Deze pagina gaat over de opbrengstkant: welke weekprijzen haalbaar zijn, hoeveel weken u werkelijk verhuurt, en wat de bezettingsgraad bepaalt.
Leegstand: de andere kant van de opbrengst
Wat u overhoudt hangt evenzeer aan de weken die leeg blijven. De risico-rendementsverhouding van vakantiepark beleggingen wordt vooral bepaald door drie dingen: hoe lang het seizoen is, hoe afhankelijk het park van een enkele doelgroep is, en of de vaste lasten doorlopen als er niemand komt. Die lasten lopen altijd door, dus elke week leegstand kost u de volledige weekprijs.
Wat leegstand beperkt: een lang seizoen, een woning die ook in de winter warm is, meerdere boekingskanalen, en een park dat het hele jaar open blijft. Wat leegstand vergroot: een korte zomer, één doelgroep, en een woning die alleen in de vakanties bruikbaar is.
Wat is een realistische weekprijs?
De weekprijs verschilt per seizoen met een factor drie tot vier, en dat maakt het jaargemiddelde misleidend. Een woning voor zes personen op een park met voorzieningen haalt in 2026 ongeveer:
| Periode | Weken | Weekprijs |
|---|---|---|
| Hoogseizoen: juli, augustus, kerst en oud en nieuw | 9 tot 10 | € 750 tot € 1.400 |
| Middenseizoen: mei, juni, september, meivakantie, herfstvakantie | 12 tot 14 | € 450 tot € 750 |
| Laagseizoen: november tot maart, buiten de vakanties | 28 tot 30 | € 250 tot € 450 |
Aan de kust en op de Waddeneilanden liggen de weekprijzen 20 tot 40% hoger dan in het binnenland; een woning met sauna, hottub of een omheinde tuin voor honden haalt 20 tot 30% meer dan dezelfde woning zonder. Een chalet voor vier personen zit aan de onderkant van elke bandbreedte, een villa voor tien tot twaalf personen ver daarboven: die vraagt in het hoogseizoen € 2.000 tot € 3.500 per week.
Hoeveel weken verhuurt u werkelijk?
De gemiddelde bezettingsgraad in Nederland ligt op 60 tot 70% van de verhuurbare weken, met pieken boven 90% in juli en augustus en minder dan 30% in januari en februari. Dat gemiddelde haalt u alleen als u de woning het hele jaar beschikbaar stelt.
Elke week eigen gebruik gaat er direct vanaf, en het maakt uit welke week u kiest. Twee weken in augustus kosten € 1.500 tot € 2.800 aan gemiste opbrengst; twee weken in november € 500 tot € 900. Wie zes weken per jaar zelf gebruikt en dat het liefst in de zomer doet, levert daarmee een derde van de jaaropbrengst in.
Rekenvoorbeeld voor een woning voor zes personen in het binnenland, met zes weken eigen gebruik:
| Periode | Verhuurde weken | Gemiddelde weekprijs | Opbrengst |
|---|---|---|---|
| Hoogseizoen | 7 | € 950 | € 6.650 |
| Middenseizoen | 11 | € 575 | € 6.325 |
| Laagseizoen | 12 | € 350 | € 4.200 |
| Totaal | 30 weken | € 17.175 bruto |
Dertig verhuurde weken op 46 beschikbare weken is een bezetting van 65%: precies het landelijke gemiddelde, en een realistische aanname voor een woning die goed ligt en goed wordt aangeboden.
Wat bepaalt de bezettingsgraad?
- Ligging. Kust, Waddeneilanden en waterrijke gebieden verhuren langer door in het voor- en najaar dan het binnenland. De Friese en Overijsselse meren waren in 2025 met plus 13% de sterkst stijgende regio.
- Aantal slaapplaatsen. Woningen voor zes tot acht personen hebben de breedste vraag: gezinnen in de zomer, twee stellen in het voorjaar, een familie met kerst.
- Voorzieningen op het park. Een zwembad, speeltuin of restaurant verlengt het seizoen; een park zonder voorzieningen leunt volledig op de zomer.
- Honden toegestaan. Verhoogt de bezetting in het laagseizoen merkbaar, omdat hondenbezitters buiten het seizoen reizen.
- Hoe u verhuurt. Via het park is comfortabel maar kost 20 tot 30% van de omzet; zelf verhuren via platforms levert meer op en kost tijd, aandacht en reactiesnelheid.
Wat gaat er van de bruto opbrengst af?
Van € 17.175 bruto blijft in de praktijk dit over:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Verhuurbemiddeling en beheer, 25% | € 4.294 |
| Parkbijdrage en servicekosten | € 3.000 |
| Onderhoud, inventaris en schoonmaak buiten de doorbelasting | € 2.500 |
| Verzekering, energie en gemeentelijke lasten | € 2.300 |
| Over vóór belasting | € 5.081 |
Daar komt de box 3-heffing nog overheen: 6,00% forfaitair rendement over de WOZ-waarde, belast tegen 36%, dus circa 2,16% van de waarde per jaar. Bij een woning van € 250.000 is dat € 5.400, en dan is het resultaat negatief.
Nieuw sinds 1 januari 2026: het btw-tarief op logies ging van 9% naar 21%. Verhoogt u de huur met dat verschil, dan wordt u duurder dan de concurrent die dat niet doet; doet u het niet, dan kost het uw marge. Alleen kamperen waarbij de gast zijn eigen tent of caravan meebrengt, bleef op 9%.
Wat verkopers vergeten te noemen
Verhuurprognoses in verkoopbrochures rekenen vaak met 40 tot 45 verhuurde weken en met de weekprijs van het hoogseizoen. Vraag altijd de werkelijke opbrengsten van de laatste drie jaar van die specifieke woning of van een vergelijkbare woning op hetzelfde park, met de bezetting per maand erbij. Een exploitant die dat niet kan of wil leveren, heeft cijfers die de toets niet doorstaan.
Hetzelfde geldt voor een verhuurgarantie: die is niet meer waard dan de partij die hem afgeeft. Vraag naar de jaarrekening van de exploitant, niet naar de folder.
In het kort
- Bruto € 12.000 tot € 50.000 per jaar, afhankelijk van grootte, ligging en voorzieningen.
- Bezettingsgraad gemiddeld 60 tot 70% van de verhuurbare weken.
- Weekprijzen lopen per seizoen met een factor drie tot vier uiteen.
- Zes weken eigen gebruik in de zomer kosten een derde van de jaaropbrengst.
- Van de bruto opbrengst blijft na kosten ongeveer 30% over, en daar gaat box 3 nog vanaf.
- Sinds 1 januari 2026 valt logies onder 21% btw in plaats van 9%.
Peildatum 1 januari 2026 voor de fiscale cijfers, marktcijfers 2026. Weekprijzen zijn bandbreedtes uit het Nederlandse aanbod; vraag altijd de werkelijke cijfers van de woning die u overweegt.
