De rente is niet aftrekbaar, omdat een vakantiewoning geen eigen woning is. De lening telt in box 3 als schuld. Hieronder staan de bedragen uitgerekend, de eisen die banken stellen, de actuele rentestanden, en de vier alternatieven als een hypotheek niet lukt.
Hoeveel kunt u lenen?
De grens ligt bij vrijwel alle geldverstrekkers op 60 tot 70% van de marktwaarde. Enkele partijen gaan verder als de woning uitsluitend voor eigen gebruik is en het onderpand sterk is, maar reken daar niet op. Een rekenvoorbeeld voor een recreatiewoning van € 300.000:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Koopsom | € 300.000 |
| Hypotheek bij 70% | € 210.000 |
| Eigen inbreng op de koopsom | € 90.000 |
| Overdrachtsbelasting 8% | € 24.000 |
| Notaris, Kadaster, taxatie en advies | ca. € 2.500 |
| Totaal eigen geld | ca. € 116.500 |
Bij 60% financiering loopt de eigen inbreng op naar ruim € 146.000. Houd er rekening mee dat de bank taxeert op de marktwaarde in verhuurde staat als u gaat verhuren; die ligt lager dan de vrije verkoopwaarde, waardoor het leenbedrag verder daalt.
Wat kost de hypotheekrente op een vakantiewoning in 2026?
Geldverstrekkers rekenen een opslag van 0,5 tot 1,5 procentpunt boven het tarief voor een eigen woning, omdat een tweede woning bij betalingsproblemen als eerste wordt verkocht en de markt voor recreatiewoningen dunner is. In 2026 liggen de tarieven voor een recreatiewoninghypotheek daardoor rond 4,9% tot 5,8%, tegen circa 4,3% voor tien jaar vast op een eigen woning.
Wat dat betekent bij een lening van € 210.000 aflossingsvrij:
- bij 5,0%: € 10.500 rente per jaar, € 875 per maand;
- bij 5,8%: € 12.180 rente per jaar, € 1.015 per maand.
Omdat de rente niet aftrekbaar is, zijn dit ook de netto lasten. Bij een eigen woning zou u van dezelfde rente een deel terugkrijgen; hier niet.
Zelf de maandlasten berekenen
Wilt u de hypotheek voor uw eigen situatie berekenen, gebruik dan deze drie stappen. Ze werken voor een recreatiewoning, een vakantiehuis en een chalet op eigen grond.
- Leenbedrag: koopsom × 0,70 (of 0,60 als de bank strenger is). Bij € 250.000 is dat € 175.000 of € 150.000.
- Rentelast per jaar: leenbedrag × rentepercentage. Bij € 175.000 en 5,2% is dat € 9.100 per jaar, ofwel € 758 per maand aflossingsvrij.
- Aflossing erbij: kiest u annuïtair over 20 jaar, dan komt er bij 5,2% ongeveer € 420 per maand aan aflossing bij, samen circa € 1.178.
Tel daar de vaste lasten van de woning bij op: parkbijdrage, verzekering, gemeentelijke heffingen en onderhoud, samen al gauw € 300 tot € 600 per maand. Pas dan weet u wat de woning maandelijks kost.
Welke eisen stelt de bank aan de woning?
Niet elke recreatiewoning is te financieren. De gangbare eisen:
- Bouwwijze: steen of houtskeletbouw op een vaste fundering. Stacaravans, verplaatsbare chalets en units zonder fundering worden vrijwel nooit gefinancierd met een hypotheek.
- Grond: eigen grond heeft sterk de voorkeur. Erfpacht van een parkexploitant is een probleem, zeker bij een korte resterende looptijd; sommige banken sluiten het uit.
- Nutsvoorzieningen: aangesloten op water, elektriciteit en riolering of een goedgekeurde alternatieve voorziening.
- Locatie: een park met een solide exploitant en een reglement dat verkoop niet blokkeert. Parken met een aangekondigde herontwikkeling of een exploitant in zwaar weer vallen af.
- Taxatie: een recent taxatierapport van een taxateur die recreatievastgoed kent. Een gewone woningtaxatie volstaat vaak niet.
Welke banken doen het, en tot hoeveel?
Het aanbod is beperkt en de voorwaarden veranderen regelmatig. Wat stabiel blijft, is de maximale financiering per aanbieder; de rente beweegt mee met de markt en staat daaronder als bandbreedte.
| Aanbieder | Maximale financiering | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| ASN Bank | tot 70% van de marktwaarde | Stenen recreatiewoning, eigen grond |
| Rabobank | tot 70%, meer bij uitsluitend eigen gebruik | Steen of houtskeletbouw op fundering, aangesloten op nutsvoorzieningen |
| ING | tot 70% | Vooral grotere vaste woningen op parken |
| RegioBank | tot 70% | Nieuwe en bestaande stenen recreatiewoningen |
| Gespecialiseerde vastgoedfinanciers | tot 80% | Soepeler toetsing, kortere looptijd, rente 5,5% tot 6% |
Loop niet één bank af maar schakel een hypotheekadviseur die dit segment kent: het verschil tussen twee aanbieders zit vaker in de acceptatie van het onderpand dan in de rente. Voor een woning in het buitenland gelden andere regels; Nederlandse banken financieren geen buitenlands onderpand, en de landgidsen op deze site beschrijven per land wat daar wel kan.
Wat levert financieren op, en wat kost het?
Lenen voor een vakantiewoning heeft drie voordelen die vaak worden genoemd, en één rekenregel die bepaalt of ze opgaan.
- Hefboomwerking. Financiert u een deel, dan profiteert u van de waardeontwikkeling over de hele woning terwijl u maar een deel zelf inlegt. Stijgt een woning van € 300.000 met 3%, dan is dat € 9.000 op een eigen inbreng van € 116.500: ruim 7,7% rendement op uw eigen geld.
- Spaargeld vrijhouden. U houdt vermogen beschikbaar voor onderhoud, leegstand of andere investeringen.
- Verhuurinkomsten dekken een deel van de lasten. Bij een bruto huuropbrengst van € 15.000 en een rentelast van € 10.500 blijft er ruimte, al gaan daar de exploitatiekosten nog vanaf.
De rekenregel: financieren helpt alleen als het exploitatierendement hoger is dan de rente. Bij een rente van 5% en een netto exploitatierendement van 2 tot 4% werkt de hefboom de verkeerde kant op, en vergroot lenen uw verlies in plaats van uw winst. Reken die som door met de methode uit hoe wordt het rendement op een vakantiewoning berekend.
Boetevrij aflossen mag bij de meeste aanbieders tot 10% of 20% van de hoofdsom per jaar; daarboven betaalt u een vergoeding voor gemiste rente.
Vier alternatieven als een hypotheek niet lukt
1. Overwaarde op uw eigen woning
Heeft u overwaarde, dan is een verhoging van die hypotheek meestal goedkoper dan een aparte recreatiewoninghypotheek: u betaalt het gewone woningtarief van rond 4,3% in plaats van de opslag, en u leent tot 100% van de waarde van uw eigen woning. Twee kanttekeningen. De rente over het opgenomen deel is niet aftrekbaar, want het geld gaat niet naar uw eigen woning; u moet dat deel in uw aangifte apart houden. En u zet uw eigen huis in als onderpand voor een tweede woning, wat het risico verplaatst in plaats van verkleint.
2. Gespecialiseerde vastgoedfinanciers
Partijen die zich op beleggingsvastgoed richten, financieren tot 80% en toetsen soepeler dan een bank, maar rekenen 5,5% tot 6% rente en kortere looptijden. Interessant voor wie snel wil schakelen of meer wil lenen dan een bank toestaat; duur voor wie het jarenlang laat staan.
3. Een familiebanklening
Leent u van familie, dan spreekt u zelf een rente af. Dat is fiscaal aantrekkelijk voor beide kanten: de geldgever ontvangt rente en de lening telt bij hem in box 3 als vordering, bij u als schuld. Leg de afspraken schriftelijk vast met een reële rente, anders ziet de Belastingdienst het als schenking.
4. Volledig uit eigen middelen
Zonder financiering heeft u geen rentelasten, geen toetsing en geen afhankelijkheid van bankvoorwaarden. De keerzijde: uw geld zit vast in een woning die niet snel te verkopen is, en de box 3-heffing loopt door ongeacht de opbrengst.
Meer over de eigen inbreng en de risico's staat in wat zijn de risico's van investeren in vakantiehuizen en hoeveel eigen geld heb ik nodig.
Bestaat er een verhuurhypotheek voor een vakantiewoning?
Een verhuurhypotheek is een lening waarbij de bank de huuropbrengst meeweegt in plaats van alleen uw inkomen. Voor gewone verhuurpanden bestaat dat product, maar voor recreatievastgoed vrijwel niet: de opbrengst is seizoensgebonden en de woning is bij gedwongen verkoop lastig te plaatsen. De gespecialiseerde vastgoedfinanciers uit de tabel hierboven komen er het dichtst bij, tegen 5,5% tot 6% rente en een kortere looptijd.
Voor een klein vakantiehuisje of chalet zonder vaste fundering is ook dat geen optie. Daar blijft alleen eigen geld, een verhoging van uw eigen hypotheek of een familielening over; een geldverstrekker wil een onderpand dat hij kan taxeren en verkopen.
Telt de verhuuropbrengst mee?
Vrijwel nooit. Banken toetsen of u de lasten kunt dragen uit uw inkomen, zonder de huurinkomsten mee te rekenen, omdat die per jaar sterk schommelen. Een verhuurgarantie van een parkexploitant verandert daar in de regel niets aan; de bank kijkt naar wat er overblijft als het park de garantie niet nakomt.
Reken zelf ook zo. Wat een woning oplevert, staat in wat is het gemiddelde rendement op een vakantiewoning in Nederland; sinds 1 januari 2026 drukt de verhoging van het btw-tarief op logies van 9% naar 21% op die opbrengst.
De fiscale kant
- Geen renteaftrek. De eigenwoningregeling in box 1 geldt alleen voor de woning waar u zelf hoofdzakelijk woont.
- Box 3. De woning is een bezitting tegen de WOZ-waarde, de hypotheek een schuld. Voor 2026 geldt een forfaitair rendement van 6,00% op de bezitting en 2,70% op de schuld, met een drempel van € 3.800 per persoon, en een tarief van 36% over het saldo. Het heffingvrije vermogen is € 59.357 per persoon.
- Overdrachtsbelasting 8%. Sinds 1 januari 2026 is het tarief voor een woning die niet uw hoofdverblijf wordt verlaagd van 10,4% naar 8%. Oudere teksten die nog 10,4% noemen, kloppen niet meer.
In het kort
- Financiering tot 60 à 70% van de marktwaarde; reken op minstens 30% eigen geld plus 8% overdrachtsbelasting.
- Rente in 2026 circa 4,9% tot 5,8%, niet aftrekbaar.
- Steen of houtskeletbouw op eigen grond met een vaste fundering is de norm; chalets en erfpacht zijn lastig.
- Huurinkomsten tellen niet mee in de toetsing.
- Verhoging van de eigen hypotheek is vaak goedkoper, maar verplaatst het risico naar uw eigen huis.
Peildatum 1 januari 2026, met rentetarieven van medio 2026. Rentes en acceptatievoorwaarden veranderen doorlopend; vraag actuele offertes op bij een adviseur die recreatievastgoed kent.
