Twee dingen drukken het rendement in 2026 extra. Het btw-tarief op logies ging per 1 januari 2026 van 9% naar 21%, wat de huurprijs onder druk zet of uw marge kost. En in box 3 geldt een forfaitair rendement van 6,00% op de woning, waarover u 36% belasting betaalt: circa 2,16% van de WOZ-waarde per jaar, ongeacht wat u werkelijk verdient.
Wat verdient een vakantiewoning werkelijk?
De bruto huuropbrengsten van een recreatiewoning in Nederland liggen doorgaans tussen € 12.000 en € 50.000 per jaar. Die bandbreedte is zo breed omdat locatie, grootte en voorzieningen alles bepalen: een chalet voor vier personen in een bosrijk gebied in het oosten haalt de onderkant, een villa voor tien personen met sauna en zwembad aan de kust of aan het water de bovenkant.
De gemiddelde bezettingsgraad ligt op 60 tot 70% van de verhuurbare weken, met pieken boven 90% in het hoogseizoen en minder dan 30% in de winter. Wie zelf tien weken per jaar gebruikt, en dan het liefst in de zomer, haalt die bezetting niet en levert direct een derde van de opbrengst in.
| Post | Voorbeeld bij een woning van € 250.000 |
|---|---|
| Bruto huuropbrengst | € 17.500 (7% bruto) |
| Parkbijdrage en servicekosten | € 2.500 tot € 4.500 |
| Verhuurbemiddeling en beheer (20 tot 30% van de huur) | € 3.500 tot € 5.250 |
| Schoonmaak en linnen (vaak doorbelast aan de gast) | € 0 tot € 1.500 |
| Onderhoud en vervanging inventaris | € 1.500 tot € 2.500 |
| Verzekering, energie, gemeentelijke lasten | € 1.200 tot € 2.000 |
| Box 3-heffing (6,00% forfait, 36% tarief) | ca. € 5.400 bij een WOZ-waarde van € 250.000 |
| Netto over | € 500 tot € 3.400, dus 0,2 tot 1,4% |
Dit voorbeeld laat zien waarom de gepubliceerde rendementen zo uiteenlopen. Rekent een aanbieder de box 3-heffing niet mee, dan komt hij op 4 tot 5% netto. Rekent u hem wel mee, en dat moet, dan blijft er bij een woning zonder financiering weinig over. Wie financiert, telt daar de niet-aftrekbare rente van circa 5% bij op.
Waarom 2026 anders is dan de jaren ervoor
- Btw op logies van 9% naar 21%. Sinds 1 januari 2026 valt het verstrekken van logies in vakantieparken, gemeubileerde vakantiewoningen en stacaravans onder het algemene tarief. Alleen kamperen waarbij de gast zijn eigen tent of caravan meebrengt, bleef op 9%. Verhoogt u de huur met het verschil, dan wordt u duurder dan de buurman die dat niet doet; doet u het niet, dan kost het uw marge.
- Box 3 blijft op forfait. Voor 2026 geldt 6,00% forfaitair rendement op overige bezittingen, 36% tarief en een heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Een schuld telt tegen 2,70% na een drempel van € 3.800.
- De markt is verschoven. De NVM verkocht in 2025 4.273 vakantiewoningen, 2,9% meer dan een jaar eerder, tegen een stabiele gemiddelde prijs van circa € 247.000. Tegelijk stonden er meer dan 2.700 recreatiewoningen te koop bij NVM-makelaars, het grootste aanbod in vijftien jaar. Makelaars verwachten voor 2026 in meerderheid minder verkopen en stabiele tot licht dalende prijzen.
Die combinatie betekent dat u het rendement uit de verhuur moet halen en niet uit de waardestijging. Dat was in 2021 en 2022 anders.
Wat het rendement echt bepaalt
- Locatie. Kust, Waddeneilanden en waterrijke gebieden verhuren langer in het seizoen dan het binnenland. De Friese en Overijsselse meren waren in 2025 met plus 13% de sterkst stijgende regio.
- Eigen gebruik. Elke week die u zelf gebruikt in het hoogseizoen kost drie tot vier keer zoveel opbrengst als een week in november.
- Beheerconstructie. Verhuur via het park is comfortabel en kost 20 tot 30%; zelf verhuren via platforms levert meer op maar kost tijd en aandacht.
- Parkbijdrage. Vraag het meerjarenonderhoudsplan op. Een park dat achterstallig onderhoud voor zich uit schuift, stuurt over vijf jaar een rekening.
- Verhuurgarantie. Een gegarandeerd rendement van 6 of 7% is niet meer waard dan de exploitant die het geeft. Vraag naar de jaarrekening van de exploitant, niet naar de folder.
Zelf rekenen
Wilt u de som voor een concrete woning maken, gebruik dan de methode uit hoe wordt het rendement op een vakantiewoning berekend, en bepaal met het break-evenpunt hoeveel weken u minimaal moet verhuren. Financiert u mee, houd dan rekening met de voorwaarden uit kan ik een hypotheek krijgen voor een vakantiewoning: de rente is niet aftrekbaar en telt dus volledig als kostenpost.
In het kort
- Bruto 4 tot 8%, netto 2 tot 5%, en na box 3 vaak minder.
- Bruto huuropbrengst € 12.000 tot € 50.000 per jaar; bezettingsgraad gemiddeld 60 tot 70%.
- Btw op logies ging per 1 januari 2026 van 9% naar 21%; kamperen met eigen tent bleef 9%.
- Box 3 kost circa 2,16% van de WOZ-waarde per jaar, ongeacht de werkelijke opbrengst.
- NVM: 4.273 verkopen in 2025, gemiddeld circa € 247.000, en het grootste aanbod in vijftien jaar.
- Reken met verhuur als bron van rendement, niet met waardestijging.
Peildatum 1 januari 2026 voor de fiscale cijfers en 1 september 2026 voor de marktcijfers. Opbrengsten en kosten verschillen sterk per woning en park; vraag altijd de werkelijke cijfers van de laatste drie jaar op.
