlijkse vaste lasten in Frankrijk
De belangrijkste jaarlijkse last is de onroerende voorheffing, geheven door de regio op het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI). De basistarieven bedragen in Vlaanderen 3,97% en in Brussel en Wallonië 1,25%, waarop provinciale en gemeentelijke opcentiemen worden toegepast. Die opcentiemen variëren per provincie en gemeente en kunnen de effectieve heffing meermaals verhogen, zodat het eindbedrag sterk locatieafhankelijk is. Het KI wordt jaarlijks geïndexeerd via een koninklijk besluit; verminderingen en vrijstellingen zijn doorgaans gericht op hoofdverblijfplaatsen en niet op tweede verblijven. Voorbeeldmatig resulteert dit voor een tweede verblijf met een bescheiden geïndexeerd KI in enkele honderden tot ruim duizend euro per jaar, afhankelijk van opcentiemen. In Nederland wordt geen KI gebruikt maar de WOZ-waarde; daar heffen gemeenten OZB (meestal circa 0,10,2% van WOZ) en waterschappen afzonderlijke heffingen.
Veel gemeenten heffen daarnaast een forfaitaire belasting op tweede verblijven via een gemeentelijk belastingreglement. Deze jaarlijkse heffing geldt per woonentiteit en varieert sterk: kustgemeenten en toeristische plaatsen rekenen vaak hogere bedragen dan landelijke gemeenten. Reken in de praktijk op bandbreedtes van enkele honderden tot ruim duizend euro per jaar, afhankelijk van gemeente, ligging en type pand. Afzonderlijke afvalstoffen- en rioolheffingen komen daar doorgaans bij; die kunnen bestaan uit een vaste en een variabele component en worden geregeld via gemeentelijke verordeningen. In Nederland kennen gemeenten geen specifieke belasting op tweede verblijven, maar wel afvalstoffenheffing en rioolheffing; de totale lokale lasten worden daar bepaald op basis van WOZ en huishoudkenmerken.
Niet-fiscale vaste lasten omvatten verzekeringen, gemeenschappelijke kosten en nutsabonnementen. Een brand/opstalpolis is niet wettelijk verplicht maar in de praktijk gebruikelijk en door banken geëist; premies hangen af van heropbouwwaarde, ligging en beveiliging. Bij appartementen zijn bijdragen aan de vereniging van mede-eigenaars (VME) jaarlijks verschuldigd voor beheer, onderhoud, lift- en brandveiligheid en vaak een reservekapitaal, conform de Appartementswet. Nutsvoorzieningen brengen vaste kosten mee (netwerkkosten, capaciteitsvergoeding voor elektriciteit in Vlaanderen sinds 2023, meterhuur, abonnementstarieven), los van verbruik. Watermaatschappijen rekenen een vaste bijdrage per aansluiting; leveranciers van elektriciteit en gas hanteren vaste jaarcomponenten per contract. In Nederland bestaan vergelijkbare vaste componenten voor nutsvoorzieningen; VvE-bijdragen en opstalverzekeringen zijn daar eveneens gebruikelijk.
Fiscaal in de inkomstenbelasting moet het onroerend inkomen jaarlijks worden aangegeven in België, ook door niet-inwoners (belasting der niet-inwoners natuurlijke personen). Voor eigen gebruik wordt in de regel het geïndexeerde KI belast; bij verhuur aan een particulier voor bewoning wordt doorgaans het geïndexeerde KI vermenigvuldigd met 1,40 gebruikt als basis. Verhuur voor beroepsdoeleinden wordt belast op basis van de werkelijke huur minus forfaitaire kosten, binnen wettelijke plafonds. België heeft op grond van verdragen het primaire heffingsrecht over in België gelegen onroerend goed; het woonland verleent doorgaans voorkoming van dubbele belasting. Voor Nederlandse ingezetenen betekent dit: Belgische belasting over het Belgische onroerend inkomen, terwijl Nederland het buitenlandse onroerend goed in box 3 meeneemt maar via verdragsvrijstelling (voorkoming) de heffing toerekent, naast de Nederlandse lokale lasten die enkel voor in Nederland gelegen objecten gelden.
- Onroerende voorheffing: Vlaanderen 3,97% basis; Brussel/Wallonië 1,25% basis + opcentiemen (provincie/gemeente).
- Belasting op tweede verblijven: gemeentelijk forfait, veelal 2001.500+ per jaar afhankelijk van locatie.
- Afval- en rioolheffing: gemeentelijk, vaste en variabele component; typisch enkele tientallen tot honderden euros.
- VME-bijdrage (appartement): beheer/onderhoud/reserve; vaak 6002.000+ per jaar, afhankelijk van voorzieningen.
- Brand/opstalverzekering: premies variëren sterk naar waarde en risico; indicatief enkele honderden euros per jaar.
- Nutsvoorzieningen: vaste netwerk- en abonnementscomponenten voor elektriciteit/gas/water, los van verbruik.
Overige bijkomende kosten in Frankrijk
In Vlaanderen en Brussel/Wallonië gelden bijkomende keurings- en informatieverplichtingen die kosten meebrengen, los van de eerder genoemde notariële attesten. Bij verkoop moet de elektrische installatie worden gekeurd; is deze niet conform, dan moet de koper ze binnen 18 maanden op eigen kosten in orde brengen. Voor gebouwen met bouwjaar vóór 2001 is in Vlaanderen sinds 23 november 2022 een asbestattest verplicht bij overdracht, gebaseerd op een asbestinventaris door een gecertificeerd deskundige. In Vlaanderen is bij eigendomsoverdracht vaak een keuring van de private riolering vereist; bij aanwezigheid van een stookolietank gelden periodieke controles afhankelijk van volume en ingebruikname. Indicatieve kostprijzen: elektriciteitskeuring 150250, asbestattest 300600, rioleringskeuring 100200 en stookolietankcontrole 150300; in Nederland is een energielabel verplicht bij verkoop, maar een elektriciteitskeuring of asbestattest bij overdracht is doorgaans niet wettelijk vereist.
Voor residentiële eenheden met een EPC-label E of F in Vlaanderen geldt sinds 1 januari 2023 een renovatieverplichting: binnen vijf jaar na akte moet minimaal label D worden behaald. Dit kan investeringen vergen in dak- of muurisolatie, hoogrendementsbeglazing, luchtdichtheid en een efficiëntere verwarmingsinstallatie; de werkelijke kosten zijn pandspecifiek. Niet-naleving kan administratief worden gesanctioneerd door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap; kredietgevers nemen de labelverplichting steeds vaker op in de financieringsvoorwaarden. Een geldig EPC is verplicht bij verkoop en verhuur in alle gewesten; tarieven voor woningen liggen veelal tussen 150 en 400 afhankelijk van type en oppervlakte. Nederland kent geen algemene renovatieplicht na aankoop voor woningen; energielabels zijn er verplicht, en utiliteitsgebouwen (kantoren) hebben wel labelverplichtingen.
Bij kortetermijnverhuur aan toeristen in Vlaanderen is het Logiesdecreet (sinds 2017) van toepassing, met meldingsplicht in het Centraal Register voor Toeristische Logies en minimale brandveiligheidsnormen. Kosten ontstaan uit brandveiligheidsvoorzieningen (rookmelders, noodverlichting, signalisatie, brandblussers) en eventuele attesten of verslagen van de brandweer of een erkende preventiedienst. Gemeenten heffen vaak toeristenbelasting per nacht, per persoon of per kamer; tarieven variëren en liggen in de praktijk veelal tussen circa 1 en 5 per persoon per nacht. Verhuur zonder hoteldiensten is doorgaans vrijgesteld van BTW; worden hotelachtige diensten aangeboden (bijv. regelmatige schoonmaak en ontbijt), dan is 6% BTW op logies van toepassing met bijhorende administratieve verplichtingen. In Nederland bestaan vergelijkbare toeristenbelastingen en lokale registratieregels; de BTW-behandeling is eveneens afhankelijk van de geboden diensten.
Financieringsgerelateerd spelen bijkomende kosten bij herfinanciering of vervroegde terugbetaling. De wederbeleggingsvergoeding is in België wettelijk begrensd tot maximaal drie maanden debetrente op het vervroegd terugbetaalde kapitaal in het kader van een hypothecair krediet. Na volledige aflossing of bij verkoop is doorgaans een notariële doorhaling (mainlevée) van de hypotheekinschrijving nodig; reken op hypotheekkantoorrechten van ruwweg 230300 plus notarieel ereloon en kosten, samen vaak 400900 exclusief 21% BTW. Banken kunnen bijkomende portefeuillekosten of een administratieve vergoeding bij contractwijziging aanrekenen, conform hun tariefbrochure. In Nederland geldt eveneens een vergoeding bij vervroegde aflossing volgens contract, maar er bestaat geen afzonderlijk hypotheekkantoorrecht; doorhaling brengt vooral notaris- en kadasterkosten mee.
Bij latere verkoop van een tweede verblijf kunnen fiscale en commerciële kosten optreden. Een meerwaarde op een gebouw dat binnen vijf jaar na aankoop particulier wordt verkocht, wordt in België afzonderlijk belast aan 16,5% (te vermeerderen met gemeentelijke opcentiemen); voor gronden geldt 33% binnen acht jaar. De belastbare meerwaarde is de verkoopprijs minus de geïndexeerde aankoopprijs en bewezen investeringskosten; binnen wettelijke grenzen kunnen forfaitaire kosten in mindering komen. De verkopend makelaar hanteert in de praktijk 3%4% courtage over de verkoopprijs, vermeerderd met 21% BTW, tenzij anders overeengekomen. In Nederland is particuliere verkoop van een tweede woning doorgaans onbelast in box 3, maar makelaarscourtage en verkoopgerelateerde notariskosten blijven vergelijkbare posten.
- Keuringen en attesten (indicatief): elektriciteit 150250; asbestattest (VL) 300600; riolering (VL) 100200; stookolietank 150300.
- Energie: EPC bij verkoop/verhuur 150400; renovatieplicht (VL) bij label E/F naar minimaal D binnen 5 jaar.
- Verhuur toeristen: brandveiligheidsvoorzieningen en attesten; toeristenbelasting vaak 15 p.p.p.n.; BTW 6% bij hotelachtige diensten, anders vrijgesteld.
- Financiering: wederbeleggingsvergoeding max. 3 maanden rente; doorhaling hypotheek ca. 400900 + 21% BTW.
- Verkoop: meerwaardebelasting gebouwen 16,5% (
- Optionele verzekeringen: BA uitbating bij verhuur en rechtsbijstand, premies afhankelijk van dekking en risico.
Hoe hoog zijn de notariskosten in Frankrijk?
Bij aankoop van bestaande woningen in Frankrijk bedragen de frais de notaire doorgaans circa 78% van de koopsom. Het grootste deel is overdrachtsbelasting (droits de mutation à titre onéreux), meestal 5,80% omdat de departementale heffing vaak 4,50% bedraagt plus bijkomende heffingen (2,37% opslag en gemeentelijke toeslag). Daarnaast geldt de contribution de sécurité immobilière (CSI) van 0,10% met een minimum van 15, en zijn er vaste en variabele formaliteitenkosten (débours) van doorgaans 8001.200. De eigenlijke, gereguleerde notarishonoraria (émoluments) vormen een kleinere component en zijn onderworpen aan 20% btw. Voor nieuwbouw/VEFA die aan btw is onderworpen vallen de totale kosten meestal terug naar circa 23% omdat de overdrachtsbelasting dan is vervangen door een lagere inschrijvingsheffing.
De notarishonoraria in Frankrijk volgen een wettelijk barème (Décret n° 2016-230, geactualiseerd per 2021), met schijven per deel van de koopsom exclusief btw: 06.500: 3,870%; 6.50017.000: 1,596%; 17.00060.000: 1,064%; daarboven: 0,799%; vermeerderd met 20% btw. Sinds 2021 mag een notaris een korting tot maximaal 20% toepassen op het honorariagedeelte boven 100.000; dit is facultatief en niet op belastingen van toepassing. Voorbeeld bestaande woning 300.000 (departement 5,81%): overdrachtsbelasting circa 17.430; CSI 300; honoraria circa 3.350 (incl. btw); débours ± 1.000. Totaal rond 22.00022.500 (ongeveer 7,37,5%). In Nederland zijn notaristarieven vrij onderhandelbaar en doorgaans enkele duizenden euros; let op dat Franse frais de notaire ook belastingen omvatten, anders dan de Nederlandse notarisnota.
Voor nieuwbouw/VEFA (met 20% btw op de koopsom) geldt doorgaans een verlaagde taxe de publicité foncière/registratierechten van circa 0,715% in plaats van 5,80%, plus CSI 0,10%, notarishonoraria volgens barème en débours; samen leidt dit meestal tot 23% van de koopsom. Financieringszekerheden komen daar eventueel bij: een hypothèque kent inschrijvingsrechten rond 0,715% over het verzekerd bedrag plus formaliteiten, terwijl het privilège de prêteur de deniers (alleen op bestaande bouw) goedkoper is omdat geen registratierechten verschuldigd zijn, enkel CSI en kosten. De latere doorhaling (mainlevée) van een hypotheek brengt extra, kleinere kosten mee. Ter vergelijking: in Nederland zijn hypotheek- en transportakten notarieel ook verplicht, maar de overdrachtsbelasting (thans 10,4% voor beleggers/tweede woningen) staat los van de notarisrekening.
Welke makelaarskosten gelden in Frankrijk?
Makelaarskosten in Frankrijk heten honoraires dagence en vallen onder de Loi Hoguet (1970) en het uitvoeringsdecreet van 1972; sinds het Arrêté van 10 januari 2017 geldt een strikte affichageplicht. Tarieven zijn vrij onderhandelbaar, maar moeten zichtbaar worden gepubliceerd in kantoor en online, inclusief 20% btw (TTC) en met vermelding wie de kosten draagt. In de praktijk liggen courtages doorgaans tussen 3% en 8% TTC van de verkoopprijs, vaak met een minimumforfait van circa 3.00010.000, en met glijdende staffels per prijsklasse. Advertenties gebruiken FAI/HAI (honoraria inbegrepen) en onderscheiden de prix net vendeur (netto aan verkoper) van de prijs inclusief courtage. Ter vergelijking: in Nederland zijn tarieven eveneens vrij en veelal 12% plus 21% btw; courtages worden normaliter per partij afgerekend en niet standaard in de vraagprijs geïntegreerd.
Wie de courtage betaalt is contractueel: veelal charge vendeur (verkoper), maar charge acquéreur (koper) of een verdeling is toegestaan mits vooraf duidelijk vermeld. Bij charge acquéreur én rechtstreekse betaling door de koper wordt de grondslag voor overdrachtsbelasting (droits de mutation) berekend op de prix net vendeur in plaats van de FAI-prijs, conform administratieve doctrine (BOFiP). Dit verlaagt de registratieheffing op bestaande bouw (meestal 5,80%) over het honorariumdeel. Voorbeeld: FAI 300.000 met 15.000 courtage; bij charge acquéreur is de fiscale basis 285.000, wat circa 870 aan overdrachtsbelasting bespaart; btw over de courtage blijft verschuldigd. Voorwaarden zijn o.a. expliciete vermelding in advertentie en akte, een openbaar tarief TTC en betaling via de notaris bij transport.
- FAI/HAI: frais/honoraires dagence inclus (prijs incl. courtage).
- Prix net vendeur: netto-prijs voor de verkoper (excl. courtage).
- Honoraires charge vendeur vs. charge acquéreur: bepaalt wie juridisch de courtage draagt.
- Barème honoraires: verplicht geafficheerde, btw-inclusieve tarieflijst.
Courtages zijn slechts opeisbaar bij voltooiing (ondertekening van de authentieke akte); vooruitbetalingen zijn verboden, behalve terugbetaling van aantoonbare kosten indien in het mandaat voorzien. Bij herroeping binnen de 10-daagse SRU-afkoelingsperiode of het niet-vervullen van een opschortende voorwaarde (zoals financieringsvoorbehoud) is geen courtage verschuldigd. Bij co-makelaardij wordt de totale courtage intern verdeeld tussen kantoren; voor koper of verkoper verandert het totaal niet. Voor nieuwbouw/VEFA gelden doorgaans geen afzonderlijke makelaarskosten voor de koper; de ontwikkelaar vergoedt verkoopkanalen, terwijl de koper btw over de koopsom betaalt. In Nederland heeft de keuze wie courtage betaalt geen effect op de overdrachtsbelasting; de heffingsgrondslag is de volledige tegenprestatie.
Aankoopmakelaars (chasseurs immobiliers) vallen eveneens onder de Loi Hoguet en moeten beschikken over een carte professionnelle (transaction). Hun vergoeding is door de koper verschuldigd op basis van een mandat de recherche en bedraagt typisch 13% TTC met een minimumbedrag (bijv. 5.00010.000), betaalbaar bij transport via de notaris. Zij mogen vóór totstandkoming van de verkoop geen honorarium innen, behoudens contractueel overeengekomen en gedocumenteerde onkosten. Combineert men een verkoopmakelaar (charge vendeur) met een chasseur, dan betaalt de koper normaliter alleen de chasseur; bij charge acquéreur kan cumulatie optreden. In Nederland zijn aankoopmakelaars gebruikelijk; vergoedingen variëren van vaste fee tot circa 12% plus 21% btw en beïnvloeden de overdrachtsbelasting niet.
Moet ik registratierechten of overdrachtsbelasting betalen in Frankrijk?
Ja, bij aankoop van Frans onroerend goed betaalt de koper in beginsel Franse registratieheffingen (droits denregistrement/taxe de publicité foncière) en de contribution de sécurité immobilière; de notaris int deze bij ondertekening van de authentieke akte en stort ze door bij inschrijving. De heffingsgrondslag is de volledige tegenprestatie (prix stipulé), waarbij makelaarscourtage die juridisch en economisch door de koper wordt gedragen en via de notaris wordt afgerekend in bepaalde gevallen buiten de grondslag kan blijven. Voor bestaande bouw resulteert dit normaliter in een proportionele heffing; voor met btw belaste verkopen (bv. VEFA of bepaalde nieuwe gebouwen/terreinen) geldt een sterk verlaagd registratieregime. België heft géén Belgische registratierechten op in Frankrijk gelegen goederen; het Belgische registratierecht is territoriaal. Los hiervan kunnen nog andere Franse heffingen bestaan (bv. hypotheekinschrijving), die geen overdrachtsbelasting zijn maar afzonderlijke inschrijvingsrechten.
De hoogte van de Franse registratierechten hangt af van het juridische scenario en van het departement. De meeste departementen hebben sinds 2014 het maximale departementale tarief toegepast, wat voor bestaande bouw leidt tot een totaallast rond 5,8% exclusief bijkomende vaste posten; een beperkt aantal departementen hanteert een lager tarief, wat de totaallast verlaagt tot circa 5,1%. Bij verkopen die aan btw zijn onderworpen (zoals VEFA en veel nieuwe gebouwen) is de proportionele registratieheffing vervangen door een verlaagde taxe de publicité foncière of een vast recht, naast de bijdrage voor de kadastrale publiciteit. Koopt u geen vastgoed maar aandelen in een Franse vastgoedvennootschap, dan geldt geen DMTO maar een afzonderlijk registratierecht op aandelentransfers. Ook het inschrijven van een hypotheek op het gekochte goed brengt eigen, proportionele rechten mee, los van de overdracht zelf.
- Bestaande bouw: proportionele rechten via DMTO, doorgaans circa 5,8% (afhankelijk van het departement), plus contribution de sécurité immobilière van 0,10% en vaste/formaliteitskosten.
Heffing is opeisbaar bij de authentieke akte en wordt door de notaris afgedragen. - Nieuwbouw/VEFA of verkoop onder btw: geen DMTO over 5,8%; verlaagde taxe de publicité foncière (veelal 0,715%) of vast recht (125 in bepaalde btw-situaties, o.a. sommige bouwgronden), plus 0,10% CSI.
Toepassing hangt af van btw-regime (volledige btw of btw op marge). - Aandelen in een niet-beursgenoteerde Franse société à prépondérance immobilière (bv. SCI): registratierecht 5% over de waarde van de overgedragen aandelen (CGI art. 726).
Geen onroerende DMTO omdat geen directe eigendomsovergang van het goed plaatsvindt. - Hypotheekinschrijving: afzonderlijke inschrijvingsrechten rond 0,715% over het ingeschreven bedrag, plus vaste/administratieve kosten en latere doorhalingskosten.
Dit staat naast de overdrachtsheffing. - Vergelijking: in België gelden registratierechten enkel voor Belgisch vastgoed (bv. Vlaanderen 12% voor tweede verblijven/belegging, 3% voor eigen gezinswoning; Wallonië/Brussel 12,5%).
In Nederland is overdrachtsbelasting territoriaal (thans 10,4% voor beleggers/tweede woningen, 2% voor eigen woning); deze zijn niet van toepassing op Frans vastgoed.
Wat zijn de gemiddelde bank- en hypotheekafsluitkosten in Frankrijk?
In Frankrijk bestaan hypotheekafsluitkosten uit bankdossierkosten (frais de dossier), kosten voor de zekerheidsstelling (frais de garantie), eventuele taxatie en, indien ingeschakeld, courtage van een hypotheekmakelaar. Banken rekenen doorgaans 3001.500 aan dossierkosten; soms een percentage (circa 0,51%) met een plafond. Taxatie (expertise) wordt niet altijd verlangd; indien wel, reken op ongeveer 300800 afhankelijk van regio en type rapport. Hypotheekmakelaars (courtiers) mogen op grond van de Loi MURCEF (2001) pas honorarium innen na totstandkoming van het krediet; de vergoeding varieert van 01% TTC van het leningbedrag, meestal met een minimum van 1.0003.000 (20% btw van toepassing). Rekeningen voor internationale overboekingen naar de notaris en rekeningopening zijn beperkt (typisch 050 per transfer) en staan los van de garantie- en notariële kosten.
De grootste post is de wettelijke zekerheid voor de bank. Bij een hypothèque conventionnelle geldt registratierecht van circa 0,715% over het ingeschreven bedrag (veelal 120130% van het geleende kapitaal om rente en kosten te dekken), vermeerderd met notariële emolumenten en formaliteiten; totaal resulteert doorgaans in circa 1,01,8% van het geleende bedrag. Een privilège de prêteur de deniers (PPD) is goedkoper maar alleen mogelijk op bestaande bouw (niet bij VEFA/nieuwbouw met btw); de totale kosten liggen typisch rond 0,50,8%. Een borgstelling via een waarborginstelling (caution type Crédit Logement, CAMCA, SACCEF) kost upfront circa 0,81,6% met aan het einde een gedeeltelijke terugbetaling van het fondsdeel, zodat de nettokost vaak rond 0,30,8% uitkomt. Voor doorhaling (mainlevée) betaalt u later extra kosten, doorgaans enkele honderden euros plus vaste registratierechten.
Op een concreet voorbeeld: bij een lening van 250.000 bedragen bankdossierkosten vaak 5001.000, de garantie 0,51,8% (ca. 1.2504.500 afhankelijk van PPD/hypotheek/caution), expertise 300800 en makelaarsfee 01% met een minimum van circa 1.500. De totale afsluitkosten voor het krediet komen dan veelal uit tussen ongeveer 3.000 en 7.000, exclusief de transportkosten van de aankoop zelf. In België is de hypotheekzekerheid zwaarder belast: hypothecair inschrijvingsrecht 1% op het ingeschreven bedrag, plus retributies en notariële emolumenten volgens KB-tarieven; combinaties met hypothecair mandaat beperken soms de 1%-heffing. In Nederland bestaat geen hypotheekbelasting; u betaalt notariskosten voor de hypotheekakte (circa 7001.500) en Kadasterrechten (ongeveer 150300), wat samen vaak 1.5003.000 oplevert. Bankdossierkosten in Frankrijk zijn doorgaans vrijgesteld van btw, terwijl makelaarscourtage en notariële emolumenten onder 20% btw vallen.
- Frais de dossier (bank): 3001.500; soms 0,51% met plafond; doorgaans vrijgesteld van btw; verschuldigd bij passeren.
- Garantie: Hypothèque 1,01,8% van het geleende bedrag (waarvan ±0,715% registratierecht over 120130% inschrijving).
PPD 0,50,8% (alleen bestaande bouw, niet bij btw/VEFA).
Caution 0,81,6% upfront met gedeeltelijke terugbetaling; nettokost vaak 0,30,8%. - Notaris voor garantieakte: gereguleerde emolumenten (Décret 2016-230), typisch 300800 plus débours; 20% btw op emolumenten.
- Taxatie (expertise): vaak 300800; niet overal verplicht; interne bankschattingen kunnen kosteloos zijn.
- Hypotheekmakelaar (courtier): 01% TTC met minimum 1.0003.000; geen betaling vóór totstandkoming (Loi MURCEF).
- Doorhaling (mainlevée): bij aflossing/verkoop enkele honderden euros plus vaste registratierechten; bij cautions doorgaans lagere administratieve kosten.
Hoe hoog zijn de VvE- of community-bijdragen in Frankrijk?
In België worden gemeenschappelijke bijdragen beheerd door de Vereniging van Mede?Eigenaars (VME) op basis van het Burgerlijk Wetboek (vroeger art. 577?3 e.v.; hercodificatie in Boek 3 sinds 1 september 2021). Bedragen variëren sterk per gebouwtype, voorzieningen en energieprofiel. In kleine gebouwen zonder lift liggen maandvoorschotten vaak rond 3090 per appartement; met lift, centrale installaties en garage eerder 100250. Complexen met zwembad, wellness, conciërge of uitgestrekte gemeenschappelijke tuinen komen vaak uit op 200500 per maand. Aan de kust en in recente projecten zijn lasten doorgaans hoger door intensiever liftonderhoud, gevel- en glasbewassing, uitgebreidere verzekeringen en systematische stortingen in het reservefonds. Voorschotten worden meestal maandelijks of per kwartaal geïnd en jaarlijks afgerekend op werkelijke kosten volgens quotiteiten (duizendsten) uit de basisakte.
De jaarlijkse begroting en rekeningen worden door de algemene vergadering goedgekeurd en uitgevoerd door de syndicus; een bezoldigde syndicus moet in België bij het BIV/IPI geregistreerd zijn. Werkingskapitaal en reservefonds zijn gescheiden; het reservefonds is wettelijk voorzien en de jaarlijkse storting bedraagt in de praktijk minstens 5% van de gewone jaarlasten (wetgevingshervormingen 2010 en 18 juni 2018, nadien opgenomen in Boek 3 BW). Kostenverdeling volgt de statuten: algemene kosten pro rata quotiteiten, liftkosten vaak met verdiepingencoëfficiënten, en verwarming/water op basis van verdelers of meters. Buitengewone werken (dak, gevel, liftmodernisering) gebeuren via bijzondere bijdragen naast de gewone lasten; eerdere moderniseringsdeadlines voor liften hebben bijdragen in veel VMEs tijdelijk verhoogd. Facturen bevatten btw; voor renovatiewerken aan woongebouwen ouder dan 10 jaar geldt vaak 6% op de gemeenschappelijke delen bij overwegend privébewoning, anders 21%.
- Syndicus en administratie: ± 150350 per appartement per jaar; extra prestaties afzonderlijk.
- Schoonmaak en gemeenschappelijke elektriciteit: ± 1535 per maand per appartement.
- Liftonderhoud en keuringen: ± 2050 per maand per appartement (meer bij meerdere liften/hoogbouw).
- Gemeenschappelijke verwarming/warm water: ± 40120 per maand per appartement, afhankelijk van meting en energieprijzen.
- Brandverzekering en aansprakelijkheid gebouw: ± 825 per maand per appartement, afhankelijk van waarde en risicos.
- Tuin, zwembad, wellness, conciërge: ± 2080 per maand per appartement indien aanwezig.
- Reservefonds: minimaal circa 5% van de gewone jaarlast; praktisch vaak ± 1050 per maand per appartement.
- Grote werken: aparte heffing; bandbreedte van enkele honderden tot duizenden euro per appartement per project.
In Nederland is de structuur vergelijkbaar: bijdragen via de VvE op basis van breukdelen uit de splitsingsakte en een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Sinds de Wet verbetering functioneren VvE (2017/2018) is een toereikend reservefonds verplicht, maar zonder vast percentage; VvE?leningen zijn toegestaan. Maandelijkse bijdragen liggen vaak in de orde van 50200 voor standaardappartementen zonder uitgebreide voorzieningen; complexen met zwembad of conciërge zitten hoger. Kostenposten (opstalverzekering, liftonderhoud, schoonmaak, elektra) zijn vergelijkbaar, maar btw?regimes verschillen: België kent voor vele renovaties aan oudere woongebouwen 6% op de gemeenschappelijke delen, terwijl Nederland een 9%?tarief op bepaalde onderhoudsarbeid toepast en veel overige werkzaamheden op 21% blijven. De jaarlijkse afrekening en kascontrole gebeuren in beide landen via vergadering en commissies volgens de statutaire regels.
Wat kost onderhoud van een woning in Frankrijk?
Voor een Belgische tweede woning zonder gemeenschappelijke delen via een VME bedragen jaarlijkse onderhouds- en kleine vervangingskosten doorgaans circa 12% van de markt- of heropbouwwaarde, afhankelijk van bouwjaar, materiaalkeuze en blootstelling (bijv. kust). Werken zijn in principe aan 21% btw, maar renovatie aan woningen van 10 jaar of ouder die hoofdzakelijk als privéwoning dienen, valt onder 6% wanneer de aannemer de materialen levert en plaatst (wetgeving sinds 2016, thans opgenomen in de btw?code). Bij overwegend professionele aanwending (>50%) geldt 21%. Voor een gezinswoning van circa 150 m² uit de jaren 1990 resulteert dit in praktijk vaak in 1.5003.000 per jaar aan routineonderhoud exclusief grote vervangingen. In Nederland ligt het referentiekader vergelijkbaar qua bandbreedte, maar veel renovatie- en reparatieloon aan woningen ouder dan twee jaar valt onder 9% btw; materialen blijven doorgaans 21%.
Periodiek technisch onderhoud is deels wettelijk gereguleerd. Onderhoud van centrale verwarmingsketels is verplicht: in Vlaanderen en Brussel tweejaarlijks voor gasgestookte ketels en jaarlijks voor vloeibare/vaste brandstoffen; in Wallonië driejaarlijks voor gas en jaarlijks voor olie/vaste brandstof, door een erkend technicus. Een schoorsteenveegbeurt is jaarlijks verplicht voor toestellen op vaste of vloeibare brandstof en vaak contractueel vereist door brandverzekeraars; voor zuivere gastoestellen is het aanbevolen. Stookolietanks vereisen initiële en periodieke keuring: bovengronds doorgaans om de 5 jaar; ondergronds om de 35 jaar afhankelijk van enkel- of dubbelwandigheid en lekdetectie (regionale milieuvoorschriften). Bij verkoop moet een elektrische installatie ouder dan 25 jaar gekeurd worden; de koper krijgt 18 maanden voor regularisatie. Rookmelders zijn in Vlaanderen sinds 2020 verplicht in alle woningen (minstens één per bouwlaag); Brussel en Wallonië verplichten dit in huurwoningen.
- Ketelonderhoud: gas 90150 per beurt; olie 120200; attesten inbegrepen.
- Schoorsteenvegen (hout/kolen/olie): 60120 per jaar per schouw; certificaat vereist.
- Stookolietankkeuring: 150300 per keuring; eventuele lekdichtheidsproef extra.
- Elektriciteitskeuring bij verkoop: 150250; herkeuring na herstel 100200.
- Gootreiniging: 100250 per interventie voor eengezinswoning; 12× per jaar.
- Dakreiniging/mosverwijdering: 820 per m²; hydrofuge optioneel bijkomend.
- BuitenSchilderwerk hout/ramen: 2035 per m² loon; cyclus 57 jaar; 6% btw indien voorwaarden.
- Voegwerk herstellen: 4070 per m²; stelling en impregnering apart.
- Tuinonderhoud: 2545 per uur; jaarbudget vaak 1.0003.000 voor 300600 m².
- Zwembadonderhoud: 8001.500 per jaar; openen/sluiten 200400 per beurt; chemicaliën 200400.
- Septicatank ledigen: 150250 per lediging, typisch elke 35 jaar indien aanwezig.
Grotere, minder frequente posten beïnvloeden het meerjarenbeeld aanzienlijk. Vervanging van hellende daken (pannen/leien) kost doorgaans 120200 per m² inclusief onderdak en latten; platte daken (EPDM/PVC) 80120 per m², exclusief isolatie-upgrades. Houten buitenschrijnwerk herstellen of vervangen varieert sterk; ruitvervanging naar HR++/driedubbel glas komt vaak uit op 250450 per m² glasoppervlak exclusief schrijnwerk. Opritten, terrassen en regenwaterinfiltratie vergen periodiek reinigen en voegenherstel; reken voor hogedruk/onderhoud 26 per m² en correctief werk naar omvang. In Nederland zijn kostenposten vergelijkbaar; er geldt echter geen wettelijke onderhoudsfrequentie voor particuliere gasketels, terwijl België vaste intervallen oplegt. Daarnaast geldt in Nederland veelal 9% btw op arbeidsloon bij renovatie/herstel van woningen ouder dan twee jaar, tegen 6% in België bij oudere (?10 jaar) privéwoningen.
Hoeveel betaal ik gemiddeld aan gas, water en licht in Frankrijk?
Elektriciteit in België bestaat uit energie (leverancier), netkosten (distributie Fluvius, Sibelga, ORES/RESA) en heffingen, met 6% btw sinds 1 april 2023 na de federale accijnshervorming. In Vlaanderen geldt sinds 1 januari 2023 een capaciteitstarief: een deel van de distributiekosten wordt berekend op de hoogste 15?minutenpiek per maand (minimaal 2,5 kW), wat voor een doorsnee huishouden ruwweg 100200 per jaar uitmaakt bovenop verbruikskosten. In 20242025 ligt de all?in kWh?prijs meestal rond 0,250,40, plus vaste jaarbedragen van circa 100300 per aansluiting. Een appartement met 2.500 kWh/jaar betaalt typisch 8001.200 per jaar; een eengezinswoning met 4.000 kWh 1.2001.800. In Nederland zijn eenheidsprijzen vergelijkbaar (0,270,40/kWh), maar er is geen Vlaams capaciteitstarief; de netbeheerkosten zijn vooral gebaseerd op aansluitcapaciteit en regiotarief volgens ACM?tariefcodes.
Aardgasfacturen tellen energie, transport/distributie, accijnzen en 6% btw (permanent sinds 1 april 2023). De all?in prijs bedraagt in 20242025 doorgaans 0,060,12 per kWh (ongeveer 0,601,20 per m³, afhankelijk van verbrandingswaarde), met vaste jaarbedragen van circa 60200. Een appartement met 8.000 kWh/jaar komt dan uit op ruwweg 7001.200; een woning met 15.00020.000 kWh op ongeveer 1.2002.400 per jaar, waarbij Waalse distributienettarieven vaak iets hoger liggen dan in Vlaanderen. België rondde in 2024 de omschakeling van L? naar H?gas af; facturatie gebeurt in kWh en de m³?naar?kWh?omrekening varieert per regio/kwaliteit. In Nederland ligt gas all?in veelal op 1,001,60 per m³ (ongeveer 0,100,16 per kWh) door hogere energiebelastingen; vaste netwerkkosten zijn vergelijkbaar in orde van grootte, maar zonder piekcomponent.
De waterfactuur omvat drinkwaterlevering, riolering en afvalwaterzuivering, met 6% btw. In Vlaanderen (De Watergroep, Farys, Pidpa e.a.) resulteert dit doorgaans in 57 per m³ all?in; in Brussel (Vivaqua) ongeveer 68; in Wallonië (SWDE, CILE e.a.) circa 58, plus een vaste jaarbijdrage van ruwweg 50120 per meter. Het gemiddelde verbruik bedraagt ongeveer 3040 m³ per persoon per jaar; twee personen verbruiken vaak 6080 m³ en vier personen 110140 m³. Daarmee betaalt een tweepersoonshuishouden typisch 300650 per jaar, en een vierpersoonshuishouden 6001.050, afhankelijk van regio, bloktarieven en gemeentelijke rioolcomponent. In Nederland is het drinkwatertarief per m³ lager, maar waterschapsbelasting en rioolheffing (200400 per woning per jaar) maken het totale jaarlijkse water? en rioolbeeld vergelijkbaar met België.
- Appartement (2.500 kWh stroom, 8.000 kWh gas, 6080 m³ water/jaar): elektriciteit 8001.200; gas 7001.200; water 300450; totaal circa 1.8002.850/jaar.
- Eengezinswoning (4.000 kWh stroom, 15.00020.000 kWh gas, 110140 m³ water/jaar): elektriciteit 1.2001.800; gas 1.2002.400; water 600900; totaal circa 3.1005.100/jaar.
- Sporadisch gebruikte tweede woning zonder gas (stand?by 8001.200 kWh stroom, 2040 m³ water): vaste kosten drukken door; reken op elektriciteit 300600 en water 150300 per jaar, exclusief piekgevoelige capaciteitstariefcomponent in Vlaanderen.
Zijn er verborgen of onverwachte kosten in Frankrijk?
Bij aankoop van een tweede verblijf in België bedragen de registratierechten in Vlaanderen 12% (sinds 1 januari 2022) en in Brussel/Wallonië 12,5% op bestaande bouw. Voor nieuwbouw betaal je 21% btw op het gebouw en registratierechten op de grond (12% Vlaanderen, 12,5% Brussel/Wallonië); bij aankoop op plan is de Wet Breyne (9 juli 1971) van toepassing met gespreide betalingen. Notarishonoraria zijn wettelijk getarifeerd en vermeerderd met 21% btw; bijkomende aktekosten (opzoekingen, hypothecair getuigschrift, overschrijvingsrechten) lopen vaak op tot ongeveer 1.0001.500. Voor een hypothecair krediet komen daar een hypotheekrecht van 1% op het ingeschreven bedrag, een inschrijvingsrecht van 0,3% en de kosten van een afzonderlijke hypotheekakte bij. Banken rekenen doorgaans dossierkosten (300500) en een schatting (250600). In Nederland is de overdrachtsbelasting voor tweede woningen 10,4%; notariskosten en kadastertarieven zijn vrijer en afzonderlijk geprijsd.
Verplichte attesten en keuringen veroorzaken bijkomende uitgaven en kunnen bij non-conformiteit tot renovatiekosten leiden. In Vlaanderen is bij overdracht van een gebouw van vóór 2001 een asbestattest verplicht (sinds 23 november 2022); elektriciteitskeuring is federaal verplicht bij verkoop en gebreken moeten na aankoop binnen 18 maanden worden verholpen. In mede-eigendom (appartement) zijn maandelijkse lasten, een wettelijk verplicht reservefonds (typisch minimaal 5% van het jaarlijkse werkkapitaal) en eventuele meerjarenwerken belangrijke kostenposten. Veel kust- en toeristische gemeenten heffen een jaarlijkse belasting op tweede verblijven, vaak een vast bedrag per eenheid (regelmatig enkele honderden tot ruim 2.000). In Nederland bestaat vergelijkbaar lokaal de forensenbelasting voor tweede woningen, doorgaans een vast bedrag of percentage van de WOZ-waarde, naast de reguliere OZB. Onderstaande lijst geeft courante, vaak onderschatte, verplichtingen weer.
- EPC-certificaat: verplicht; 200400, afhankelijk van type en grootte.
- Elektriciteitskeuring: 150250; herstelkosten bij afkeuring voor rekening koper.
- Asbestattest (Vlaanderen, pre-2001): 300600; saneringskosten variabel.
- Bodemattest (Vlaanderen/OVAM ±50; Brussel/Wallonië vergelijkbaar) en stedenbouwkundige inlichtingen (100250).
- Hypothecaire kosten: hypotheekrecht 1% + inschrijving 0,3% + akte; dossierkosten bank 300500; schatting 250600; schuldsaldoverzekering vaak contractueel vereist.
- Mede-eigendom: syndicuskosten, aandeel reservefonds, bijdragen voor geplande werken; verzekeringen gebouw via VME.
- Gemeentelijke belasting op tweede verblijven: vast bedrag per jaar; sterk lokaal verschillend.
Jaarlijks betaal je onroerende voorheffing op basis van het (geïndexeerd) kadastraal inkomen vermenigvuldigd met gewestelijke, provinciale en gemeentelijke opcentiemen; effectieve druk varieert per locatie. Niet-verhuurde of privé-verhuurde panden worden in de (niet-inwoners)personenbelasting belast op het geïndexeerd KI x 1,4, vermeerderd met gemeentebelasting; verhuur aan een vennootschap of voor beroepsgebruik gebeurt op (fictieve) netto-huur, wat hoger kan uitvallen. Meerwaarden op een tweede verblijf zijn in principe belastbaar bij verkoop binnen 5 jaar aan 16,5% (gebouwen) en voor gronden binnen 8 jaar aan 33%, vermeerderd met opcentiemen; na die termijnen doorgaans vrijgesteld. Vervroegde terugbetaling van een Belgische hypotheek kent wettelijk een maximale wederbeleggingsvergoeding van drie maanden interest. In Nederland worden tweede woningen niet via huur/meerwaarde belast, maar in box 3 (vermogen); gemeentelijke OZB en forensenbelasting blijven wel verschuldigd.
Wat kost een taxatie of keuring in Frankrijk?
Een onafhankelijke taxatie (waardebepaling) in België voor een tweede verblijf kost doorgaans een vast honorarium tussen circa 400 en 800, vermeerderd met 21% btw en eventuele verplaatsingskosten. Sommige experten rekenen in plaats daarvan een percentage van de marktwaarde (typisch 0,10%0,20%) met een minimumtarief, wat bij duurdere objecten kan oplopen. Voor hypotheekdoeleinden accepteert de bank meestal enkel een erkende schatter (RICS/REV of BIV/IPI), en kan zij bijkomende eisen stellen aan inhoud en fotos van het rapport. Bij bijzondere ligging, groot terrein of complexe juridische/technische dossiers (erfdienstbaarheden, mede-eigendom, erfgoed) worden vaak supplementen aangerekend. Een snelle herwaardering of update-rapport (binnen 612 maanden en ongewijzigde staat) is in de praktijk goedkoper, maar de acceptatie door de kredietgever verschilt per bank.
Technische keuringen naast de reeds wettelijk verplichte attesten variëren sterk in prijs en scope, afhankelijk van gewest, gebouwtype en risicos. Een bouwkundige staatopname door architect of bouwexpert kost voor een standaardwoning meestal 5001.200 ex. btw; grote of verouderde panden vergen meer tijd en dus hogere kosten. Keuringen rond installaties en milieu zijn contextgebonden: stookolietank (ondergronds of bij vermoeden van lekkage), binneninstallatie gas (bij indienststelling/wijziging) en private riolering (bij aanleg/wijziging) vragen een erkende keurder. Specifieke expertises zoals vocht/schimmelonderzoek, houtaantastingen (zwam/insecten) of stabiliteitsadvies zijn niet verplicht bij verkoop, maar worden vaak gevraagd bij oudere tweede verblijven. Let op dat alle keurings- en expertisekosten in België in de regel aan 21% btw onderworpen zijn en dat bijkomende staalnames/lab-analyses apart worden gefactureerd.
- Bouwkundige keuring: 5001.200 ex. btw; uitgebreid rapport, eventuele endoscopie/thermografie als meerprijs.
- Keuring stookolietank: vaak 150300 ex. btw; supplementen voor lekdichtheidsproef of moeilijk bereikbare tanks.
- Keuring gasinstallatie (indienststelling/wijziging): circa 150250 ex. btw; enkel door erkend organisme/technicus.
- Keuring private riolering (bij aanleg/wijziging): circa 150250 ex. btw; tarief en verplichting verschillen per rioolbeheerder.
- Vocht-, schimmel- en houtaantastingsonderzoek: meestal 300700 ex. btw; laboratoriumanalyse per staal vaak 3060.
In Nederland zijn de kosten en vereisten anders gestructureerd. Voor hypotheekfinanciering is doorgaans een NWWI-gevalideerde taxatie vereist; in 2024/2025 liggen tarieven veelal rond 7501.000 incl. btw en validatie, met toeslagen voor bijzonderheden. Een bouwkundige keuring kost er meestal 350600 incl. btw voor een standaardrapport; aanvullende metingen (asbestinventarisatie gericht of funderingsonderzoek) worden apart geprijsd. Een energielabel opmaken kost doorgaans 250350, terwijl afzonderlijke elektriciteits- of gaskeuringen bij verkoop niet wettelijk verplicht zijn. Gemeentelijke of waterschapskeuringen zijn project- of locatieafhankelijk en worden, net als in België, apart doorbelast wanneer vereist.
Hoeveel betaal ik jaarlijks aan lokale heffingen in Frankrijk?
Voor een tweede verblijf in Frankrijk betaal je jaarlijks vooral taxe foncière (eigendomsbelasting) en taxe dhabitation pour les résidences secondaires (bewonersbelasting op tweede woningen), aangevuld met afvalstoffenheffing (TEOM of REOM) en kleine aanvullende heffingen. De belastingplicht bepaalt zich naar de eigenaar op 1 januari; een latere verkoop wijzigt dit niet jegens de fiscus (onderlinge proratering gebeurt enkel contractueel in de akte). Sinds 2023 is de taxe dhabitation voor hoofdverblijven afgeschaft, maar zij blijft volledig van toepassing op tweede verblijven; gemeenten in zones tendues mogen bovendien een opslag tot 60% invoeren. De taxe foncière wordt geheven door de fiscus (DGFiP) met lokaal vastgestelde tarieven van gemeente en intercommunale; de departementale component werd in 2021 naar de gemeenten overgeheveld. Aanslagbiljetten verschijnen doorgaans in septemberoktober, met betaaldata medio oktober/november (later bij automatische incasso of online betaling).
De heffingsgrondslag is de valeur locative cadastrale (VLC), een administratieve huurwaarde die jaarlijks landelijk wordt geïndexeerd (coëfficiënt 2024: 3,9%) en vermenigvuldigd met lokaal vastgestelde tarieven. Voor de taxe foncière geldt eerst een forfaitaire kostenaftrek van 50% op de VLC; het saldo wordt belast tegen de samengevoegde gemeentelijke en intercommunale tarieven en eventuele bijzondere toeslagen. De taxe dhabitation voor tweede verblijven gebruikt in beginsel de VLC zonder de hoofdverblijf-abattementen en kan in aangewezen gemeenten worden verhoogd met 5% tot 60% (lokale raadsbeslissing vereist; uitbreidingen sinds 2023/2024 naar extra zones tendues). Afvalstoffenheffing wordt meestal als TEOM berekend op dezelfde VLC (aparte tariefbeslissing), of als REOM/REOMI als retributie per huishouden of container. Vrijstellingen (bv. tijdelijke vrijstelling nieuwe bouw gedurende twee jaar) en verminderingen zijn lokaal en voor tweede verblijven beperkt.
- Taxe foncière sur les propriétés bâties (TFPB): VLC x 50% x (taux commune + intercommunale + eventuele bijzondere heffingen).
Jaarlijkse indexering VLC (3,9% in 2024); eigendomstoestand op 1 januari bepalend. - Taxe dhabitation résidences secondaires (THRS): VLC x lokaal tarief, zonder hoofdverblijf-abattementen; mogelijke opslag 5%60% in zones tendues.
- TEOM/REOM: afvalstoffen; TEOM als belasting op VLC met eigen tarief, REOM als retributie (forfait of op basis van volume/ledigingen).
- Overige posten: kleine intercommunale bijdragen (bv. GEMAPI) en taxes spéciales déquipement; toeristenbelasting enkel bij verhuur en dan doorbelasten aan gasten.
- Leegstandsbelasting (TLV/THLV): enkel bij structurele leegstand in aangewezen gebieden; niet van toepassing op regulier tweede verblijf.
De bedragen lopen sterk uiteen per gemeente en onroerend goed. Voor een doorsnee tweede woning resulteert de taxe foncière vaak in enkele honderden tot enkele duizenden euros per jaar, afhankelijk van VLC en lokale tarieven; TEOM voegt daar regulier nog enkele tientallen tot enkele honderden euros aan toe. De taxe dhabitation voor tweede verblijven varieert eveneens van enkele honderden tot boven 2.000, vooral in toeristische of stedelijke gemeenten met hoge VLC en/of een opgenomen opslag. Gemeenten met lage tarieven en beperkte voorzieningen zitten substantieel lager, terwijl kust- en berggemeenten met grote budgetten merkbaar duurder zijn. Controleer jaarlijks de gemeentelijke deliberaties: tariefwijzigingen en opslagbesluiten werken direct door in de aanslagen van hetzelfde belastingjaar.
In Nederland is de systematiek anders gestructureerd. Eigenaren betalen onroerendezaakbelasting (OZB) over de WOZ-waarde; daarnaast brengen gemeenten afvalstoffen- en rioolheffing in rekening, en heffen sommige gemeenten forensenbelasting voor tweede woningen. Waterschappen heffen afzonderlijk waterschapsbelasting; een aparte bewonersbelasting zoals de Franse taxe dhabitation voor tweede verblijven bestaat niet. De OZB-tarieven zijn een (klein) percentage van de WOZ-waarde en per gemeente verschillend; heffingsgrondslagen en tarieven worden jaarlijks vastgesteld. In Frankrijk daarentegen zijn de VLC en lokale tarieven doorslaggevend, waarbij de blijvende TH voor tweede verblijven en mogelijke opslag in zones tendues een wezenlijk extra kostencomponent vormen die in Nederland niet bestaat.